Geschil over defecte elektrische fiets en ontbinding van de koopovereenkomst

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 722284/810366

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Op 23 februari 2024 kocht de consument een elektrische fiets voor € 2.079,95. Na enkele maanden meldde zij op 15 augustus 2024 gebreken aan de fiets, waarbij een defecte batterij werd vastgesteld. De fiets werd ter reparatie aangeboden, maar de servicepartner kon de batterij niet herstellen en verwees naar de ondernemer. Ondanks herhaalde verzoeken om een vervangende batterij te leveren, werd dit niet gedaan door de ondernemer. De consument verzocht daarop de koopovereenkomst te ontbinden. De ondernemer verweerde zich door te stellen dat de fiets op 6 december 2024 correct was ontvangen en geen problemen vertoonde. De commissie oordeelde dat de batterij defect was en dat dit binnen vijf maanden na aankoop niet had mogen gebeuren. Omdat de ondernemer geen actie ondernam om het defect te herstellen, werd vastgesteld dat de consument recht had op ontbinding van de koopovereenkomst. Gezien de ernst van het defect, waardoor de fiets niet bruikbaar was, werd de klacht gegrond verklaard. De ondernemer werd verplicht het volledige aankoopbedrag van € 2.079,95 terug te betalen en de fiets terug te nemen. De consument moest de fiets binnen een maand na het bindend advies aan de ondernemer retourneren, die deze kosteloos zou ophalen. Tevens moest de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Thuiswinkel (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2025 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

De consument heeft ter zitting het standpunt toegelicht. De consument werd ter zitting vertegenwoordigd door gemachtigde [naam]. Door de ondernemer is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft non-conformiteit van een elektrische fiets en de gevolgen daarvan.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 23 februari 2024 heeft de consument bij de ondernemer een elektrische fiets voor € 2.079,95 gekocht en geleverd gekregen. Op 15 augustus 2024 heeft de consument bij de ondernemer gebreken gemeld. De fiets is bij een servicepartner van de ondernemer ter reparatie aangeboden. Dit bedrijf gaf aan dat de batterij stuk was en dat hij die niet kon maken. Hiervoor werd verwezen naar de ondernemer. De ondernemer is vanaf augustus 2024 meermaals verzocht een batterij te leveren, maar heeft dit niet gedaan.
De consument wil ontbinding van de koopovereenkomst.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft een screenshot van de mailwisseling met de consument overgelegd. Hieruit blijkt dat de fiets door de consument in goede orde retour is ontvangen en zij heeft bevestigd dat alles nu goed is. Het laatste geregistreerde contact is geweest op 6 december 2024.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Niet is in geschil dat de batterij van de elektrische fiets defect was. De commissie is, mede gelet op het ontbreken van verweer ter zake, met de consument van oordeel dat een onderdeel als de batterij niet na zo’n vijf maanden na de aankoop en ingebruikname van de fiets defect dient te geraken, met name nu sprake is van een aanzienlijke aankoopprijs. De fiets is door het gebrek daaraan niet geschikt om te worden gebruikt voor het doel waarvoor het is gekocht. Gesteld noch gebleken is dat het gebrek te wijten is aan de wijze waarop de fiets door de consument is gebruikt.
Dit betekent dat sprake is van een non-conforme fiets in de zin van de artikelen 7:17/7:18 BW.

Vervolgens is aan de orde of ontbinding van de koopovereenkomst moet volgen, zoals voorzien in artikel 7:22, lid 1 BW.
De ondernemer is ondanks herhaalde verzoeken daartoe door de consument niet overgegaan het gebrek aan de fiets te herstellen. Dit blijkt uit hetgeen de consument daarover heeft aangevoerd en de door haar overgelegde stukken. De ondernemer heeft dit alles niet weersproken.
Bij brief van 17 oktober 2024 heeft de consument de ondernemer vervolgens een termijn gegeven van 14 dagen om de nieuwe batterij te leveren. De consument heeft gesteld dat dit laatste niet is gedaan. De ondernemer heeft dit niet weersproken, zodat de commissie uitgaat van de juistheid van de stelling van de consument.

De ondernemer is er aldus niet in geslaagd om de verplichting tot herstel binnen een redelijke termijn na te komen. Daarmee is de ondernemer tekort geschoten in de verplichtingen uit artikel 7:21 lid 1 onder b en lid 3 BW. De consument hoefde gelet op de eerdere vergeefse pogingen na het verstrijken van de hiervoor vermelde 14-dagen termijn ook niet meer te verwachten dat de ondernemer alsnog tot levering zou overgaan. Dat heeft tot gevolg dat de consument gerechtigd is om, op grond van artikel 7:22 lid 1 en onder a BW, te verzoeken de overeenkomst te ontbinden waartoe de commissie zal overgaan. Er is geen sprake van gebreken van zodanig geringe omvang dat een ontbinding niet gerechtvaardigd zou zijn. Daarbij wordt betrokken de ernst van het gebrek waardoor de fiets in zijn geheel niet bruikbaar was. Dat hangende de procedure de batterij alsnog geleverd is, maakt dit niet anders.

Door de uit te spreken ontbinding treedt een ongedaanmakingsverplichting in voor beide partijen. De commissie ziet in de omstandigheden van dit geval, hiervoor weergegeven, aanleiding om te bepalen dat de ondernemer aan de consument het volledige aankoopbedrag van de fiets van€ 2.079,95 terugbetaalt. Bij het bepalen van de hoogte van dit bedrag wordt ook betrokken dat het een nieuwe fiets betreft, waarvan de consument slechts een korte periode zonder problemen gebruik heeft kunnen maken doordat de fiets al snel mankementen vertoonde. Blijkens de onweerspoken stelling van de consument bevindt de fiets zich in haar bezit. Gelet hierop dient de consument de fiets terug te leveren aan de ondernemer zoals hierna wordt beslist.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Verklaart de klacht gegrond en wijst het verlangde toe;

De commissie bepaalt dat de koopovereenkomst tussen partijen betreffende de fiets ontbonden wordt;
 De ondernemer dient een bedrag van € 2.079,95 aan de consument terug te betalen. Betaling van dit bedrag dient plaats te vinden binnen één maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
 De consument levert de fiets terug aan de ondernemer. De ondernemer dient de fiets binnen één maand na de verzenddatum van dit bindend advies zonder berekening van kosten bij de consument aan huis op te halen.

Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, de heer mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden, op 27 januari 2025.

Opslaan als PDF