Commissie: Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1317591/1317592
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De zaak gaat over een klacht tegen een vastgoedaanbieder vanwege de manier waarop een medewerker heeft gehandeld bij de aankoop van een woning. De commissie verklaarde de klachten op 24 juli 2025 gegrond en legde daarbij sancties op aan de medewerker. De medewerker stelde daarna zelf hoger beroep in tegen deze uitspraak. De commissie moest eerst beoordelen of hij dit mocht doen. Volgens de commissie was alleen de vastgoedaanbieder partij in de oorspronkelijke zaak en niet de medewerker persoonlijk. Dat er in de eerdere uitspraak sancties aan de medewerker zijn opgelegd, maakt hem niet alsnog partij in de zaak. Daarom kon hij niet zelf hoger beroep instellen. Ook is er namens de vastgoedaanbieder geen hoger beroep ingesteld. De commissie oordeelt daarom dat de medewerker niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Dit betekent dat zijn beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het beroep
Het beroep richt zich tegen de uitspraak in eerste aanleg van 24 juli 2025, waarin de klachten van verweerder gegrond zijn verklaard en waarbij sancties zijn.
Beoordeling van het beroep.
De commissie dient eerst te beoordelen of de (naam appellant) die het hoger beroep heeft ingesteld daar in kan worden ontvangen in zijn beroep.
In dat kader wordt het volgende overwogen.
Klager heeft een klacht ingediend tegen (aanbieder) vanwege de handelwijze van de (naam appellant) bij de aankoop van een woning. (Aanbieder) is dus de beklaagde in dit geding.
De commissie heeft bij uitspraak van 24 juli 2025 de klachten van klager gegrond verklaard. In die uitspraak zijn echter niet aan (aanbieder) sancties opgelegd maar aan de (naam appellant). Daarmee is de (naam appellant) evenwel geen partij in dit geding geworden.
Tegen deze uitspraak heeft de (naam appellant) in persoon en dus niet als gemachtigde namens (aanbieder) beroep ingesteld. De (naam appellant) is – zoals hiervoor overwogen – geen partij in dit geding. Hij kan dus ook niet in hoger beroep komen van de in dit geding gedane uitspraak ook al zijn daarin – ten onrechte – aan hem sancties opgelegd.
Dat betekent dat de (naam appellant) in het door hem ingestelde hoger beroep niet kan worden ontvangen.
Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat namens (aanbieder) geen hoger beroep is ingesteld.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de (naam appellant) niet ontvankelijk in het door hem ingestelde beroep.
Aldus beslist door de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer mr. M. Nieuwenhuijs, de heer E. Getreuer, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 19 maart 2026.