Herstel gebreken verplicht: ondernemer moet werkzaamheden uitvoeren en kosten vergoeden

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: Herstel    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 230449/242497

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over ernstige gebreken in stuc- en schilderwerk aan zijn woning. Een deskundige stelde herstelkosten vast van € 20.272,50. De ondernemer reageerde niet op het tussenadvies, het deskundigenrapport of de zitting. De Geschillencommissie Afbouw verklaarde de klacht gegrond en verplicht de ondernemer tot herstel binnen twee maanden, zonder kosten voor de consument. Daarnaast moet de ondernemer € 165 vergoeden voor eerder door de consument betaalde dak herstel en € 127,50 klachtengeld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden.

Deskundigenrapport

De naar aanleiding van het tussenadvies door de commissie benoemde deskundige, de heer E.C. van der Plas, heeft blijkens zijn rapport van 14 oktober 2024, voor zover thans van belang, vastgesteld dat naar zijn vaktechnisch oordeel de omvang van de problemen ernstig en opvallend is. Voor een andere omschrijving van de door de deskundige geconstateerde gebreken verwijst de commissie kortheidshalve naar het deskundigenrapport. Herstel is volgens de deskundige mogelijk door het uitvoeren van de in het deskundigenrapport omschreven werkzaamheden. De deskundige begroot de kosten die aan de herstelwerkzaamheden verbonden zijn voor materiaal en arbeidsloon op een bedrag van € 20.272,50 inclusief btw.

Standpunt van de consument

De consument heeft in zijn reactie van 30 oktober 2024 op voormeld deskundigenrapport aangegeven zich hierin te kunnen vinden, met dien verstande dat hij in de kostenbegroting de kosten van een hoogwerker mist en dat de eerder gemaakte kosten voor herstel van het platte dak van € 165,– nog moeten worden meegenomen in de kostenbegroting.

Hiernaast heeft de consument zijn zorg uitgesproken dat de kans dat de ondernemer zonder ‘dwang’ vanuit de Geschillencommissie, mocht de ondernemer veroordeeld te worden tot herstel, de herstelwerkzaamheden gaat uitvoeren niet al te groot acht. De consument vraagt de commissie hier in haar uitspraak rekening mee te houden.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft niet gereageerd op het tussenadvies en ook niet op het deskundigenrapport van 14 oktober 2024. Hoewel daartoe volgens het deskundigenrapport op 5 september 2024 uitgenodigd, is de ondernemer ook niet bij het onderzoek ter plaatste door de deskundige aanwezig geweest.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie handhaaft hetgeen zij in het tussenadvies van 20 augustus 2024 heeft overwogen en beslist.

De commissie is van oordeel dat de deskundige in zijn deskundigenrapport van 14 oktober 2024 de door hem geconstateerde gebreken in de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden voldoende duidelijk heeft omschreven en ook voldoende heeft gemotiveerd waarom deze gebreken tekortkomingen zijn in de uitvoering van de door de consument aan de ondernemer verstrekte opdracht. Met andere woorden, de deskundige heeft zijn vaktechnisch oordeel voldoende onderbouwd en dit vaktechnisch oordeel van de deskundige komt de commissie voldoende overtuigend over.

De commissie stelt vast dat de consument heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het deskundigenrapport van 14 oktober 2024. De ondernemer heeft niet gereageerd op dit deskundigenrapport.

De commissie neemt de conclusies en aanbevelingen van de deskundige gelet op wat hiervoor is overwogen over.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De consument heeft in het door hem op 30 juli 2024 geüploade bestand ‘Samenvatting klachten [bedrijf] versus [bedrijf] aangegeven primair te kiezen voor nakoming en niet voor een schadevergoeding. De consument heeft nadien geen ander standpunt ingenomen.

Gelet op het vorenstaande zal de commissie de ondernemer verplichten tot het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden zoals omschreven in het deskundigenrapport van 14 oktober 2024 onder 5. Herstel. De ondernemer dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 2 maanden na de verzenddatum van dit bindend advies met deze herstelwerkzaamheden te beginnen en deze binnen één maand na aanvang af te ronden. Indien en voor zover het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden vanwege weersomstandigheden, volgens objectieve maatstaven (werkbare dagen) niet mogelijk is worden de hiervoor genoemde termijnen met het aantal niet werkbare dagen verlengd. Het staat partijen vrij gezamenlijk hiervan afwijkende termijnen af te spreken.

Hiernaast dient de ondernemer aan de consument te vergoeden de eerder op kosten van de consument uitgevoerde werkzaamheden aan het platte dak ten bedrage van € 165,–.

Nu de ondernemer door de commissie wordt verplicht tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden en dus niet tot het betalen van een vervangende schadevergoeding kan in beginsel in het midden worden gelaten of de kosten van een hoogwerker geacht moet worden te zijn begrepen in de door de deskundige begrote herstelkosten.
Uitsluitend voor het geval het betalen van een vervangende schadevergoeding aan de orde komt, geeft de commissie aan partijen mee dat de kostenbegroting van de deskundige inclusief klim- en steigermaterieel is en dat naar het oordeel van de commissie een hoogwerker onder klim- en steigermaterieel valt.

Het reglement van de commissie – zie in het bijzonder artikel 17 – voorziet niet in dwangmiddelen zoals door de consument verzocht. De consument heeft ook niet aangegeven welke dwangmiddelen hij in gedachten heeft. Of de consument, indien de ondernemer zijn de nakomingsverplichting niet (tijdig) nakomt, deze nakomingsverplichting zal kunnen omzetten in een verplichting tot het betalen van een vervangende schadevergoeding kan de commissie pas beoordelen indien de consument daar een beroep op doet. De commissie kan daar niet op vooruitlopen.

Wat verder is aangevoerd, kan niet leiden tot een andere beslissing en blijft daarom onbesproken.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient de herstelwerkzaamheden zoals omschreven in het deskundigenrapport van 14 oktober 2024 onder ‘5. Herstel’ uit te voeren binnen de in dit bindend advies omschreven termijnen zonder daarvoor kosten bij de consument in rekening te brengen.

Hiernaast dient de ondernemer aan de consument te vergoeden een bedrag van € 165,–.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

De commissie wijst af het meer of anders verlangde.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, de heer H.H. van der Linden, leden, op 26 november 2024.

Opslaan als PDF