Het geschil betreft kwaliteit van dienstverlening bij afwikkeling nalatenschap. Klacht ongegrond.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 82626

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van de overleden zuster van de cliënte en de door de notaris voor zijn werkzaamheden in rekening gebrachte bedragen, alsmede de schade die de cliënte stelt ten gevolge van het handelen en/of nalaten van de notaris te hebben geleden.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt de klacht, zoals ter zitting nader toegelicht, op het volgende neer.

De cliënte heeft geen declaratie ontvangen van de door de notaris verrichte werkzaamheden.
Bij de werkzaamheden van de notaris zijn fouten en slordigheden opgetreden. De notaris heeft partijdig gehandeld. De notaris heeft emotionele waardevolle spullen aangenomen die niets met de zaak te maken hebben en er ontbreken documenten inzake de verdeling.
Naar aanleiding van de door de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap gemaakte fouten heeft de cliënte een advocaat ingeschakeld. Zij wil graag dat er een einde komt aan de verdeling.

De cliënte stelt als oplossing van het geschil voor dat deze langlopende en slopende zaak goed wordt onderzocht.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer op het volgende neer.

Bij de aanvang van de werkzaamheden van de notaris was sprake van een verzoek om een nogal eenvoudige verklaring van erfrecht op te maken. Daarbij is de notaris afgegaan op een verklaring van erfrecht die in 2003 door zijn collega was afgegeven. Al vrij snel werd de notaris duidelijk dat er nog een erfgenaam was, hetgeen werd bevestigd bij controle van de gegevens in de Gemeentelijke Basis Administratie van de overleden moeder van de cliënte. Eerst later bleek dat er nog een erfgenaam was. De tot dan toe bekende erfgenamen hebben dit niet aan de notaris gemeld.
De volgens de cliënte genoemde fouten c.q. slordigheden hangen samen met het gegeven dat
– zoals achteraf kan worden vastgesteld – de betrokkenen de notaris niet tijdig en/of volledig hebben geïnformeerd over ter zake doende omstandigheden.
De partijdigheid die de cliënte aangeeft, kan de notaris niet plaatsen. Gelet op het verloop van de bankrekening van de overledene waren er aanwijzingen dat de overledene gokverslaafde was en een schuld had aan de zuster van de cliënte. Dit werd door de cliënte weliswaar bestreden met de stelling dat een andere zuster nu juist gokverslaafd was en gelden aan de rekening van de overledenen heeft onttrokken, maar daar heeft de cliënte de notaris niet van kunnen overtuigen.
De overledene bleek voorts een schuld aan een lommerd te hebben waarvoor sieraden waren verpand. De zuster van de cliënte betaalde de rente van de schuld. Na verkoop en levering van de woning van de overledene heeft de notaris een bedrag naar de zuster van de cliënte overgemaakt met het verzoek daarmee de schuld bij de lommerd af te lossen, de sieraden op te halen en bij de notaris op kantoor af te geven. De zuster van de cliënte heeft aan dit verzoek voldaan. De notaris kan thans nog niet beoordelen of de sieraden nu wel of niet tot de nalatenschap behoren.
Op verzoek van de cliënte heeft de notaris de lommerd verzocht om pandbriefjes naar hem te zenden. De lommerd heeft daarop geantwoord dat geen informatie zou worden verstrekt. De notaris zou niet weten welke stukken er verder ontbreken. Voor de afronding van de boedelafhandeling voegt een nieuwe verklaring van erfrecht niets toe.
De notaris heeft de cliënte in eerste instantie geen voorschot uitgekeerd, omdat de advocaat van de cliënte hem uitdrukkelijk had verboden dit te doen zonder toestemming van alle erfgenamen.

De notaris staat achter de door hem genomen stappen. Hij heeft de cliënte – die een volmacht had afgegeven aan haar zuster – en de overige erfgenamen daarover steeds geïnformeerd.
De notaris betreurt het dat de cliënte zijn werkzaamheden als onaangenaam, onprofessioneel en onjuist heeft ervaren. Volgens hem is hij in zijn werkzaamheden niet nalatig geweest. Op verzoek van de advocaat van de cliënte heeft de notaris ook een berekening gemaakt die de verdeling zou weergeven indien ervan uit zou worden gegaan dat de schuld van de overledene aan de zuster van de cliënte nihil is.
Het is juist dat er geen factuur is. De kosten van de notaris staan op de berekeningen van het aan ieder toekomende en komen ten laste van de boedel. Niet iedere erfgenaam krijgt een afzonderlijke declaratie van boedelkosten.
De uitdraai uit het tijdschrijfsysteem klopt en behelst de in de zaak geschreven tijden. De notaris heeft niet alle door hem bestede tijd geschreven. Hij heeft bovendien uit coulance een deel van de tweede helft van de afwikkeling niet in rekening gebracht. De notaris heeft de erfgenamen tussentijds op de hoogte gehouden van de kosten. 
Indien de notaris eerder de juiste informatie zou hebben ontvangen, zou er minder ruis in het dossier hebben gezeten. Dat zou echter, gezien de complexe familieverhoudingen, de werkzaamheden van de notaris nauwelijks hebben verminderd.
De notaris wil evenals de cliënte ook graag dat de nalatenschap afgerond kan worden.
Echter, daarvoor dienen alle erfgenamen in te stemmen met de voorgestelde verdeling.

De notaris verzoekt de cliënte niet ontvankelijk te verklaren in haar klachten, althans de klachten ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
De cliënte heeft in het door haar ingevulde klachtenformulier een vijftal klachten geuit.
Zij stelt allereerst dat zij geen factuur heeft ontvangen. De notaris heeft aangegeven dat het juist is dat hij nog geen (eind)declaratie heeft opgemaakt, en de reden hiervoor is dat de nalatenschap nog niet is afgewikkeld. Wel heeft de notaris op de berekening van het aan iedere erfgenaam toekomende vermeld wat de notaris voor de door hem verrichte werkzaamheden in rekening brengt. De commissie is van oordeel dat juist in deze de notaris er goed aan had gedaan de cliënte (en de overige erfgenamen) expliciet over de kosten van zijn werkzaamheden te informeren en niet slechts via een overzicht van de door hem verrichte werkzaamheden in de door hem opgestelde berekeningen van het iedere erfgenaam toekomende.
De cliënte beklaagt zich er voorts over dat er fouten c.q. slordigheden bij de werkzaamheden van de notaris zijn opgetreden, met name bij het traceren van erfgenamen. Naar het oordeel van de commissie is ten aanzien van het in eerste instantie over het hoofd zien van de uit de GBA naar voren gekomen erfgenaam inderdaad sprake van een slordigheid van de notaris. Voor wat betreft de andere erfgenaam heeft de notaris onweersproken gesteld dat het bestaan van deze erfgenaam door de overige erfgenamen in eerste instantie ook niet is gemeld, terwijl gesteld noch gebleken is dat de notaris deze erfgenaam op een andere wijze had kunnen traceren.
Voor het verwijt van de cliënte dat de notaris partijdig heeft gehandeld, treft de commissie naast het gemotiveerde verweer van de notaris, ook in de overgelegde stukken geen gronden of aanwijzingen aan. Ook op de zitting van de commissie is niet van de gestelde partijdigheid gebleken. Nu de nalatenschap nog niet is afgewikkeld, kan de commissie niet vaststellen dat er, zoals de cliënte stelt, een verdeling op papier is gekomen die niet overeenstemt met de werkelijkheid. De cliënte heeft dit gelet op het verweer van de notaris onvoldoende onderbouwd.
Ten aanzien van het accepteren/aannemen van de sieraden heeft de notaris gemotiveerd gesteld dat hij het belang van de boedel in acht heeft genomen; tot de nalatenschap van de overledene behoorde een schuld aan de lommerd waarvoor de sieraden waren verpand. Als niet, althans onvoldoende weersproken staat voorts vast dat de zuster van de cliënte de rente van de schuld betaalde. Door de schuld aan de lommerd af te laten lossen en de sieraden veilig te stellen, heeft de notaris naar het oordeel van de commissie mede gehandeld in het belang van de boedel. Dat de notaris ter verkrijging van de sieraden een bedrag naar de zuster van de cliënte heeft overgemaakt, maakt dit niet anders. Immers, ter zitting is als onvoldoende weersproken komen vast te staan dat dit niet de betaling van een voorschot uit de boedel betrof, maar de terugbetaling van een door de zuster van de cliënte aan de boedel ter financiering van de hypotheekrente geleend bedrag. Terecht merkt de cliënte op dat ook zij daarom recht had op terugbetaling van het door haar aan de boedel geleende bedrag. Echter, de notaris heeft hiertegen aangevoerd dat hij dit bedrag in eerste instantie niet heeft terugbetaald aan de cliënte, omdat de advocaat van de cliënte hem had verboden om enige betaling aan wie dan ook te doen.
Ten aanzien van de klacht over het ontbreken van documenten betreffende de verdeling heeft de cliënte desgevraagd ter zitting aangegeven dat dit de successieaangifte betreft. De notaris heeft daarop aangegeven dat hij de successieaangifte mede namens de cliënte heeft ingediend bij de belastingdienst en dat hij de cliënte bij brief d.d. 20 augustus 2010 alleen een kopie van de aanslag heeft doen toekomen. De cliënte heeft bevestigd dat zij deze aanslag heeft ontvangen. De notaris heeft onweersproken gesteld dat het doen van de successieaangifte in het belang van de boedel was, omdat bij niet of niet tijdig doen van aangifte door de belastingdienst een boete wordt opgelegd.
De notaris heeft voorts onweersproken gesteld dat de successieaangifte door hem en de zuster van de cliënte is ondertekend. Gelet op door de cliënte aan haar zuster verleende volmacht was deze zuster ook bevoegd om deze namens de cliënte te ondertekenen.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de commissie van oordeel dat in dit geval nog niet de conclusie worden getrokken dat de notaris niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en een redelijk handelende notaris. Daarbij is van belang dat het de commissie op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting duidelijk is dat in deze sprake was van een lastig te behandelen nalatenschap in die zin dat de erfgenamen niet tot elkaar kwamen en in hun communicatie en informatie naar de notaris toe ook niet uitblonken in duidelijkheid. De commissie begrijpt in dit verband ook dat de cliënte terzake in een procedure tegen haar zuster is verwikkeld, waarvan, gelet op de door partijen ingenomen standpunten, niet uit te sluiten valt dat deze procedure een lange periode in beslag zal nemen en daardoor niet zal leiden tot de door de cliënte gewenste spoedige afwikkeling van de onderhavige nalatenschap.

De commissie komt de door de notaris in deze geschreven tijd wat betreft de door hem verrichte werkzaamheden niet bovenmatig voor. Daarbij merkt de commissie op dat de notaris onweersproken heeft gesteld dat hij niet alle in de zaak gewerkte uren heeft geschreven en dat hij uit coulance de tweede fase van de afwikkeling niet in rekening heeft gebracht.
De cliënte heeft in het door haar ingevulde klachtenformulier nog aangegeven dat zij door toedoen of nalaten van de notaris schade heeft geleden. Echter, die schade heeft zij niet onderbouwd nog daargelaten dat in deze niet is gebleken dat er schade is geleden door handelen of nalaten van de notaris.

Nu de klachten van de cliënte ongegrond worden verklaard, is het naar het oordeel van de commissie gerechtvaardigd dat het klachtengeld voor rekening van de cliënte blijft. De cliënte heeft het klachtengeld reeds aan de commissie voldaan, zodat daarover niet meer behoeft te worden beslist.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klachten van de cliënte ongegrond en wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat op 25 april 2014.