Commissie: Makelaardij Consumentenmarkt
Categorie: Kwaliteit dienstverlening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
366807/449837
De uitspraak:
Waar gaat het over?
De consument had een makelaar ingehuurd om een appartement te kopen voor €300.000,- en kreeg advies om €310.000,- te bieden. Dit terwijl de WOZ-waarde op €317.000,- stond. Later werd een vergelijkbaar appartement aangeboden voor €341.000,-, maar de makelaar gaf geen goed advies over het bod. Bovendien werd de overdrachtsdatum zonder overleg gewijzigd en was er geen communicatie over de keuze van de notaris. De consument eiste €3.000,- terug en vond de makelaar slechts €500,- waard.
De makelaar betwistte de klachten en stelde dat de consument ontevreden was door een verschil van inzicht over de woningwaarde en markt. Ondanks enige fouten in de opvolging, beweerde de makelaar deskundig te hebben gehandeld.
De commissie oordeelde dat de makelaar zijn opdracht had vervuld, ondanks de klachten van de consument. Er was geen reden om de courtage te verlagen, en de klacht werd ongegrond verklaard.
Volledige uitspraak
Behandeling van het geschil
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Makelaardij (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 22 november 2024 te Den Haag.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
De consument en de aanbieder zijn digitaal gehoord via een zogenaamde Zoom verbinding.
Onderwerp van het geschil
Het geschil ziet op de kwaliteit van de verrichte dienstverlening.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik wilde een appartement kopen en heb een makelaar ingehuurd zodat ik een zo goed mogelijk bod kon doen maar niet te veel zou betalen. In het zelfde appartementencomplex stonden nog 2 andere vergelijkbare appartementen te koop zodat hij goed kon vergelijken. Deze 2 andere appartementen waren in verkoopprijs duurder maar daar moest de keuken, WC en douche nog van worden gerenoveerd.
De betreffende woning stond te koop voor € 300.000,-. Mij werd door de makelaar aangeraden om €310.000,- te bieden. In vergelijking: de WOZ- waarde was op dat moment € 317.000,–
Een maand later werd een vergelijkbare woning door dezelfde makelaar aangeboden ter verkoop voor € 341.000.–.
De makelaar had geen tijd om mee te gaan naar de bezichtiging. Hij heeft mij niet goed geadviseerd over de hoogte van de bieding. Pas nadat een andere makelaar mij adviseerde het bod met € 10.000,– te verhogen ging de makelaar daarin mee. De deadline voor biedingen zou echter al verstreken zijn. Dit is mij nooit meegedeeld. Mijn hernieuwde bod werd uiteindelijk toch geaccepteerd. De overdracht zou op 8 mei plaatsvinden. Zonder te overleggen werd die datum echter op 1 mei gezet. Het was de makelaar ook niet opgevallen dat de verkoopmakelaar zelf een notaris had uitgekozen en dat heeft hij evenmin met mij overlegd. De makelaar heeft evenmin opgemerkt dat ik aanvankelijk maar een korte tijd had om mijn hypotheek te regelen.
Gelet hierop vind ik dat ik de makelaar maximaal € 500,– verschuldigd ben en wens ik € 3.000,– terugbetaald te krijgen.
Standpunt van de makelaar
Voor het standpunt van de makelaar verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De makelaar heeft alle grieven puntsgewijs betwist. Hij erkent wel dat de opvolging van de klacht niet volgens eigen norm van het kantoor is verlopen. Samenvattend stelt de makelaar dat zijn kantoor de consument op deskundige en zorgvuldige wijze heeft bijgestaan. De klacht lijkt vooral voort te komen uit een verschil van inzicht over de waarde van de woning en de dynamiek van de markt, die zich moeilijk laat voorspellen. De makelaar ziet niet in dat de courtage gematigd zou moeten worden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt vast dat de woning van de consument door bemiddeling van de makelaar is gekocht en dat de makelaar daarmee zijn opdracht heeft vervuld. Hoewel de consument kennelijk ontevreden was over het biedingsproces heeft hij de opdracht niet ingetrokken, maar heeft hij de makelaar laten bieden.
De verschuldigdheid van de courtage volgt in beginsel dus uit de opdracht. Omstandigheden die er toe zouden moeten leiden dat de makelaar in redelijkheid geen aanspraak zou mogen maken op de contractueel overeengekomen courtage zijn onvoldoende gesteld of gebleken, mede in het licht bezien van de gemotiveerde betwisting van de klachten door de ondernemer. Hoewel het optreden van het kantoor, naar de makelaar zelf heeft erkend, niet op alle punten de schoonheidsprijs verdient, is er geen plaats voor een (gedeeltelijke) kwijtschelding van de courage.
De voorgestelde klacht is ongegrond en daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen
Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. D. van den Brink, voorzitter, mevrouw J.P.J. De Kleermaeker , mevrouw mr. B.J. van Gent , leden, op 22 november 2024.