Geschil over dagwaarde auto: commissie acht klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Non conformiteit    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 223534/233550

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht in 2019 een gebruikte Renault Kadjar voor bijna € 19.000. In juni 2023 kreeg de auto motorproblemen door een te laag oliepeil, zonder dat er een waarschuwing was. Reparatie zou € 1.600 kosten, maar de ondernemer kon niet garanderen dat er geen extra schade was. Daarom besloot de consument de auto voor € 6.500 aan de ondernemer te verkopen. In totaal heeft de consument ruim € 21.000 uitgegeven en voelt zich benadeeld, omdat zij een verlies van € 15.000 heeft geleden. Ze wil compensatie van de ondernemer. De ondernemer vindt dat hij juist heeft gehandeld en dat de verkoopprijs eerlijk was. De commissie oordeelt dat de consument vrijwillig akkoord ging met de verkoop en dat er geen sprake was van druk of misleiding. Daarom is de overeenkomst geldig en krijgt de consument geen vergoeding. De klacht is ongegrond en wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 8 augustus 2019 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Renault, type Kadjar, tegen een consument te betalen prijs van € 18.950,–.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 5 juni 2023 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 2 juni 2023 kreeg de consument pech met de auto. De ANWB die ter plekke kwam, constateerde dat het oliepeil te laag was. De auto gaf geen melding van een te lage oliestand. De consument had een maand eerder 1 liter bijgevuld. Als gevolg van de lage oliestand heeft de nokkenas te weinig olie gekregen en is het systeem ontregeld. De auto werd door de ANWB naar de ondernemer gebracht.
De ondernemer stelde voor om de distributieketting voor een bedrag van € 1.600,– te vervangen, maar kan geen garantie geven dat er geen andere schade is opgetreden. Die kosten vond de consument te hoog. De ondernemer bood aan om de auto te kopen voor een bedrag van € 6.500,–. Dit bedrag en de reparatiekosten komen neer op de dagwaarde van de auto. Voor de consument is het dan ook geen toegevoegde waarde om de auto te laten maken. De ondernemer heeft de auto op 5 juni 2023 voor € 6.500,– teruggekocht.

De auto heeft de consument in totaal € 21.405,35 gekost. Ook met de vorige auto van hetzelfde merk ondervond de consument bij een kilometerstand van 155.255 km een probleem. Vanwege dit probleem heeft de consument die auto ook aan de ondernemer verkocht. Het lijkt op een patroon dat de auto’s bij een kilometerstand van 150.000 problemen gaan vertonen.

De consument is van mening dat de ondernemer de consument meer tegemoet had kunnen komen. De consument zit nog met vragen. In totaal heeft de consument een verlies geleden van € 15.000,–. Zij verlangt enige compensatie van dit verlies van de ondernemer.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De motor is door oliegebrek in de soep gedraaid. De consument stond voor de keuze: herstellen of verkopen. De consument verlangt rechtvaardigheid. Van een verkeerde brandstof tanken is geen sprake geweest. Van de inkoop is geen factuur of creditnota verstrekt. Het overeengekomen bedrag is op de rekening van de consument gestort. Over coulance is nooit gesproken. Het blijft onverklaarbaar dat de schade is ontstaan. De multiriem is een jaar eerder vervangen. De consument heeft drie weken zonder auto gezeten. Zij eist een vergoeding van € 15.000,– van de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer was niet bekend met overmatig olieverbruik van de auto. De onderhoudsfacturen laten niets bijzonders zien. De auto was door een berger bij de ondernemer afgeleverd. De ondernemer heeft een diagnose gesteld en een begroting gemaakt, met de kanttekening dat er altijd meer aan de hand kan zijn. De consument vroeg de ondernemer om een prijs voor de inkoop. De consument is zonder voorbehoud met de door de ondernemer genoemde prijs akkoord gegaan en de overeenkomst is door de ondernemer nagekomen. De ondernemer wijst de claim van de consument van de hand. Er is sprake van finale kwijting.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De auto is alleen ingekocht; de consument heeft geen aankoop gedaan. De consument is juist en correct geadviseerd. Er is wellicht een inkoopverklaring. De vrijwaring bevindt zich in het dossier. Een distributieketting is onderhoudsarm. De consument wilde niet repareren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In het onderhavige geschil klaagt de consument over de inhoud van de overeenkomst waarbij de ondernemer de auto van de consument voor een bedrag van € 6.500,– heeft gekocht.

De consument is van mening dat de overeengekomen prijs te laag is geweest en verlangt alsnog een compensatie van de ondernemer.

De ondernemer voert verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer en wijst de klacht van de consument af.

Uit de stukken blijkt dat de consument voor de keuze stond of de auto te laten maken of deze aan te ondernemer te verkopen. Niet is gebleken dat de consument daarbij onder druk is gezet door de ondernemer, door de ondernemer misbruik van de omstandigheden is gemaakt, dan wel dat de wil van de consument op een andere wijze niet juist is gevormd door een aan de ondernemer toe te rekenen gedraging of omstandigheid.

Aldus hebben partijen een rechtsgeldige – onvoorwaardelijke – overeenkomst gesloten, waaraan door hen beiden uitvoering is gegeven en waaraan beide partijen na de uitvoering daarvan zijn gebonden.

Aldus komt de commissie niet toe aan de door de ondernemer opgeworpen vraag of de prijs wel juist was en niet te laag, zoals kennelijk door de consument na het aangaan van de overeenkomst wordt betoogd.

Op grond van het voorafgaande is de klacht van de consument ongegrond.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, P.G. Nieuwenhuijse en H.H. van der Linden, leden, op 14 december 2023.

 

Opslaan als PDF