Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
254059/394429
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een klacht ingediend bij de Geschillencommissie Energie over een te hoge gasrekening, veroorzaakt doordat zijn slimme meter lange tijd geen standen doorgaf. Hierdoor werd het verbruik verkeerd verdeeld over twee jaren. De consument vond dat dit nadelig voor hem uitpakte, onder andere vanwege het prijsplafond en de energiebelasting. Tijdens de zitting gaf de ondernemer toe het verbruik alsnog eerlijk over beide jaren te verdelen. Beide jaarrekeningen zijn daarop herzien. De consument ging akkoord met de aangepaste rekening voor 2021/2022, maar had nog bezwaar tegen de rekening van 2022/2023. De ondernemer paste deze opnieuw aan, maar de consument reageerde daar niet meer op. De commissie stelt vast dat de laatste versie van de jaarrekening aansluit bij wat de consument eerder had gevraagd. Ook is het termijnbedrag aangepast naar het oude, vertrouwde bedrag. De commissie oordeelt daarom dat de klacht inhoudelijk is opgelost. Omdat de klacht terecht was ingediend, moet de ondernemer wel het klachtengeld van € 52,50 aan de consument vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
In hoofdzaak gaat het geschil over de toerekening van gasverbruik over twee jaren, nadat geconstateerd was dat de slimme meter niet de meterstanden doorgaf. Beide jaarrekeningen zijn uiteindelijk herzien.
Beoordeling
Het geschil gaat over de wijze waarop de betalingen van de consument (die hij verrichtte via de bank) verwerkt werden door de ondernemer. Ook klaagt de consument over het in rekening gebrachte gasverbruik. Volgens de jaarnota 2022/2023 moest de consument een bedrag van € 2.862,51 bijbetalen.
Omdat de consument eenzijdig een betalingsregeling startte zonder overleg met de ondernemer, ontstonden problemen. Inmiddels zijn deze opgelost door het formaliseren van een betalingsregeling onder kwijtschelding van aanmaankosten.
Met de jaarnota 2022/2023 is een gasverbruik van 3.146 m³ in rekening gebracht. Dat verbruik was mede in het jaar daarvoor afgenomen. De slimme meter bleek niet te communiceren (transponder kapot), met als gevolg dat de stand 13.046 genoteerd werd als begin- en eindstand in de jaarrekening 2021/2022.
Dat leidde overigens tot een terugbetaling aan de consument van € 1.513,20. Toen de meter vervangen werd op 6 februari 2024 werd een stand genoteerd van 16.746. Om die reden werd in de jaarnota 2022/2023 3.146 m³ afgerekend (16.192-13.046). De ondernemer betoogde aanvankelijk dat de verschuiving van het verbruik (door in plaats van in 2021/2021 af te rekenen in 2022/2023) voor de consument niets uitmaakte, omdat hij een 5-jaarscontract had en daarom de gasprijzen in 2021/2022 en 2022/2023 dezelfde waren. Ter zitting weersprak de consument dat. Hij betoogde dat toerekening aan het verbruiksjaar van belang was, onder meer voor het prijsplafond en energiebelasting. Om die reden zegde de ondernemer ter zitting toe het verbruik over de beide jaren te spreiden conform de meterstanden als ter zitting besproken.
De ondernemer heeft vervolgens beide jaarrekeningen herzien. De consument is akkoord gegaan met de herziene jaarrekening 2021/2022 (tegoed wordt € 332,89 in plaats van € 1.513,20), maar met de jaarrekening 2022/2023 was hij niet akkoord, omdat een andere eindstand gehanteerd werd dan afgesproken. De ondernemer heeft vervolgens de herziene jaarrekening 2022/2023 nogmaals herzien. De consument heeft, hoewel daarnaar gevraagd, niet meer op die laatste herziening gereageerd.
De commissie constateert dat in die jaarrekening 2022/2023 als beginstand de eindstand van de jaarrekening 2021/2022 genoemd wordt (de consument noemt in zijn mail van 2 september 2024 een onjuist getal) en dat als eindstand de door de consument genoemde stand (16.192) gevolgd wordt. Volgens die jaarrekening is de consument € 1.534,81 verschuldigd, waar het eerst € 2.862,51 was.
De commissie is van oordeel, nu de jaarrekening 2021/2022 volgens de consument akkoord is en de jaarrekening 2022/2023 herzien is als door hem gevraagd, dat de klacht voor zover deze ziet op het afgerekende verbruik daarmee opgelost is.
Ter zitting en nadien is er nog discussie geweest over toepassing van het prijsplafond. De ondernemer heeft er terecht op gewezen dat het plafond niet van toepassing is, nu de in beide jaarrekeningen gehanteerde prijzen onder dat plafond liggen. Opgemerkt dient nog te worden dat de ondernemer bericht heeft dat het in de herziene jaarrekening 2022/2023 genoemde termijnbedrag niet van toepassing is. Het bedrag dat de consument gewend was, blijft de ondernemer hanteren.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is, maar dat in de loop van de procedure aan de klacht tegemoetgekomen is. Formeel valt er dan ook niets meer te beslissen. De ondernemer dient wel (nu de consument op goede gronden de klacht heeft ingediend) aan de consument het klachtengeld te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.
Wel dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop , mevrouw J.M.A. van Haren , leden, op 10 oktober 2024.