Hoogte declaratie. Nota voor opmaken schenkingsakte in verhouding tot nota van testament heel hoog. Client is akkoord gegaan en honorarium niet bovenmatig of onredelijk. Klacht ongegrond.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Prijs    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 85563

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de declaratienota die cliënte van de notaris heeft ontvangen en de wijze van dienstverlening.

De cliënte heeft een bedrag van € 178,73 niet aan de notaris voldaan. Overeenkomstig het reglement van de commissie heeft zij dit bedrag in depot gestort.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
In de kern komt de klacht op het volgende neer.
De cliënte heeft in november 2013 mondeling en op 9 januari 2014 opnieuw mondeling aan de notaris kenbaar gemaakt dat zij de nota buitensporig hoog vond en verzocht om de nota aan te passen. Pas nadat zij schriftelijk op 17 maart 2014 nogmaals aan de notaris heeft kenbaar gemaakt dat zij de declaratienota te hoog vond heeft zij van de notaris een gecorrigeerde nota ontvangen.
De cliënte is van mening dat zij tijdig haar klacht aan de notaris heeft kenbaar gemaakt.

De cliënte is van mening dat de nota voor het opmaken van de schenkingsakte in verhouding tot de nota van het testament heel hoog is. Pas in de brief van 14 november 2013 werden de kosten aangegeven. Een nota of urenspecificatie was niet bijgesloten en heeft de cliënte ook nimmer mogen ontvangen.
In de bespreking betreffende de schenkingsakte is gevraagd hoe het vermogen fiscaal gezien het beste zou kunnen worden nagelaten. De notaris heeft toen gewezen op de mogelijkheid van een schenkingsakte en de belastingbesparing die dit in tien jaar zou opleveren. De cliënte heeft ingestemd met het opmaken van een schenkingsakte. Zij ging ervan uit dat het een schenkingsakte op papier voor meerdere jaren zou betreffen en zij eenmalig de notariskosten zou hoeven te betalen. De notaris heeft niet aangegeven dat er jaarlijks een schenkingsakte zou moeten worden opgesteld en dat hier ook jaarlijks kosten aan verbonden zouden zijn.
Na het doorlezen van de conceptakte heeft de cliënte in een gesprek met de notaris op 12 december 2013 hiernaar expliciet gevraagd. De notaris deelde toen mee dat zij niet zeker wist of een meerjaren-schenking in één akte juridisch wel mogelijk was. Pas in 2014 zou zij hierover uitsluitsel kunnen geven. Om toch voor het jaar 2013 een fiscaal geldige schenking te doen is besloten de akte voor één jaar te tekenen.

De cliënte verzoekt de commissie de declaratienota van de notaris in redelijkheid en billijkheid te matigen tot een bedrag van € 200,–. Voorts verzoekt zij de commissie om in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.

Standpunt van de notaris

Voor het verweer van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
In de kern komt het verweer op het volgende neer.

Primair is de notaris van oordeel dat cliënte niet in haar klacht kan worden ontvangen daar zij deze niet schriftelijk binnen drie maanden na kennisname van de nota op 12 december 2013 heeft ingediend. Pas op 17 maart 2014 heeft de cliënte de notaris schriftelijk bericht dat zij het niet eens was met de hoogte van de nota.

De notaris heeft op 14 november 2013 aan cliënte een concept akte schuldigerkenning uit vrijgevigheid gestuurd, en in de begeleidende brief aangegeven dat de kosten voor het opmaken van deze akte € 426,53 bedroegen. Na het passeren van de akte heeft de notaris de cliënte gevraagd om het bedrag ter plekke door middel van een pinbetaling te voldoen waarop cliënte haar meedeelde dat zij het bedrag zou overmaken van haar bankrekening. De notaris heeft hiermee ingestemd.
Noch voor het passeren, noch na het passeren van de akte heeft de cliënte kenbaar gemaakt dat ze het allemaal erg duur vond.

Ten aanzien van het verwijt dat niet meer schenkingen in één akte zijn opgenomen stelt de notaris het volgende. Tijdens de eerste bespreking op 25 oktober 2012 met cliënte heeft de notaris het principe uitgelegd van schenking op papier.

De notaris heeft aangegeven dat er jaarlijks een schenking kan plaatsvinden en dat de rente die voldaan moet worden aan de kinderen daardoor hoger wordt. Er is niet gesproken over meerdere schenkingen in één akte. Als de notaris dat was gevraagd had zij toen zeker aangegeven dat het op dat moment niet gebruikelijk was. Vervolgens heeft op 7 november 2013 wederom een bespreking over de schenking plaatsgevonden. Ook toen is de optie van meerdere schenkingen in één akte niet aan de orde gekomen.

De notaris heeft de nota aangepast omdat voor elk kind die de schenking krijgt per ongeluk twee keer een bedrag van € 20,– in rekening was gebracht. De notaris acht haar declaratie niet exorbitant hoog, gezien de tijd die gebruikelijk is voor twee besprekingen, de werkzaamheden betreffende het aanmaken van het dossier, het opmaken van de akte en het passeren ervan.
 
De notaris verzoekt de commissie om de cliënte niet ontvankelijk te verklaren dan wel de klacht van de cliënte ongegrond te verklaren, het door de cliënte verzochte af te wijzen en het gestorte depot aan het kantoor toe te kennen.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De commissie stelt vast dat de cliënte op 12 december 2013 een declaratienota heeft ontvangen. De gemachtigde van de cliënte heeft op 9 januari 2014 mondeling geklaagd over de hoogte van deze declaratienota, derhalve binnen de termijn van drie maanden. De notaris heeft dit laatste ook niet betwist. Het verweer van de notaris betreffende niet ontvankelijkheid van de klacht kan derhalve niet slagen. De ontvankelijkheidsverweren in de nagekomen brief van 31 juli 2014 worden als tardief terzijde geschoven.

Vaststaat dat de cliënte de notaris heeft verzocht een akte van schuldigerkenning uit vrijgevigheid op te stellen. Uit het gespreksmemo leidt de commissie af dat er gesproken is over een schenking door cliënte aan haar kinderen en kleinkinderen over meerdere jaren. Uit de stukken blijkt niet dat er gesproken is over het opmaken van één akte waarin over meerdere jaren een schenking wordt vastgelegd. Daarbij overweegt de commissie ten overvloede dat een dergelijke constructie fiscaal gezien ook niet het door cliënte gewenste doel zal bereiken daar deze constructie niet door de belastingdienst wordt geaccepteerd.

De cliënte is met de ontwerpakte en de daarbij aangegeven kosten zoals weergegeven in de brief van 14 november 2013 akkoord gegaan. Het honorarium dat de notaris de cliënte in deze in rekening heeft gebracht komt de commissie niet onredelijk of bovenmatig voor. Van schade door toedoen van de notaris is niet gebleken.

De commissie wijst de vordering van de cliënte af.

Het door de cliënte meer of anders gestelde behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking omdat dit niet tot een ander oordeel zal leiden.
Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van de commissie niet komen vast te staan dat de notaris niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. De klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.

De commissie zal beslissen dat het depot, een bedrag van € 178,73, aan het kantoor van de notaris zal worden overgemaakt.

Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie
– verklaart de klacht van cliënte ongegrond en wijst haar vordering af;
– bepaalt dat de cliënte een bedrag van € 178,73 aan de notaris verschuldigd is;
– bepaalt dat het door de cliënte betaalde depotbedrag aan de notaris wordt uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat op 8 augustus 2014.