Commissie: Voertuigen
Categorie: Garantie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
1324345/1333257
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument stelde dat kort na de aankoop van een Skoda Octavia problemen ontstonden met de accu en remmen en dat de ondernemer ten onrechte geen kosteloos herstel onder garantie wilde uitvoeren. Daarom liet de consument de reparaties door een andere garage uitvoeren en vroeg hij vergoeding van de kosten. De ondernemer betwistte dat sprake was van gebreken en stelde dat hij geen kans had gekregen om de auto zelf te onderzoeken en te herstellen. Tijdens de zitting bereikten partijen alsnog een schikking. De ondernemer betaalt € 285,- aan de consument, waarna partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een door de consument bij aanbieder gekochte Skoda Octavia.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 30-10-2025 kocht ik bij [ondernemer] een Skoda Octavia, geleverd op 3-11-2025 met 12 maanden BOVAG-garantie. Na levering traden gebreken aan accu en remmen op. De afleverbeurt bleek gebrekkig. [ondernemer] weigerde onterecht kosteloos herstel onder garantie en raakte in verzuim (art. 6:83 sub c BW). Ik liet herstel door een derde uitvoeren (ex 7:21 lid 6). Vergoeding (ex 6:74 BW en uw uitspraak 704272/769143) werd door [ondernemer] geweigerd. BOVAG-bemiddeling bood geen soelaas.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Zowel de accu als de remmen waren bij levering van de auto deugdelijk. Ook de afleverbeurt is deugdelijk uitgevoerd. De consument heeft ons niet in staat gesteld te onderzoeken of er daadwerkelijk enig gebrek aanwezig was en dat in voorkomend geval te herstellen, maar alles meteen door een derde laten uitvoeren. Omdat daar helemaal geen gegevens van zijn valt ook niet meer vast te stellen of de klachten van de consument terecht waren of niet.
Beoordeling van het geschil
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen alsnog overeenstemming bereikt over de wijze waarop het geschil opgelost zal worden. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Volstaan wordt met het hierna vastleggen van de tussen partijen tot stand gekomen schikking.
1. Ondernemer betaalt aan consument een bedrag van € 285,- inclusief btw. In dat bedrag is begrepen de helft van het door de consument betaalde klachtgeld.
2. Partijen verlenen elkaar, afgezien van het voorgaande, finale kwijting voor wat betreft deze klacht en dragen, afgezien van het hiervoor bepaalde aangaande het door de consument betaalde klachtgeld, elk de eigen kosten van deze procedure.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verstaat dat partijen hun geschil beëindigen middels de hiervoor omschreven schikking.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 21 mei 2026.