Geschil over berekening terugleverkosten aangehouden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1275793/1310984

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument en de energieleverancier hebben een meningsverschil over de jaarafrekening van 6 maart 2025. De consument vindt dat de terugleverkosten verkeerd zijn berekend, omdat de leverancier de bruto teruglevering gebruikt in plaats van de netto teruglevering. De leverancier zegt dat hun voorwaarden dit toestaan en dat de kosten moeten worden berekend op basis van de totale hoeveelheid teruggeleverde stroom. De commissie wil eerst weten of de wijziging van de voorwaarden wel rechtsgeldig is. Omdat de Hoge Raad hierover binnenkort uitspraak in doet wordt de zaak aangehouden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarafrekening van 6 maart 2025, meer en in het bijzonder de berekening van de in rekening gebrachte terugleverkosten.

De consument heeft de klacht op 30 april 2025 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De berekening door de ondernemer van de terugleverkosten is onjuist. De ondernemer berekent de kosten op basis van de bruto teruglevering van elektriciteit, maar dit moet geschieden aan de hand van de netto teruglevering.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vanaf 3 augustus 2024 hanteert de ondernemer aanvullende Algemene Voorwaarden. Deze voorwaarden gelden in aanvulling op de ‘Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers’.

Deze aanvulling houdt in:

1. Vaste terugleverkosten

Levert u terug of gaat u gedurende de looptijd van de leveringsovereenkomst stroom terugleveren aan het net, dan brengen wij vaste terugleverkosten bij u in rekening.(…);

2. Aanpassing van de vaste terugleverkosten

Onder “leveringstarieven” in artikel 19 lid 3 van de Algemene Voorwaarden dienen ook vaste terugleverkosten begrepen te worden.

De ondernemer informeerde de consument bij brief van 15 mei 2024 over de nieuwe voorwaarden van zijn contract. De voorwaarden van het contract en de hoogte van de terugleververgoeding wijzigen vanaf 1 juli 2024. De mogelijkheid tot wijziging van de voorwaarden staat in artikel 4 van de Productvoorwaarden Algemeen Deel. De ondernemer heeft 3 nieuwe artikelen toegevoegd. De consument kan zijn contract kosteloos opzeggen voordat de voorwaarden ingaan of het nieuwe contract ingaat.

Voor het bepalen van de vaste terugleverkosten hanteert de ondernemer verschillende schalen. De totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit bepaalt de schaal en het corresponderende bedrag. De berekening is gebaseerd op de bruto teruglevering omdat de kosten die ontstaan door de teruglevering aan het net, niet afhankelijk zijn van het eigen verbruik of de gesaldeerde hoeveelheid, maar van de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

De ondernemer is op de hoogte van de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 18 september 2025, (ecli:NL:RBAMS:2025:6645), over de terugleverkosten van zonnepanelen. De casus is niet identiek aan die van deze zaak. De consument klaagt in deze niet over het in rekening brengen van terugleverkosten als zodanig, maar slechts over de berekening daarvan.

De ondernemer begrijpt dat de commissie de zaak wil aanhouden totdat de Hoge Raad heeft beslist over de rechtsgeldigheid van het prijsbeding van artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument weliswaar niet over de rechtsgeldigheid, (“eerlijkheid”) van het wijzigingsbeding van artikel 19.3 van de door de ondernemer gehanteerde Algemene Voorwaarden, noch over de door de ondernemer eenzijdig gewijzigde/aangevulde Algemene Voorwaarden en Contractvoorwaarden, maar dat ontslaat de commissie niet – ambtshalve – te onderzoeken of de door de ondernemer voorgestelde wijzigingen wel een voldoende grondslag hebben en rechtsgeldig zijn.

Met name nu de ondernemer zijn bevoegdheid mede zegt te ontlenen aan het door hem gewijzigde artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden, over de rechtsgeldigheid c.q. vernietigbaarheid waarvan de Hoge Raad zich in cassatie binnen afzienbare tijd zal uitspreken, zal de commissie (ook) de verdere behandeling van deze zaak aanhouden, totdat de Hoge Raad zich daarover bij arrest heeft uitgesproken.

Dit strookt met het beleid van de commissie en heeft blijkens de brief van de ondernemer van 25 april 2025 ook de instemming van de ondernemer, nu daarin wordt verzocht alle zaken waarin het Wijzigingsbeding ter discussie staat, aan te houden totdat in de cassatieprocedure uitspraak is gedaan.

Partijen zullen dan ook te zijner tijd in de gelegenheid worden gesteld, om schriftelijk dan wel des verzocht mondeling op een nadere zitting, te reageren op het binnen afzienbare tijd te verwachten arrest van de Hoge Raad, waarna de commissie bindend zal adviseren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie houdt iedere – verdere – beslissing aan totdat de Hoge Raad heeft beslist in cassatie van het arrest van gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2025, (ECLI:NL:GHAMS:2025:704).

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden en de heer H.H. van der Linden , leden, op 15 december 2025.

Opslaan als PDF