Gietvloer met esthetische gebreken leidt tot gedeeltelijke vergoeding aan consument

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie




Commissie: Afbouw    Categorie: gebreken / Herstel    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 209322/230681

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over meerdere visuele onvolkomenheden in een door de ondernemer aangebrachte polyurethaan gietvloer, zoals pluizen, bultjes, adervorming en onjuist afgewerkte naden. Hoewel de ondernemer herstel door hercoating voorstelde, durfde de consument dit niet aan vanwege het risico op beschadiging kort voor de plaatsing van keuken en meubels. De deskundige stelde vast dat de vloer inderdaad kleine gebreken vertoont, maar dat eenvoudige hercoating een afdoende oplossing had kunnen zijn. De herstelkosten werden begroot op € 695 exclusief btw. De commissie oordeelde dat de consument in redelijkheid herstel mocht weigeren en kende hem daarom een schadevergoeding van € 695 toe. Van het ingehouden bedrag van € 2.138,80 wordt dit aan de consument uitgekeerd; het restant van € 1.443,80 gaat naar de ondernemer.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een overeenkomst van aanneming van 20 december 2022 met betrekking tot het
aanbrengen van een polyurethaan gietvloer met transparante topcoating. De ondernemer heeft de
consument hiervoor belast bij factuur ad € 13.459,–.

De consument heeft een bedrag van € 2138,80 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt
het standpunt op het volgende neer.

De gietvloer voldoet niet aan richtlijnen SBRCURnet: deze vertoont meer dan het aantal toegestane
haartjes/pluizen en bultjes; er is uitloop; de naad is niet overal goed afgekit; de naad is zichtbaar bij de
deuropening; er is adervorming.

De ondernemer heeft aangeboden de vloer opnieuw te coaten kort voor plaatsing van de keuken en de
maatwerkmeubels. De uitvoerder gaf geen 100% zekerheid dat vloer dan hard genoeg zou zijn. Het
opnieuw plannen van de plaatsing zou tot grote vertraging en hoge kosten leiden. De ondernemer heeft
vervolgens een compensatie van € 300,– aangeboden, hetgeen de consument onvoldoende acht.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern
komt het standpunt op het volgende neer.

Naar de mening van de ondernemer zou het licht opschuren van de vloerafwerking en het opnieuw
aanbrengen van de transparante topcoating een prima oplossing geweest zijn voor het wegwerken van de
geringe onvolkomenheden in de gietvloer. Herstel 48 uur voor plaatsing van de keuken en de
maatwerkmeubels was zonder risico op beschadiging mogelijk geweest, anders dan de uitvoerder kennelijk
heeft meegedeeld.

Het deskundigenonderzoek
De deskundige heeft op 3 december 2023 een rapport uitgebracht over zijn bevindingen na
onderzoek van de vloer. Dat rapport vermeldt onder meer:
In het oppervlak van de vloerafwerking zijn zonder meer een grote hoeveelheid zeer kleine vervuilingen als
gemeld aanwezig, maar zij vallen nauwelijks op. Een lichte schuurgang en opnieuw topcoating aanbrengen
zouden een adequate en gebruikelijke herstelwijze zijn geweest, die ook 48 uur voor het aanvoeren van de
keuken nog uitgevoerd hadden kunnen worden.
Partijen zijn niet geïnteresseerd in technisch herstel maar wensen de bespaarde herstelkosten begroot te
krijgen. De begrote herstelkosten zijn € 695,– exclusief btw.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument had redelijkerwijs mogen afgaan op de mededeling van de uitvoerder dat geen 100%
zekerheid kon worden gegeven dat 48 uur voor het plaatsen van de keuken en de maatwerkmeubels de
gietvloer hard genoeg zou zijn. Hij heeft daarom in redelijkheid kunnen besluiten om ter vermijding van het
risico op beschadiging dan wel ter voorkoming van hoge kosten verbonden aan uitstel van plaatsing de
herstelwerkzaamheden niet te laten uitvoeren zo kort voorafgaand aan die plaatsing.
De ondernemer heeft in dat kader aan de consument een compensatie wegens bespaarde herstelkosten
aangeboden, die gelet op de begroting door de deskundige onvoldoende was. De commissie sluit zich aan
bij die begroting tot een bedrag van € 695,00 exclusief btw. Omdat het een begroting van door de
ondernemer bespaarde herstelkosten betreft komt de btw post niet voor vergoeding in aanmerking, die
immers voor de ondernemer verrekenbaar zou zijn geweest.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer is wegens bespaarde herstelkosten aan de consument een vergoeding verschuldigd van
€ 695,–.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend: € 695,00 dient aan de
consument te worden terugbetaald en € 1.443,80 dient te worden doorbetaald aan de ondernemer.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten
verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter,
de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 29 januari 2024.

Print/PDF