Geschil over opzegvergoeding bij energiecontracten voor verhuurde panden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: -    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 222520/225772

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klager diende een klacht in bij de Geschillencommissie Energie over een opzegvergoeding van €22.549,- die hem door de energieleverancier in rekening werd gebracht. Hij had energiecontracten voor vijf panden, waaronder vier beleggingspanden voor kamerverhuur en zijn privéwoning. Volgens de klager zijn dit particuliere contracten, aangezien hij niet als ondernemer bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven en in het verleden altijd particuliere contracten heeft gehad. De ondernemer stelt echter dat de klager structureel vastgoed verhuurt en daarmee bedrijfsmatig handelt, waardoor de zakelijke voorwaarden gelden en een hogere opzegvergoeding van toepassing is. Daarnaast betwist de ondernemer de bevoegdheid van de geschillencommissie, omdat partijen dit niet zijn overeengekomen en het financiële belang de grens van €5.000,- overschrijdt. De commissie oordeelt dat de klager bedrijfsmatig handelt, ongeacht zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel of de rechtsvorm waarin hij opereert. Hierdoor wordt hij niet als consument beschouwd en kan hij geen beroep doen op de consumentenvoorwaarden. Omdat ook de vereiste overeenkomst over de bevoegdheid van de commissie ontbreekt, verklaart de commissie zich onbevoegd om het geschil inhoudelijk te behandelen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

De klager heeft bij de commissie een klacht tegen de ondernemer ingediend.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is voorts behandeld op 24 oktober 2023 te Utrecht.

De commissie heeft met name kennisgenomen van hetgeen partijen over haar bevoegdheid c.q. de ontvankelijkheid van de consument hebben gesteld.

De commissie heeft het in dit stadium van het geschil niet nodig geacht partijen op te roepen om ter zitting te verschijnen voor het geven van een toelichting.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de opzegging door de klager van de met de ondernemer gesloten overeenkomst tot de levering van energie op een 5-tal adressen en de als gevolg daarvan door de ondernemer in rekening gebrachte opzegvergoeding van € 22.549,–.

De klager heeft de klacht op 9 mei 2023 bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de klager

Het standpunt van de klager luidt in hoofdzaak als volgt.

Klager bezit vier particuliere beleggingspanden bestemd voor kamerverhuur voor studenten. Elk pand heeft een eigen energieaansluiting. De klager sluit de contracten namens de huurders af. De klager heeft voor vijf panden energiecontracten met de ondernemer gesloten. De klager wil deze overeenkomsten graag opzeggen maar de ondernemer is van mening dat het om zakelijke contracten gaat en hanteert een veel hogere opzegboete dan bij een consumentencontract.
Volgens de klager is geen sprake van een zakelijke overeenkomst. De klager staat niet als ondernemer bij de Kamer van koophandel geregistreerd en één van de panden is zijn privéwoning. In het verleden heeft de klager steeds particuliere overeenkomsten gehad met zijn energieleveranciers. De Algemene Voorwaarden waarnaar de ondernemer verwijst heeft hij niet getekend. Er is sprake van kleinverbruik.

Nu geen sprake is van een zakelijk contract zijn de Algemene Voorwaarden voor kleinverbruikers van toepassing.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer is van mening dat de commissie niet bevoegd is, althans dat de consument niet ontvankelijk is. Partijen zijn de bevoegdheid van de commissie niet overeengekomen. De klager kwalificeert niet als consument. Het financiële belang is groter dan € 5.000,–.

Op 25 november 2022 is tussen partijen een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit tot stand gekomen voor de duur van drie jaar. Partijen zijn toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden Grootverbruik overeengekomen. De klager heeft de overeenkomst getekend.

De klager heeft aangegeven de overeenkomst te willen opzeggen en de ondernemer heeft aangegeven dat in dat geval een opzeggingsvergoeding door de klager is verschuldigd.

De ondernemer wijst op artikel 4 van het Reglement van de commissie. Partijen zijn niet overeengekomen zich te onderwerpen aan het bindend advies van de commissie. Noch uit de overeenkomst noch uit de toepasselijke Algemene Voorwaarden blijkt dat partijen de bevoegdheid van de commissie zijn overeengekomen.

Gelet op het bepaalde in artikel 3 van het Reglement van de commissie tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten. De klager is geen consument maar handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De klager is immers belegger in vastgoed en verhuurder. Hij doet dit structureel en dus bedrijfsmatig. De ondernemer wijst op de rechtspraak van de commissie op dit punt.

De klager is niet-ontvankelijk omdat het financiële belang groter is dan het bedrag dat in artikel 5 lid 1 sub d van het Reglement van de commissie is vermeld.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In het onderhavige geschil klaagt de klager over de hoogte van de aan hem door de ondernemer in rekening gebrachte opzegging, die is gebaseerd op een zakelijke overeenkomst, waarvan volgens de consument geen sprake is.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie stelt voorop dat zij zich ambtshalve dan wel op verzoek van een partij zich ervan dient te vergewissen of zij bevoegd is het aan haar voorgelegde geschil te behandelen c.q. of de klager in zijn klacht kan worden ontvangen.

De commissie heeft op grond van het bepaalde in artikel 3 van haar Reglement tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten. Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat de klager niet als een consument kan worden aangemerkt omdat hij naar eigen zeggen zich bezig houdt met de belegging en verhuren van vastgoed. Dit is onmiskenbaar een bedrijfsmatige activiteit. De omstandigheid dat de klager niet is ingeschreven (als ondernemer) bij de Kamer va Koophandel maakt dat niet anders. Ook de omstandigheid dat de activiteiten door hem persoonlijk als particulier en niet in de vorm van een vennootschap worden verricht maakt dit niet anders. Ook personen kunnen immers bedrijfsmatig handelen.

Op grond hiervan is de commissie dan ook niet bevoegd het onderhavige geschil inhoudelijk te behandelen en te beslissen.

Voorts en ten overvloede overweegt de commissie dat haar niet is gebleken dat partijen haar bevoegdheid zijn overeengekomen, hetgeen tot de onbevoegdheid van de commissie leidt en ook staat vast dat het financiële belang groter is dan € 5.000,–, hetgeen tot de conclusie leidt dat de klager op die grond niet-ontvankelijk is in zijn klacht.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.H. van oorspronk en mr. L. Schots-Smit, leden, op 24 oktober 2023.

 

Opslaan als PDF