Hairextensions; consument kreeg verkeerde kleur haar dan was besteld. De mogelijkheid tot een eventuele deugdelijke nakoming/herstel heeft de consument de ondernemer niet geboden, klacht ongegrond.

  • Home >>
  • Uiterlijke verzorging >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Uiterlijke verzorging    Categorie: Haarverzorging    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 83820

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 10 december 2013 door de ondernemer aan het haar van de consument uitgevoerde behandeling (het plaatsen van hairextensions), waarvoor door de consument een prijs is betaald van € 279,80.

De consument heeft haar klacht op 16 december 2013 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 10 december 2013 heb ik hairextensions bij de ondernemer laten zetten. Toen ik op de kappersstoel zat bleek dat het bestelde haar de verkeerde kleur had. Hierdoor hebben zij het haar donkerder moeten verven. Toen ik thuiskwam vertelde mijn moeder mij dat het haar er niet uitzag en dat het te donker geverfd was waarbij de extensions ook nog mat waren uitgeslagen. Dat had ik zelf niet opgemerkt toen de kapster klaar was. Naast het kleurverschil van mijn eigen haar met de extensions waren de bontjes niet meegekleurd, dat kan trouwens ook niet. Daardoor zag je de aanhechtingen van de extensions ook heel goed zitten. Verder waren de extensions te dicht op mijn haarlijn gezet en dat leidde ertoe dat ik last van jeuk op mijn hoofd kreeg. Dat zorgde voor irritatieplekken. Ook zaten er nog lijmresten tussen het haar. Toen ik enkele dagen later terugging naar de ondernemer heeft hij mij als oplossing alleen aangeboden om de extensions opnieuw te verven. Daar was ik het niet mee eens. Het opnieuw verven van de extensions zou niet goed zijn, hetgeen ik van verschillende andere kappers heb vernomen.

Ter zitting is namens de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Op 10 december 2013 zijn de hairextensions door de ondernemer geplaatst. Op 11 december 2013 ben ik bij een andere kapster geweest van wie een verklaring bij de dossierstukken zit. Die kapster heeft op dat moment niets aan het haar gedaan. Ik ben op zaterdag 14 december 2013 teruggeweest in de winkel van de ondernemer. Zij hebben er toen naar gekeken en als oplossing aangeboden dat het haar opnieuw zou worden geverfd. Daar kon ik mij niet in vinden. Dat zou betekenen dat ook mijn eigen haar geverfd zou moeten worden en dat wilde ik niet. Ik wilde dat zij de hairextensions eruit zouden halen en nieuwe hairextensions zouden plaatsen. Zij hadden namelijk de verkeerde kleur hairextensions geplaatst. Ik heb dus gezegd dat ik dat niet accepteer. Ik heb vervolgens nog meerdere oplossingen voorgesteld, maar daar wilde de ondernemer niet op ingaan. Ik heb geen vertrouwen meer in de ondernemer. Mijn eigen haar verf ik altijd zelf. Dat doe ik al zeven à acht jaren om de maand. Ik was voor de laatste behandeling bij de ondernemer al vier of vijf keer bij hem geweest voor behandelingen. Doorgaans werden er dan zo’n ongeveer 50 hairextensions geplaatst.
Mijn grootste klacht is dat de geplaatste hairextensions niet dezelfde kleur hadden als mijn eigen haar. Dat was veel donkerder, bijna tegen zwart aan. De ondernemer heeft ook toegegeven dat de kleur afweek van dat van mijn eigen haar. Daarnaast kleurden de bontjes veel lichter op omdat die niet meegekleurd konden worden. Ook waren de hairextensions te dicht op mijn hoofdhuid geplaatst, hetgeen jeuk opleverde en was er ten slotte sprake van lijmresten. Na dat bezoek op die zaterdag was ik in feite klaar met de ondernemer. Ik heb toen nieuwe hairextensions door een andere kapster laten zetten. Die heb ik nu al 5 maanden en daar ben ik erg tevreden over.

De consument verlangt dat de overeenkomst van 10 december 2013 zal worden ontbonden en dat zij het door haar betaalde bedrag van € 279,80 zal terugkrijgen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 10 december 2013 zijn er inderdaad extensions ingezet bij de consument. Wij hebben de extensions op professionele wijze ingezet en hebben de kleur iets moeten aanpassen. De klacht dat de extensions te donker waren ingekleurd hebben wij goed in behandeling genomen en wij hebben de consument aangeboden om de kleur aan te passen en verdere eventuele bijkomstige nadelen op te lossen. Wij hebben er alles aan gedaan om de consument tevreden te willen stellen. Er was slechts één optie bij de consument en dat was volledige teruggave van het geld. Verdere communicatie was uitgesloten. Nogmaals, hebben wij alles aangeboden wat wij konden doen (kleurverbetering, conditionering en eventuele verdere behandelingen indien er nog nadelige gevolgen voor de consument zouden voordoen). De consument heeft niets willen accepteren. Er was maar één ding wat zij wilde en dat was geld. Bijzonder vervelend en wij zijn daar niet in meegegaan.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Tijdens mijn bezoek op 26 maart 2014 waren de extensions niet meer aanwezig in het haar van de consument en daarom niet meer door mij te beoordelen. Zij heeft de betreffende extensions medio
20 december 2013 elders laten verwijderen. Ik heb op de laptop van de consument wel naar de foto’s kunnen kijken die daags na het plaatsen gemaakt waren. Hierop was onder andere kleurverschil zichtbaar aan de achterkant van het haar. Tevens kun je de bontjes op sommige plaatsen goed zien zitten. De eerder vermelde lijmresten zijn op de foto niet goed zichtbaar.

Naar het vaktechnisch oordeel van de deskundige is de omvang van het geconstateerde gebrek gering omdat de behandeling ruim drie maanden na dato niet meer zichtbaar is in het haar. De consument heeft het ongeveer één week na de behandeling laten verwijderen zodat er, indien van toepassing, geen gevolgschade aan het haar is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer dient – conform de regels in ons burgerlijk recht en ook volgens de algemene voorwaarden – in de gelegenheid te worden gesteld om tot herstel over te gaan indien hij wordt aangesproken over het verrichten van een verkeerde behandeling, in deze zaak meer in het bijzonder ter zake het herstel van het kleurverschil tussen de door de ondernemer geplaatste hairextensions en het eigen haar van de consument. De ondernemer stelt dat hem die gelegenheid niet is geboden.
De ondernemer heeft namelijk (als oplossing) voorgesteld om al het haar van de consument opnieuw te verven. De consument is daar echter niet op ingegaan en heeft erop gestaan dat de ondernemer de geplaatste hairextensions zou vervangen, hetgeen de ondernemer klaarblijkelijk niet wenste.
De vraag die voorligt, is of de ondernemer een deugdelijke vorm van herstel (alles opnieuw verven) heeft voorgesteld om daarmee tot een correcte nakoming van de op hem rustende behandelingsverplichting over te kunnen gaan. De commissie is van oordeel dat dat wel het geval is geweest, te meer nu de consument ook zelf om de maand haar eigen haar verft, zoals zij ter zitting heeft aangegeven. Van de consument had verwacht mogen worden dat zij de ondernemer wel de gelegenheid zou hebben geboden om alsnog tot een deugdelijke nakoming/herstel over te gaan, meer in het bijzonder het opnieuw verven van het volledige haar en/of andere bijkomende behandelingen. De consument wenste daar echter niet meer op in te gaan en heeft in het licht van de omstandigheden van het geval te snel de ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen
(en derhalve teruggave van het door haar betaalde bedrag geëist). De mogelijkheid tot een eventuele deugdelijke nakoming/herstel heeft de consument de ondernemer niet meer geboden. Dat valt de consument euvel te duiden. De commissie acht het door de ondernemer gedane herstelvoorstel redelijk en is van oordeel dat de consument geen recht op ontbinding en dus teruggave van de betaalde prijs toekomt. Ontbinding is ook een zogenaamd ultimum remedium en dus het laatste en meest verstrekkende middel dat pas aan de orde komt als nakoming/herstel door de ondernemer niet meer tot de mogelijkheden behoort, hetgeen in deze zaak niet is komen vast te staan. Dat betekent dat de klacht van de consument ongegrond wordt bevonden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht van de consument is ongegrond. De door de consument verlangde ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Uiterlijke Verzorging op 26 mei 2014.