Intrekkingskosten van € 1.500,– blijven verschuldigd na beëindiging verkoopopdracht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Makelaardij    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1000242/1297111

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument trok de opdracht aan een makelaar voor de verkoop van een woning voortijdig in omdat het vertrouwen in een succesvolle verkoop was verdwenen. Volgens de consument had de makelaar verwachtingen gewekt en toezeggingen gedaan die niet waren nagekomen. Daarnaast stelde de consument dat de intrekkingskosten van € 1.500,– vooraf niet duidelijk waren besproken en dat deze pas naar voren kwamen bij de beëindiging van de opdracht. Daarom wilde de consument slechts € 500,– betalen. De makelaar wees erop dat de intrekkingskosten uitdrukkelijk waren opgenomen in de door beide partijen ondertekende opdracht tot dienstverlening. De Geschillencommissie oordeelde dat in de overeenkomst duidelijk stond vermeld dat bij intrekking van de opdracht een vergoeding van € 1.500,– inclusief btw verschuldigd was. Omdat de consument de overeenkomst had ondertekend, was hij in beginsel aan deze afspraak gebonden. De commissie zag geen bijzondere omstandigheden die maakten dat de makelaar geen beroep op deze bepaling mocht doen. Ook vond de commissie het bedrag niet buitensporig, gezien de werkzaamheden die doorgaans met een verkoopopdracht gepaard gaan. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het in depot gestorte bedrag van € 1.500,– moest aan de makelaar worden uitbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De klacht ziet op de kwaliteit van de verrichte dienstverlening. De consument heeft de opdracht tot dienstverlening ingetrokken en de in rekening gebrachte kosten van € 1.500, — onbetaald gelaten en bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij hebben de opdracht tot bemiddeling bij verkoop van onze woning ingetrokken omdat wij er geen vertrouwen meer in hadden dat de makelaar zou kunnen verkopen. Er werden door de makelaar verwachtingen gewekt en toezeggingen gedaan die niet zijn waargemaakt. Nu worden wij geconfronteerd met een factuur, waarbij de intrekkingsclausule niet is besproken of toegelicht. Alle andere zaken, zoals courtage, opstartkosten en vermelding op [website] waren wel goed benoemd. Bij het beëindigen van de opdracht kwamen er op eens “verborgen kosten” bovendrijven. Wij denken dat de makelaar blij was met de beëindiging zodat hij van de zaak af kon zijn. Wij hebben voorgesteld om € 500,– in plaats van € 1.500, — te betalen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De opdracht tot dienstverlening is door beide partijen ondertekend. Hierin zijn de voorwaarden (artikel 9 van de opdracht), inclusief de intrekkingskosten duidelijk vastgelegd. Dergelijke kosten zijn bedoeld om gemaakte tijd en kosten van de makelaar te compenseren voor het geval dat de opdracht voortijdig wordt beëindigd. Deze kosten zijn ook in dit geval gerechtvaardigd gezien de inspanningen die wij voor de consument hebben geleverd. Wij blijven daarom bij ons standpunt dat de betaling van die kosten dient te geschieden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De verschuldigdheid van de intrekkingskosten volgt in beginsel uit de door partijen getekende opdracht tot dienstverlening. In artikel 9 van die opdracht staat duidelijk vermeld:

……
“Bij intrekking of opschorting van deze opdracht door opdrachtgever is een onkostenvergoeding verschuldigd van €1.500,– inclusief btw, alsook de gemaakte kosten van artikel 6.”

Uit de schriftelijke opdracht blijkt dus dat de ondernemer heeft bedongen dat bij intrekking kosten verschuldigd zouden zijn. In beginsel is de consument daaraan gebonden. Omstandigheden die met zich zouden brengen dat de ondernemer in redelijkheid op die contractuele afspraak geen beroep zou kunnen doen zijn niet gesteld en evenmin gebleken. De bedongen vergoeding is geenszins exorbitant, mede gelet op de werkzaamheden die – onzichtbaar als deze veelal voor een opdrachtgever ook mogen zijn – naar ervaringsregels met een opdracht gemoeid plegen te zijn.

Aan de stelling van de consument dat de makelaar bepaalde verwachtingen en andere afspraken niet zou zijn nagekomen gaat de commissie, gezien de gemotiveerde betwisting door de makelaar daarvan, voorbij.

De klacht is ongegrond en wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen. Met inachtneming van bovenstaande dient het depotbedrag binnen veertien dagen na verzending van dit advies aan de makelaar te worden uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. D. van den Brink, voorzitter, de heer E.H. Jansen, mevrouw mr. B.J. van Gent, leden, op 10 oktober 2025.

Opslaan als PDF