Geschil over reparatiekosten Volvo XC90 T8 en de reikwijdte van verantwoordelijkheid bij onderhoudsdealer

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 591376/765680

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument diende een klacht in over hoge reparatiekosten aan zijn Volvo XC90 T8, waarvoor hij bijna €6.000 betaalde. De auto, met een cataloguswaarde van €108.000 en altijd onderhouden door een erkende dealer, vertoonde ernstige defecten aan de ERAD-module, een essentieel aandrijfonderdeel. Volgens de consument mochten dergelijke gebreken niet optreden bij een premium voertuig met een goede onderhoudshistorie. Hij stelde dat hij onvoldoende werd geïnformeerd over zijn rechten en dat de lange wachttijd en gebrekkige communicatie leidden tot extra schade en kosten. De ondernemer gaf aan slechts onderhouds- en reparatiepartij te zijn en wees erop dat de auto elders was gekocht. Daardoor was hij niet verantwoordelijk voor gebreken aan de auto zelf. Ook wees hij op het verlopen van de fabrieksgarantie, waarna enkel beperkte coulance werd verleend. De geschillencommissie oordeelde dat de ondernemer niet aansprakelijk is, omdat hij niet de verkoper van de auto was en dus niet gehouden is aan de verplichtingen van een consumentenkoop. Ook was de klacht niet gebaseerd op non-conformiteit die zich binnen een jaar na aankoop manifesteerde. De commissie wees de klacht daarom af.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Voertuigen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 maart 2025 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Beide partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt nader toe te lichten.

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op een door de consument op 8 augustus 2020 bij [bedrijfsnaam] een Volvo XC90 T8 (met circa 3.000 kilometer op de teller). De consument heeft de auto altijd volgens schema door de ondernemer laten onderhouden.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het betreft een reparatie aan de ERAD-module van de auto, die de consument onlangs heeft laten uitvoeren. De consument is met klachten omtrent de ERAD naar de ondernemer gegaan, die hebben eerst een pomp vervangen (€900,–) en later de gehele ERAD-module en koppeling etc. (€ 4.900, –). Daaromheen nog allerhande kosten qua vervangend vervoer € 300,–. Kortom, ondanks dat de auto nog geen vijf jaar oud is, en weinig kilometers heeft gereden, is de consument geconfronteerd met bijna € 6.000, — aan reparatiekosten. Dit terwijl de auto altijd netjes volgens schema bij diezelfde ondernemer als Volvo dealer onderhouden is. Het is met andere woorden een affiniteitsdealer. De consument heeft hier telefonisch en per mail zijn beklag over gedaan. Allereerst omdat de gehele gang van zaken rondom de reparatie slecht verliep, maar ook omdat hij van mening is dat van een auto in deze prijsklasse en met deze mate van onderhoud et cetera in de eerste jaren niet dergelijke reparaties en kosten verwacht mogen worden. De consument heeft zijn argumenten hiertoe netjes per brief verwoord en richting de ondernemer gestuurd. Helaas heeft de ondernemer aangegeven niet verder tegemoet te willen komen in de kosten.

De consument verzoekt de commissie te oordelen dat de ondernemer aansprakelijk is voor de reparatiekosten en dat deze volledig dienen te worden vergoed. Conform artikel 7:17 BW heeft een consument recht op een product dat voldoet aan de verwachtingen op basis van de overeenkomst. Dit recht geldt los van een eventuele fabrieksgarantie en strekt zich uit over de gebruiksduur van het product. De auto in kwestie is een premium voertuig met een cataloguswaarde van € 108.000, –. Van een dergelijk voertuig mag worden verwacht dat essentiële onderdelen, zoals de ERAD, gedurende een redelijke termijn zonder defect functioneren. Het argument van de tegenpartij dat de fabrieksgarantie is verlopen, is niet relevant. Uit jurisprudentie blijkt dat een product ook na het verstrijken van de fabrieksgarantie moet voldoen aan de redelijke verwachtingen van de consument. Een belangrijke uitspraak hierover is die van de Hoge Raad van 15 april 1994 (ECLI:NL:HR:1994: ZC1338), waarin werd bepaald dat een voertuig niet aan de overeenkomst voldoet als een gebrek een normaal gebruik verhindert of een gevaar vormt voor de verkeersveiligheid.

De ondernemer heeft aangegeven dat de consument zich tot de verkoper had moeten wenden om zijn consumentenrechten te kunnen uitoefenen. Dit had zij echter reeds bij de eerste werkplaatsafspraak duidelijk moeten maken. Een professionele partij zoals de ondernemer heeft een zorgplicht om haar klanten goed te informeren over hun rechten en de juiste stappen om een defect af te handelen. Het niet informeren over de rechten en de juiste procedure heeft de consument in een nadelige positie gebracht. Het is des te opvallender dat de ondernemer ruggenspraak heeft gehad met de importeur en dus volledig op de hoogte was van de juridische positie van de consument. Het nalaten van deze informatieplicht heeft direct geleid tot verdere complicaties, vertraging en onnodige kosten.
Uit nationale en internationale bronnen blijkt dat defecten aan de Electric Rear Axle Drive (ERAD) bij de Volvo XC90 T8 niet uniek zijn. Op fora en platformen worden dergelijke problemen regelmatig gerapporteerd. In sommige gevallen is volledige vergoeding of een ruimhartige coulance toegepast, zelfs buiten de garantieperiode, daarvan zijn verschillende voorbeelden. Deze voorbeelden illustreren dat bij structurele gebreken aan een essentieel onderdeel zoals de ERAD een passende oplossing door de fabrikant of dealer gebruikelijk en redelijk is. Het weigeren van volledige vergoeding door de ondernemer in dit geval lijkt daarmee niet in lijn te zijn met eerdere praktijken.

De lange wachttijden tussen de werkplaatsafspraken en de gebrekkige communicatie door de ondernemer hebben bijgedragen aan de schade. Het probleem met de ERAD werd reeds bij de eerste werkplaatsafspraak genoemd, maar niet adequaat hersteld. Vervolgens duurde het zeven weken voordat de vervanging van de ERAD daadwerkelijk plaatsvond. Tijdens deze periode heeft de auto met een defect gereden, wat vermoedelijk heeft geleid tot bijkomende schade aan de ERAD-koppeling en hogere kosten. Daarbij moest de consument zelf herhaaldelijk contact opnemen met de ondernemer om updates te ontvangen over de voortgang van de reparatie. Dit gebrek aan proactieve communicatie onderstreept het ontbreken van goede service en ondersteuning, wat niet past bij de hoge standaard die van een Volvo-dealer mag worden verwacht.

Naast de reparatiekosten zijn in beide gevallen vervangend-vervoerkosten in rekening gebracht van ruim € 300,– per keer. Deze kosten zijn het directe gevolg van het structurele defect aan de ERAD en de lange wachttijden voor de reparaties. Gezien het feit dat het defect een essentieel onderdeel betreft en niet aan de consument te wijten is, verzoekt de consument om tevens te oordelen dat ook deze kosten volledig vergoed dienen te worden. De ondernemer heeft een coulance toegepast op het defecte onderdeel, maar heeft de arbeidskosten daarbij buiten beschouwing gelaten. Dit is in strijd met de redelijkheid en billijkheid, omdat: arbeidskosten inherent zijn aan de reparatie, consumentenrecht een kosteloze oplossing vereist en vergelijkbare praktijken arbeidskosten dekken. Het beperken van de coulance tot enkel de onderdelen lijkt onredelijk en in strijd met wat gebruikelijk is bij premiummerken als Volvo. De consument verzoekt daarom te oordelen dat de coulance niet alleen de kosten van het onderdeel, maar ook de bijbehorende arbeidskosten moet dekken.

De consument verzoekt dus om vast te stellen dat de ondernemer volledig aansprakelijk is voor de kosten van de reparatie, inclusief de kosten voor vervangend vervoer. Voorts om te oordelen dat de betaalde facturen volledig dienen te worden vergoed, met inachtneming van de rechten als consument op grond van artikel 7:17 BW. Ten slotte om te beoordelen: – of de in rekening gebrachte kosten redelijk en marktconform zijn; – of de vertraging in de reparatie heeft bijgedragen aan verdere schade en kosten; en – in hoeverre het defect aan de ERAD een structureel probleem betreft bij dit type voertuig.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft de klacht van de consument opgenomen met de importeur en zij zijn tot dezelfde
conclusie gekomen: De consument, ervan uitgaand dat hij zich kan beroepen op het consumentenrecht, moet zich formeel (en juridisch gezien) melden bij de verkopende partij, maar omdat hij al een aantal jaar bij de ondernemer het onderhoud en reparatie laat doen, heeft hij zich tot de ondernemer gewend. Deze auto is bijna vijf jaar oud en derhalve is de fabrieksgarantie dan ook al geruime tijd verstreken, ook is er geen sprake van verlengde garantie. Wat dan resteert is een eventuele coulance en die is toegepast, dit is nooit zwart-wit en ter beoordeling van de [naam], dit baseert op leeftijd, kilometerstand en goodwill. Dat is in dit geval ook gebeurd, wat totaal 20/30% coulance voor de consument betekent. Hetgeen de consument verlangt is niet redelijk omdat de garantie is verstreken en er na 5 jaar afschrijving heeft plaatsgevonden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft de auto niet gekocht bij de ondernemer. Dat de auto van de consument bij de ondernemer in onderhoud is (geweest), maakt niet dat de verplichtingen van de verkoper uit hoofde van de koopovereenkomst op de ondernemer zijn komen te rusten. De consument maakt met zoveel woorden aanspraak op de rechten en remedies die betrekking hebben op een consumentenkoop. De ondernemer is echter niet de verkoper. De ondernemer is niet degene die de auto heeft geleverd aan de consument en is dus niet verantwoordelijk voor het – toen – geven van een zaak die aan de overeenkomst beantwoordde, dus met de eigenschappen die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Zoals de ondernemer terecht heeft opgemerkt, zou de consument zich tot de verkoper moeten richten. In deze zaak kan de consument geen aanspraken doen gelden jegens de ondernemer op grond van de koop van de auto.

Het is overigens maar de vraag of de problemen met de ERAD na vier jaar normaal gebruik non-conformiteit opleveren. In ieder geval is geen sprake van het wettelijk vermoeden dat de auto (bij aflevering) niet aan de overeenkomst beantwoordde, omdat de afwijking zich niet binnen één jaar na aflevering heeft geopenbaard maar na ruim vier jaar. Kennelijk is ook de fabrieksgarantie voorbij. De aanspraken jegens de daadwerkelijke verkoper zijn dus niet evident.

De ondernemer heeft als [naam] en -garage wellicht een voorlichtende en bemiddelende rol tussen de consument en de verkoper, maar de commissie ziet niet dat de ondernemer daarin tekortgeschoten zou zijn. Zonder meer zou dat echter geen aansprakelijkheid voor reparatiekosten opleveren, ook niet in combinatie met wachttijd of in rekening brengen van vervangend vervoer. Ook met het in rekening brengen van – uit coulance gereduceerde – arbeidskosten is de ondernemer niet tekortgeschoten in enige verplichting.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 11 maart 2025.

Opslaan als PDF