Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
1305098/1319060
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument en de energieleverancier hebben een conflict over gecorrigeerde jaarafrekeningen en het terugbetalen van een terugleververgoeding. De consument betaalde altijd alle rekeningen en dacht weinig stroom te gebruiken in haar zuinige appartement. Later bleek dat de elektriciteitsmeter sinds 2019 verkeerd was aangesloten, waardoor verbruik als teruglevering werd geregistreerd. De ondernemer meldde dit al in 2021 bij de netbeheerder, maar die kreeg geen contact met de consument. Pas in 2025 werd het verbruik gecorrigeerd, wat leidde tot hoge nabetalingen. De consument twijfelt of de berekeningen kloppen en vindt dat zij nooit goed is geïnformeerd. De ondernemer stelt dat het verbruik nu juist is berekend en deels is kwijtgescholden. Omdat beide partijen het niet eens zijn over de oorzaak, de berekeningen en de verantwoordelijkheid, vraagt de Geschillencommissie de netbeheerder om uitleg over de fout, de duur van het probleem en de gemaakte verbruikscorrecties. Pas daarna volgt een definitief oordeel.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft onder meer de vordering van de ondernemer tot terugbetaling van de uitgekeerde terugleververgoeding, een tweetal door de ondernemer gecorrigeerde jaarafrekeningen van 12 april 2025, de eindafrekening van 12 april 2025 en een factuur van 16 april 2025.
De consument heeft de klacht op 27 mei 2025 aan de ondernemer voorgelegd.
De consument heeft een bedrag van € 3.375,20 bij de commissie in depot gestort.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is vanaf 13 november 2019 tot en met 9 september 2024 klant van de ondernemer geweest, die gas en stroom leverde aan hun adres te [plaats]. In die periode zijn alle periodieke en jaarfacturen door de consument volledig voldaan.
Op 8 april 2025 liet de ondernemer aan de consument weten dat twee jaarafrekeningen zouden worden gecorrigeerd. Ook ontving de consument een debet factuur wegens de volgens de ondernemer eerder onterecht ontvangen terugleververgoeding.
Dit zou voortkomen uit een verkeerd aangesloten elektriciteitsmeter. De consument trekt de achteraf berekende daadwerkelijk verbruikte stroom in twijfel. Als de ondernemer al vanaf 2021 op de hoogte was van de zogenaamde defecte meter, heeft men geen zorg gedragen om de consument daarvan op de hoogte te stellen. De consument moet wel aannemen dat de zogenaamde defecte meter 4 jaar na datum wel de zogenaamde daadwerkelijke verbruikte stroom kan doorgeven.
De terugleververgoeding heeft de consument nooit zelf aangevraagd. Uit het Energielabel blijkt dat de woning over 6,3 vierkante meter zonnepanelen beschikt en het dak van het appartementencomplex vol ligt met zonnepanelen. De consument is noch door de ondernemer noch door de netbeheerder schriftelijk geïnformeerd over het defect. Het is juist dat de netbeheerder een aantal keren tevergeefs bij de consument aan de deur is geweest. Daarbij werd een briefje achtergelaten met de mededeling dat men later zou terugkomen. De reden van het bezoek werd niet gemeld.
De consument verlaagde het termijnbedrag omdat zij elk jaar forse bedragen terugkreeg en het een zeer duurzame woning met zonnepanelen betrof.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
De consument heeft er geen bezwaar tegen dat de netbeheerder in het geschil wordt betrokken.
Het is voor de consument nog steeds de vraag wat het juiste en werkelijke verbruik is geweest. Alle facturen zijn steeds betaald. De consument en haar echtgenoot werkten fulltime. Inmiddels is de consument verhuisd. Het was een super zuinig appartement. Er is vrijwel niets verbruikt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het geschil betreft het functioneren van de elektriciteitsmeter in de woning van de consument. De regionale netbeheerder is eigenaar van de meter en verantwoordelijk voor het functioneren daarvan. De ondernemer verzoekt de commissie om de netbeheerder in het geschil te betrekken.
Het geschil heeft betrekking op een 4-tal facturen, te weten de jaarafrekening van 12 april 2025 van € 1.989,17 over de periode 17 november 2021 – 16 november 2022, de jaarafrekening van 12 april 2025 van € 2.012,72 over de periode 17 november 2022 – 16 november 2023, de eindafrekening van 12 april 2025 van € 1.092,-, de factuur van 16 april 2025 van € 1.079,01 wegens ten onrechte uitbetaalde terugleververgoedingen.
De netbeheerder plaatste op 26 september 2019 een slimme en op afstand afleesbare elektriciteitsmeter op het adres van de consument. Op 10 november 2019 meldde de consument zich als klant van de ondernemer aan. Vanaf 1 december 2020 is sprake van een contract met variabele tarieven.
Uit de jaarafrekeningen blijkt dat de meter geen elektriciteitsverbruik registreert; wel teruglevering van elektriciteit. Dit blijkt ook uit de maandelijks aan de consument gestuurde energierapporten.
Op 10 augustus 2021 neemt de ondernemer contact op met de netbeheerder en laat weten dat het opvallend is dat de meter van de consument geen verbruik van elektriciteit registreert, maar wel teruglevering, terwijl de consument niet is aangemeld voor teruglevering. De ondernemer verzoekt de netbeheerder om een onderzoek in te stellen. De netbeheerder bevestigt de storingsmelding en gaat contact met de consument opnemen. In juli 2023 nam de ondernemer nogmaals contact op met de netbeheerder, die liet weten dat geen uitvoering aan de storingsmelding kon worden gegeven omdat de consument geen medewerking verleende. Ook bevestigde de netbeheerder dat sprake was van een zogenaamde fasedraaiing, waardoor de geleverde elektriciteit werd geregistreerd op de telwerken voor teruglevering. Op 5 september 2024 nam de ondernemer nogmaals contact op met de netbeheerder, die liet weten al vanaf september 2021 in contact met de consument wilde komen, maar de consument telkens niet thuis had aangetroffen.
Per 10 september 2024 kreeg de ondernemer bericht van een andere leverancier dat de levering op het adres door hem was overgenomen. Op 10 september 2024 ontving de consument van de ondernemer een bevestiging van de opzegging.
In januari 2025 liet de netbeheerder weten een verbruikscorrectie te hebben uitgevoerd door de ten onrechte als teruglevering geregistreerde elektriciteit te registreren als geleverde elektriciteit. De ondernemer was niet meer de leverancier en om die reden duurde het tot april 2025 alvorens de ondernemer tot een correctie kon overgaan. Op 8 april 2025 werd de consument geïnformeerd dat de betreffende elektriciteitsmeter verkeerd was aangesloten en de door de ondernemer geleverde elektriciteit ten onrechte als teruglevering was geregistreerd.
Vervolgens vorderde de ondernemer de uitbetaalde terugleveringen ter grootte van € 1.079,10 van 13 november 2019 tot en met 16 november 2023 terug en trok de jaarrekeningen van 2022 en 2023 in. In plaats daarvan ontving de consument op 12 april 2025 twee nieuwe jaarafrekeningen, te weten een jaarafrekening van € 1.989,17 over de periode van 17 november 2021 tot en met 16 november 2022 waarop slechts abusievelijk een volume van 4.724 kWh op normaal tarief en 3.261 kWh op daltarief in rekening is gebracht en een jaarafrekening van 12 april 2025 van € 2.012,72 over de periode 17 november 2022 tot en met 16 november 2023. Tevens ontving de consument op 12 april 2025 de eindafrekening met een te betalen bedrag van € 1.092,- over de periode van 17 november 2023 tot en met 9 september 2024.
Naar aanleiding van de bezwaren van de consument liet de ondernemer op 25 augustus 2025 aan de consument weten dat de elektriciteitsmeter sinds 26 september 2019 onjuist was aangesloten en dat zij het werkelijke verbruik in rekening heeft gebracht. Ook werd een korting van € 597,13 op het totale bedrag van € 6.347,13 aangeboden.
Nadat de consument de zaak bij de commissie had aangebracht liet de netbeheerder aan de ondernemer weten dat er een nieuwe verbruikscorrectie was toegepast waarbij het elektriciteitsverbruik in de periode van 13 november 2019 tot en met 10 september 2024 is vastgesteld op 2.576 kWh op daltarief en 3.582 kWh op normaal tarief, in totaal 6.158 kWh. Het verschil is 7.642 kWh. Als gevolg hiervan ontving de consument op 7 oktober 2025 een creditfactuur van € 2.971,93, zodat van de oorspronkelijke vordering van € 6.347,13 een bedrag van € 3.375,50 resteert.
Het is ongebruikelijk en onaannemelijk dat de consument in de periode van 13 september 2019 tot en met 9 september 2024 geen geregistreerd elektriciteitsverbruik heeft. De aanwezige zonnepanelen zijn niet aangesloten op de individuele woningen van het complex. De consument kon uit de ontvangen jaarafrekeningen en energierapporten opmaken dat het geregistreerde verbruik niet juist kon zijn en er in redelijkheid niet op vertrouwen dat het juiste elektriciteitsverbruik in rekening was gebracht.
De ondernemer heeft aan zijn zorgplicht jegens de consument voldaan door aan de netbeheerder te melden dat ten onrechte alleen teruglevering werd geregistreerd. Het functioneren en het juist aansluiten van de meter valt niet onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer, maar van de netbeheerder.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
De meter was niet defect, alleen verkeerd aangesloten. De afgenomen elektriciteit is correct en bedraagt 16.726 kWh. De netbeheerder heeft nog een extra correctie toegepast vanwege de gang van zaken. In totaal is 10.568 kWh niet in rekening gebracht. Verjaring werkt niet van rechtswege. Het verbruik is deels kwijtgescholden. In de verjaarde periode is ongeveer 10.000 kWh in rekening gebracht.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de hoogte van de verbruikscorrectie in verband met een verkeerd aangesloten meter. De consument is er niet van overtuigd dat het juiste verbruik in rekening is gebracht.
De ondernemer gaat ervan uit dat uiteindelijk wel het juiste verbruik in rekening is gebracht en dat een zeer aanzienlijk deel daarvan is kwijtgescholden.
Partijen hebben er geen bezwaar tegen dat de netbeheerder in het geding wordt betrokken om een standpunt in te nemen.
De commissie is van oordeel dat alvorens een beslissing te kunnen nemen die recht doet aan partijen de netbeheerder in het geding dient te worden betrokken.
Zij verzoekt de netbeheerder om:
– een standpunt in te nemen in dit dossier;
– uitleg te geven over het functioneren van de onderhavige elektriciteitsmeter;
– de aard van het eventuele gebrek te omschrijven;
– uitleg te geven waarom het zolang heeft geduurd voordat werd ontdekt dat de meter niet juist functioneerde, is hersteld of vervangen en nog beschikbaar voor een ijking is;
– uitleg te geven over beide verbruikscorrecties, de gehanteerde uitgangspunten en de daaraan ten grondslag liggende berekeningen over te leggen en deze te specificeren over de verschillende jaren/periodes.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De netbeheerder, [naam netbeheerder] wordt in dit geschil betrokken om een (schriftelijk) standpunt in te nemen zoals hiervoor is overwogen.
Partijen worden in staat gesteld om schriftelijk op het door de netbeheerder ingenomen standpunt te reageren, waarna de commissie op basis van de stukken – verder – bindend zal adviseren tenzij een partij aangeeft een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen.
De commissie houdt iedere – verdere – beslissing aan.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 23 februari 2026.