Grindvloer vertoont slechts enkele kleine gebreken die onder normale nazorg vallen

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: Ondeugdelijke levering    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: AFB10-0001

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 3 februari 2009 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leggen van een [merknaam] grindvloer tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 2.488,40 inclusief BTW.   De consument heeft een bedrag van € 988,40 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De verlichting in de vloer is niet uitgemeten. De vloer is dermate ongelijkmatig dat er geen plinten gelegd konden worden. De seal laag in het toilet heeft gaten. Er is seal laag op de toiletpot en op de tegelwand terechtgekomen. De vloer in de meterkast is zeer ongelijk.   De consument verlangt, naar de commissie begrijpt, dat een deskundige het werk beoordeelt en aangeeft welk bedrag de consument dient te betalen.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De verlichting in de vloer is aangebracht op aanwijzing en met goedkeuring van de consument. Gelet op de staat van de ondervloer is de gelegde vloer niet te ongelijkmatig. Er is aangeboden de gaatjes in de seallaag te herstellen, maar de consument heeft daar geen gebruik van willen maken. Er is aangeboden dit schoon te maken, maar de consument heeft daar geen gebruik van willen maken. Vanwege de beperkte ruimte en de aanwezige leidingen is het altijd lastig de vloer in de meterkast goed vlak te smeren. Deze ruimte wordt daarom ook nooit belast.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Hoewel de ondernemer onverminderd bereid is de herstelwerkzaamheden zelf uit te voeren, kan hij zich er ook mee verenigen dat de herstelkosten door een derde worden uitgevoerd en dat de redelijke kosten in mindering worden gebracht op het bedrag dat de consument aan de ondernemer verschuldigd is. De commissie mag de nieuwe klacht, die is opgekomen tijdens het deskundigenonderzoek, meenemen.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Met betrekking tot klacht 1: de verlichting.
De verlichting is op zich niet amateuristisch geplaatst, alleen de plaats van twee lampjes wordt als ongewenst ervaren. Consument geeft aan dat hij heeft aangegeven dat de lampjes vooraf even door aannemer dienden te worden uitgemeten. Aannemer geeft aan dat op de vloer kruisjes waren gezet waar de lampjes moesten komen. Consument geeft daarop aan dat dit inderdaad het geval was, maar dat daarbij is aangegeven dat de plaats van de lampjes wel moest worden gecontroleerd. Aannemer geeft aan daarvan niet op de hoogte te zijn en de lampjes precies op de kruisjes te hebben aangebracht. Aannemer geeft aan dat bewoner niet aanwezig was bij de werkzaamheden en derhalve geen instructie heeft kunnen geven als “meet de kruisjes even na” en evenmin de moeite heeft genomen om dit thans belangrijke punt persoonlijk te beïnvloeden door zijn aanwezigheid.   Dat de lampjes precies op de kruisjes zijn aangebracht, wordt niet door consument betwist. Bij nameting blijkt het lampje aan de linkerzijde (zie fotobijlage) circa 39 centimeter uit de linkerwand van de erker te liggen en het lampje aan de rechterzijde circa 51,5 centimeter uit de rechterwand van de erker. Optisch is er naar de mening van deskundige geen sprake van een opvallend fenomeen.   Met betrekking tot klacht 2: de ongelijkmatigheid van de vloer. In de leefkuil is onder een rei met een lengte van 1 meter geen grotere gaping aangetroffen dan 2,7 millimeter. Op een afstand van circa 1 meter daalt de vloer ter plaatse van de aanbouw circa 6 millimeter, een hoogteverschil dat vanwege de geringe dikte van de vloerafwerking (8-10 millimeter) slechts verklaard kan worden door het niet vlak zijn van de dekvloer daaronder. In de gang is een groter hoogteverschil aangetroffen. Op de breedte van de gang (circa 3 meter) is een absoluut hoogteverschil aan de top van de grindvloer vastgesteld van 38 millimeter, waarbij het laagste punt licht overeenkomt met de helling van deze dijkwoning. Ter plaatse van het voormalige kruipluik is sprake van een enigszins sterker aflopende helling van de grindvloer (4 millimeter lager dan het gedeelte naast het kruipluik, dat zelf 34 millimeter lager ligt dan de overstaande zijde van de grindvloer). Ter plaatse is door aannemer een sparing gevuld met 50 millimeter grindvloer. Aannemer geeft aan vooraf niet op de hoogte te zijn geweest van deze sparing, de vloer diende volgens haar voorwaarden immers voldoende vlak te zijn. Doordat hiermee een aanzienlijke hoeveelheid materiaal gemoeid ging, was onvoldoende materiaal aanwezig voor het uitvoeren van de meterkast, waar een sparing van circa 100 millimeter diep aanwezig was. Deze is door aannemer op een later moment nog uitgevoerd. Het niet vlak zijn in de gang komt overeen met de helling van de woning. Bovendien geeft consument aan dat de nog aanwezige vloer in de keuken een gelijke niet-vlakheid kent als de tegelvloer in de gang had. De niet-vlakheid in de keuken is aanzienlijk, maar verklaart nog geen hoogteverschil van 38 millimeter. Dit moet afkomstig zijn uit het niet horizontaal liggen van de vloer in de gang zelf. Bij het aanbrengen van een zeer dikke laag grof natuursteengrind is een inklinking bij verdichten te verwachten en bovendien was er sprake van een onverwacht materiaaltekort. De vloer in de gang is inderdaad zeer onvlak, maar dit uit zich vooral in een scheve ligging en niet als niet vlak zijn als zodanig. De vloer sluit daarbij nauwkeurig aan op de vloer in het toilet en de tegelvloer in de keuken, hetgeen ook bij herstel zo zal moeten blijven, maar aangeeft dat met name de ondergrond uitermate ongelijk en scheefliggend is geweest. In de woonkamer is geen sprake van een overmatige niet-vlakheid. Consument demonstreert het wankelen van een houten tafel met een afstand tussen de (niet van vilt voorziene) poten van 900 millimeter, waarbij circa 2 millimeter ruimte onder één poot ontstaat. Dit is volkomen normaal bij een meubel dat op vier poten staat en waarbij geen compensatie door vilten voetjes of zetting in het meubel zelf kan plaatsvinden. Consument wijst ter plaatse nog op een aantal ruwe plekken in het vloeroppervlak en voegt deze aan het geschil toe. Het betreft inderdaad een ruwer deel juist onder de laagste traptrede in de gang en op de overgang van gangvloer naar meterkast (later aangebracht). Vanwege het gebruikte materiaal kan dit eenvoudig worden bijgewerkt (ongeverfde marmerkorrels).   Met betrekking tot klacht 3: de gaten in de seallaag in toilet. Dit is een normaal voorkomend verschijnsel, zeker bij grindvloeren vervaardigd uit grof grind. Het fenomeen komt voort uit het nazakken van de natte dichtzetmassa in de relatief grote poriën van dit type vloerafwerking en wordt in het algemeen opgelost door de dichtzetmassa plaatselijk nogmaals aan te brengen. Deze nabehandeling, normaal gesproken als standaard service uitgevoerd, heeft niet plaatsgevonden.   Met betrekking tot klacht 4: de besmeuring van de toiletpot en tegelwerk met de seallaag Consument geeft aan dat een en ander nog exact zo is als na aanbrengen en dat door hem geen werkzaamheden zijn verricht om enige verandering aan het werk te bewerkstelligen. De aanwezigheid op tegels en toiletkeramiek is vastgesteld. Deskundige was in staat om met een vingernagel de besmeuring te verwijderen. Dat de tegels en toiletpot worden besmeurd is niet te voorkomen bij het aanbrengen van een seallaag. De materialen moeten immers tot aan de wand worden aangebracht, waarbij te weinig materiaal direct leidt tot de gaatjes als bedoeld bij klacht 3. Wordt voldoende materiaal aangebracht, neemt de kans op besmeuren toe en de kans op het ontstaan van gaatjes af. Gebruikelijk is om de besmeuring (die nauwelijks hecht op keramische oppervlakken als tegels en toiletpotten) te verwijderen met een scheermesje of dergelijke.   Met betrekking tot klacht 5: de ongelijkheid van de vloer in de meterkast. Behoudens de ruwheid van de aansluiting van gangvloer met vulling gangkast is er geen sprake van bovenmatige ongelijkheid. Genoemde ruwheid is eenvoudig op te lossen.   Algemeen: Consument betitelt het werk als “kwalitatief prutswerk”. Dit is niet een juiste weergave van hetgeen deskundige ter plaatse aantrof. Er is reden voor enig verbeterwerk, waarvan het grootste deel onder normale nazorg valt. Alleen de nieuwe klacht ten aanzien van ruwe delen acht deskundige een klacht van enige betekenis.   Herstel is relatief eenvoudig mogelijk. Alleen met betrekking tot klacht 1 is vervanging van de vloer noodzakelijk. Klacht 5 is alleen herstelbaar in combinatie met klacht 1 indien toegewezen.   Klacht 1: Vervanging vloer zitkuil: 16 m², sloop + opnieuw aanbrengen, hergebruik led’s: € 800,–. Klacht 2: Aanbrengen extra overlaging na gedeeltelijke verlaging gangvloer, 11m²: € 1.000,–. Klacht 3: Aanbrengen aanvullende seallaag (uren + € 10,00 materiaal): € 75,–. Klacht 4: Reinigen tegels/toiletpot (uren): € 75,–. Klacht 5: Nihil. Toegevoegde klacht: alleen indien klacht 2 niet wordt toegewezen: uren + materiaal: € 150,–.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Gelet op de inhoud en strekking van het deskundigenrapport dienen de klachten van de consument met betrekking tot de verlichting (klacht 1), de ongelijkmatigheid van de vloer (klacht 2) en de vloer in de meterkast (klacht 5) afgewezen te worden. De ondernemer is op deze punten niet tekort geschoten in de geleverde kwaliteit.   De klachten van de consument met betrekking tot de gaatjes in de seallaag (klacht 3) en de besmeuring van de toiletpot en de tegels (klacht 4) zijn gegrond. De nieuwe, aanvullende klacht is gelet op het deskundigenbericht eveneens gegrond. De ondernemer heeft de klacht ook niet weersproken.   De ondernemer zal niet worden verplicht de herstelwerkzaamheden zelf uit te voeren. De consument dient deze werkzaamheden door een derde te laten uitvoeren. De hieraan verbonden redelijke kosten worden begroot op € 300,– inclusief BTW, welk bedrag in mindering komt op het bedrag dat de consument aan de ondernemer verschuldigd is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 300,– inclusief BTW. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 230,–.   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Van het depotbedrag ad € 988,40 dient een bedrag ad € 688,40 aan de ondernemer te worden doorbetaald en het restant ad € 300,– aan de consument te worden terugbetaald.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, op 21 september 2010.