Hoge jaarrekening door fout slimme meter blijft staan

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1310536/1316045

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zakelijke verbruiker kreeg begin 2024 een zeer hoge jaarrekening over 2023, met een bijbetaling van € 17.448,03. De slimme meter had sinds de start van het contract in oktober 2021 geen standen doorgestuurd door een communicatieprobleem, waardoor het bedrijf jarenlang te weinig verbruik had berekend. Toen de netbeheerder de meter in december 2023 verving, bleek dat de meter het verbruik wél correct had geregistreerd. Daarom heeft het bedrijf in de jaarnota 2023 het volledige werkelijke verbruik sinds 2021 alsnog in rekening gebracht. De commissie vindt dit terecht: het gaat om daadwerkelijk afgenomen energie en de berekening is niet onredelijk. Dat de rekening een grote financiële tegenvaller is, verandert daar niets aan. De betalingsregeling die het bedrijf heeft aangeboden is passend. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Doordat de slimme meter niet goed communiceerde met het bedrijf, is het verbruik van de verbruiker/aangeslotene geschat. Het werkelijk verbruik is in 2023 in rekening gebracht. De commissie oordeelt de jaarrekening 2023 niet onredelijk.

Beoordeling
De verbruiker/aangeslotene heeft over 2023 een jaarnota ontvangen met een hoog verbruik. De slimme meter gaf sinds de start van de levering in oktober 2021 de standen niet door aan het bedrijf. De standen zijn geschat. De netbeheerder heeft op 1 december 2023 de meter vervangen, heeft toen de standen genoteerd en geconstateerd dat de meter wel goed het verbruik registreerde maar door een communicatieprobleem het verbruik niet doorgaf aan het bedrijf. Er is begin 2024 een rekening over 2023 opgemaakt met als beginstand de eindstand van 2022 en als eindstand de stand per 31 december 2023. In die rekening werd het in de voorgaande jaren te weinig berekende verbruik alsnog in rekening gebracht. De rekening vermeldde een bijbetaling van € 17.448,03. Daarvoor is een betalingsregeling getroffen, waarvan nog € 3.912,03 openstaat. Het bedrijf heeft uitgelegd dat de vergelijking van het verbruik in 2023 met dat in 2024 (bij een andere leverancier) niet opgaat omdat in 2023 ook verbruik uit het verleden berekend is.

De commissie leidt uit het voorgaande af dat met de jaarnota 2023 het werkelijk verbruik sinds oktober 2021 (voor zover niet al gefactureerd) berekend is, hetgeen als redelijk geoordeeld wordt. Dat verbruik dient de verbruiker/aangeslotene te betalen. Dat de hoge bijbetaling een tegenvaller voor de verbruiker/aangeslotene is, moge zo zijn, maar vormt geen aanleiding voor vermindering daarvan. Het bedrijf heeft terecht een betalingsregeling aangeboden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 19 januari 2026.

Opslaan als PDF