Heraansluitkosten zijn niet altijd bindend voor de consument

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Algemene voorwaarden / Kosten    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 23960/29749

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De aanbieder heeft de telefoonaansluiting van de consument afgesloten, wegens het niet betalen van een factuur. Bij heraansluiting heeft zij heraansluitkosten in rekening gebracht, waartegen de consument ageert. De ondernemer stelt zicht echter op het standpunt dat de consument akkoord is gegaan met haar algemene voorwaarden. Daaruit volgt dat kosten in rekening gebracht mogen worden. Weliswaar zijn de algemene voorwaarden de basis voor heraansluitkosten, maar niet duidelijk is om welke kosten het gaat. De in het geschil aangehaalde tarievenlijst is niet opgenomen in de algemene voorwaarde noch maakt daarvan deel uit. Daardoor is het voor de consument niet duidelijk welke verplichtingen hij of zij aangaat. Het beding voldoet niet aan het transparantievereiste. Er is sprake van een oneerlijk beding dat de consument niet kan binden. De commissie acht de klacht gegrond en draagt de ondernemer op de heraansluitkosten te crediteren.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer bij de consument heraansluitkosten in rekening mag brengen nadat de consument is afgesloten vanwege het niet betalen van een factuur.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument stelt dat de ondernemer ten onrechte tot tweemaal toe heraansluitkosten in rekening heeft gebracht ad € 28,00 per keer. De consument stelt dat het de ondernemer niet is toegestaan dergelijke kosten in rekening te brengen. Volgens de consument staat niet in de algemene voorwaarden dat [naam ondernemer] dergelijke kosten in rekening mag brengen. Bovendien is dit in strijd met de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3772).

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer stelt zich op het standpunt dat haar algemene voorwaarden wel degelijk in de mogelijkheid voorzien om heraansluitkosten in rekening te brengen indien zij de consument heeft afgesloten vanwege het niet betalen van de rekening. Zij verwijst in dit verband naar de volgende bepalingen in haar algemene voorwaarden:

4.9.1 [Naam telecomaanbieder] heeft het recht, onverminderd haar overige rechten en zonder schadeplichtig te zijn, de Dienst met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk op te schorten en/of buiten gebruik te stellen:
a. indien je niet voldoet aan jouw betalingsverplichting of aan jouw overige verplichting(en) uit de Dienstovereenkomst
(…)

4.9.2. Tot indienststelling van de Dienst wordt weer overgegaan als je binnen een door [naam telecomaanbieder] vastgestelde redelijke termijn alsnog jouw onder artikel 4.9.1. sub a van deze Voorwaarden genoemde verplichtingen bent nagekomen en de kosten voor buitengebruikstelling en indienststelling aan [naam telecomaanbieder] hebt voldaan.

De hoogte van de heraansluitkosten blijkt volgens de ondernemer uit de tarievenlijst, zoals deze is te vinden op de website van de ondernemer.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat de ondernemer niet gebonden is aan de uitspraak van de rechtbank Amsterdam aangezien zij bij die procedure geen partij was. Een rechterlijke uitspraak is niet “algemeen verbindend” zoals de consument heeft gesteld, maar bindt alleen de partijen die bij die procedure betrokken waren.

Dat betekent dat de commissie zelfstandig moet beoordelen of het in rekening brengen van heraansluitkosten op de wijze zoals hier aan de orde in strijd is met het consumentenrecht en in het bijzonder of sprake is van het hanteren van een oneerlijk beding.

In dit verband overweegt de commissie dat de hoogte van de heraansluitkosten niet blijkt uit de algemene voorwaarden. Deze kosten staan weliswaar in de tarievenlijst die te vinden is op de website van de ondernemer maar in artikel 4.9.2 van de algemene voorwaarden, dat de grondslag vormt voor het in rekening brengen van heraansluitkosten, wordt niet naar die tarievenlijst verwezen. De tarievenlijst maakt ook geen onderdeel uit van de algemene voorwaarden van de ondernemer. In de algemene voorwaarden wordt enkel naar de tarieven op de website verwezen in het kader van de verbruikskosten (bellen, berichten en datagebruik).

Dit betekent dat het voor de contracterende consument niet duidelijk is welke verplichting hij of zij aangaat ten aanzien van deze heraansluitkosten. Het beding voldoet daarom niet aan het transparantievereiste. Bovendien zijn de kosten die de ondernemer in dit verband bij de consument in rekening kan brengen op geen enkele wijze contractueel beperkt. De ondernemer kan dat bedrag eenzijdig vaststellen en bovendien op ieder moment eenzijdig wijzigen. Hierdoor wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord en is het beding oneerlijk. Dit beding kan de consument daarom niet binden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient de aan de consument in rekening gebrachte heraansluitkosten ad in totaal € 56,00 te crediteren. Voor zover de consument dit bedrag reeds aan de ondernemer heeft betaald, moet dit worden terugbetaald.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,00 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer mr. H.F.R. Heemstra, voorzitter, de heer A.E.R. de Veer, mevrouw mr. M.E.A. Möhring, leden, op 11 september 2020.