Grenzen stellen aan communicatie door VFAS advocaat.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Informatie    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV08-0299

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat ter zake de echtscheiding van de cliënt, de hoogte van de (onbetaalde) declaraties en de gevorderde schadevergoeding door de cliënt.   De cliënt heeft een deel van deze declaraties niet aan de advocaat voldaan. Het openstaande bedrag van € 11.125,32 is overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.   Standpunt van de cliënt   Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.   Ter zitting heeft de cliënt nog aangevoerd dat hij een andere advocaat heeft benaderd voor het regelen van zijn echtscheiding. Hij heeft gesteld dat hij slechts een kwart van hetgeen de advocaat in rekening heeft gebracht, aan zijn huidige advocaat behoeft te betalen terwijl dezelfde werkzaamheden zijn verricht tegen een hoger uurtarief.   Op grond van het voorgaande verzoekt de cliënt de commissie een vergoeding vast te stellen van € 1.000,–. Daarnaast wenst de cliënt een redelijke en billijke vaststelling van de declaraties, zodat deze aanzienlijk worden teruggebracht.   Standpunt van de advocaat   Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.   Ter zitting heeft de advocaat de stelling van de cliënt omtrent de declaraties van zijn huidige advocaat gemotiveerd weersproken.   Op grond van het voorgaande verzoekt de advocaat de commissie om de klachten van de cliënt ongegrond te verklaren en te bepalen dat de cliënt de openstaande declaraties van € 11.125,32 aan hem dient te voldoen.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.   Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil te komen wenst de commissie het navolgende op te merken. Blijkens de door beide partijen op 5 november 2008 ondertekende akte van compromis zijn zij overeengekomen om het geschil omtrent de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat en de hoogte van de declaratie aan de commissie voor te leggen. Blijkens het door de cliënt ingevulde klachtenformulier van de commissie en het ingediende verweerschrift van de advocaat betreft het geschil tevens de door de cliënt gevorderde schadevergoeding en de onbetaalde declaratie(s). Beide partijen hebben ter zitting van de commissie uitdrukkelijk erkend dat tevens de vordering tot schadevergoeding als ook de onbetaalde declaratie(s) in het geschil dient te worden betrokken. De commissie stelt derhalve vast dat de omvang van het geschil de kwaliteit van de dienstverlening, de hoogte van de declaraties, de gevorderde schadevergoeding en de onbetaalde declaraties omvat.   De kern van de klachten van de cliënt houdt in dat de advocaat veel te ruim heeft geschreven ter zake de echtscheiding van de cliënt. Centraal staat de vraag of de advocaat heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. De commissie is van oordeel dat de advocaat niet geheel heeft voldaan aan deze maatstaf. De commissie overweegt daartoe als volgt.   De belangen van de cliënt in zijn echtscheidingszaak zijn behandeld door de advocaat en zijn kantoorgenoot, [naam kantoorgenoot advocaat]. De advocaat heeft gesteld dat de cliënt met regelmaat omvangrijke brieven en mailberichten verzond. Ook nam de cliënt bijna dagelijks telefonisch contact op met het advocatenkantoor. De afspraken met de cliënt liepen – volgens de advocaat – altijd uit. Daarentegen heeft de cliënt aangevoerd dat hij onzeker was over zijn zaak en dat hij antwoord wenste van de advocaat op zijn correspondentie maar dat er telkens niet of laat daarop door de advocaat werd gereageerd. Gelet op het vorenstaande, de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat de advocaat voortvarender in de communicatie had mogen optreden. Zo had de advocaat uit zijn eigen verantwoordelijkheid de (onderwerpen van de) correspondentie van de cliënt moeten beperken. Uit de overgelegde stukken is de commissie gebleken dat die onderwerpen niet, althans niet allemaal, bij de advocaat thuis horen. Mitsdien had de advocaat meer grenzen moeten stellen aan de communicatie tussen hem en de cliënt. Temeer daar ter zitting is gebleken dat de advocaat is gespecialiseerd in de echtscheidingspraktijk en is aangesloten bij de VFAS (Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars) waarvan de leden – zo is de commissie ambtshalve bekend – gespecialiseerd zijn in familierecht en hiertoe de benodigde opleiding moeten volgen. Naar het oordeel van de commissie mag van de advocaat juist in die hoedanigheid worden verwacht dat hij paal en perk stelt aan de communicatie tussen hem en de cliënt ter vermijding van de grote stroom van e-mails en telefoongesprekken tussen hem en de cliënt.   Het geheel overziende is de commissie van oordeel dat de advocaat niet geheel heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Hierin ziet de commissie aanleiding de declaraties van de advocaat naar redelijkheid en billijkheid te matigen. Mitsdien zal uit het depotbedrag van € 11.125,32 een bedrag van € 7.000,– aan de advocaat worden uitgekeerd, het resterende bedrag van € 4.125,32 zal aan de cliënt worden gerestitueerd. Nu de klacht van de cliënt ten dele gegrond wordt verklaard ziet de commissie daarin aanleiding de advocaat te veroordelen tot vergoeding van de helft van het klachtengeld derhalve een bedrag van
€ 25,–. Bovendien dient de advocaat – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage van € 57,50 in de behandelingskosten van de commissie te voldoen. De commissie ziet geen aanleiding voor het toekennen van enige schadevergoeding nog daargelaten dat de cliënt de vordering tot schadevergoeding op geen enkele wijze heeft onderbouwd.   Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft – naar het oordeel van de commissie – geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.   Derhalve dient als volgt te worden beslist.   Beslissing   De commissie stelt de totale resterende betalingsverplichting van de cliënt vast op € 7.000,–. Met in achtneming van het vorenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Een bedrag van
€ 7.000,– wordt aan de advocaat overgemaakt; een bedrag van € 4.125,32 wordt aan de cliënt gerestitueerd. Overeenkomstig het reglement van de commissie wordt het klachtengeld over partijen verdeeld zodat de advocaat aan de cliënt, die deze kosten heeft voldaan, een bedrag van € 25,– dient te vergoeden.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag van € 57,50 (zijnde de helft van het vastgestelde bedrag aan behandelingskosten) verschuldigd.   De commissie wijst het meer anders verzochte af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, op 27 mei 2009.