Is geen vervangende plaats voorhanden, dan kan aanspraak worden gemaakt op de forfaitaire vergoeding (art. 10 lid 4 vaste plaatsen).

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2009
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC04-0293

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil betreft opzegging door de ondernemer wegens herstructurering.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument huurt sinds 1984 een vaste standplaats bij de ondernemer. Op 9 februari 2004 heeft de ondernemer de overeenkomst opgezegd per 31 december 2005. De consument heeft op 21 februari 2004 bij de ondernemer bezwaar gemaakt tegen de opzegging. Op 22 februari 2004 heeft de consument per e-mail een bezwaar tegen de opzegging ingediend bij de commissie. Aangezien hij in deze e-mail vroeg hoe hij nu verder moest handelen, is hem telefonisch geadviseerd contact op te nemen met de ANWB. Later heeft de vertegenwoordiger een klacht ingediend bij de commissie ook namens de consument die daartoe een lijst heeft ondertekend. Ter zitting deelt de consument mee dat hij het de ondernemer zeer kwalijk neemt dat hij na de opzeggingsbrief nooit meer enige informatie van de ondernemer heeft ontvangen. In de brief van 9 februari 2004 staat dat een eventuele terugkeer afhankelijk zal zijn van een aantal factoren. Welke factoren zijn dat dan? Indien er van terugkeer geen sprake kan zijn, voelt de consument zich voor de gek gehouden. De consument meent ook dat de ondernemer voorafgaande aan de opzegging niet tijdig bekend heeft gemaakt dat hij wilde gaan herstructureren. Er is een bijeenkomst geweest in de kantine, maar daarvoor was de consument niet uitgenodigd. De consument wil zijn caravan in mei laten verplaatsen naar een camping in een andere gemeente en verlangt een vergoeding van de verhuiskosten van zijn caravan en de aansluitkosten op de nieuwe camping. Hij heeft een offerte van een transportbedrijf voor alleen het transport voor een bedrag van € 2.100,–. Daar komen dan nog de verplaatsing van de tegels en aansluitkosten bij. Het in de voorwaarden genoemde bedrag van € 1.250,– is dan ook bij verre na niet toereikend. Indien de kosten van de consument niet worden vergoed, kan hij de verhuizing niet betalen. Hij vraagt zich af wat er gebeurt indien hij zijn caravan niet verwijdert voor de einddatum van de overeenkomst.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer is van oordeel dat de klacht van de consument te laat bij de commissie is ingediend. De ondernemer werd pas op 26 november 2004 van de klacht van de consument in kennis gesteld. De klacht had echter binnen twee maanden na de opzegging die plaatsvond op 9 februari 2004, ingediend moeten worden. De consument heeft dus maanden te laat zijn klacht kenbaar gemaakt. De ondernemer beroept zich op de niet-ontvankelijkheid van de klacht. Over de inhoud van de klacht merkt de ondernemer het volgende op. Deze camping bestaat al 40 jaar. Er zijn 134 plaatsen voor stacaravans. De caravans staan heel dicht op elkaar en er zijn allerlei aanbouwsels en schuttingen. De riolering en leidingen zijn verouderd en leveren veel problemen op. Het was dus al enige tijd duidelijk dat er gerenoveerd zou moeten worden. Sinds twee jaar is de ondernemer in gesprek met de brandweer. Er zijn nieuwe brandveiligheidsnormen die eisen dat de caravans minimaal 5 meter uit elkaar staan zonder enige bebouwing daartussen in. De wegen op de camping dienen 3.50 meter breed te zijn en in de bochten zelfs 4.50 meter. De ondernemer heeft een ontheffing van deze eisen gekregen tot uiterlijk 31 december 2005. Daarna dient de hele infrastructuur te worden aangepast. Het is duidelijk dat alle stacaravans daarvoor van hun plaats af moeten. Echter, ook het waterschap blijkt hogere eisen te stellen. Indien de wegen breder worden en parkeerplaatsen worden aangelegd, dient er extra waterberging te komen. Ook de provincie stelt eisen. Langs de rivier waaraan de camping gelegen is, moet een ecologische groenzone in acht worden genomen. Aan de andere kant grenst de camping aan het IJsselmeer. Het Hoogheemraadschap verbiedt bebouwing binnen 55 meter vanaf de dijk. Dit alles blijkt een gigantische investering te vergen. Aanvankelijk dacht de ondernemer dat na renovatie van de camping een groot deel van de huidige recreanten zou kunnen terugkeren met de nieuwere caravans. Toen bleek dat tengevolge van de bovengenoemde overheidsmaatregelen van de 134 standplaatsen slechts ongeveer 59 zouden kunnen overblijven, is de ondernemer gaan onderzoeken of hij door het laten bebouwen van een deel van het terrein met bungalows de camping exploitabel zou kunnen maken. Tot op heden is het echter niet gelukt de financiering rond te krijgen. Het is dan ook niet zeker of de camping kan blijven bestaan. De ondernemer is via een makelaar in gesprek met een natuurorganisatie en het Hoogheemraadschap over de eventuele verkoop van het terrein. De ondernemer zal er voor zorgen dat de caravan op het parkeerterrein wordt gezet, klaar voor transport. De ondernemer is er van op de hoogte dat een aantal caravans wordt verplaatst voor een bedrag van € 1.000,–.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Uit de aan de commissie bekende stukken blijkt dat de klacht van de consument na ontvangst van zijn e-mail van 22 februari 2004 nog niet in behandeling is genomen, omdat de consument advies over de gang van zaken vroeg, waarvoor hij is verwezen naar een andere instantie. De vertegenwoordiger heeft op 7 mei 2004 het geschil bij de commissie aangemeld, ook namens andere niet met name genoemde kampeerders. De vertegenwoordiger zond een lijst met namen, adressen en handtekeningen van de consumenten namens wie hij een klacht indiende, mee met het vragenformulier voor de commissie. Deze lijst werd op 17 mei 2004 ontvangen. De naam van de consument staat op deze lijst. Vervolgens heeft de commissie aan de vertegenwoordiger een akkoordverklaring voor een groepsklacht gezonden die door de op de lijst vermelde consumenten moest worden ondertekend. Ook de consument heeft een dergelijke verklaring ondertekend. De ingevulde en ondertekende verklaringen zijn op 8 juni 2004 door de commissie ontvangen. Daarna is aan de ondernemer gevraagd of hij akkoord wilde gaan met de behandeling van één klacht namens de hele groep. Aangezien de ondernemer dit (met redenen omkleed) afwees, is de klacht van de consument als individuele klacht in behandeling genomen. Iedere consument diende een eigen vragenformulier in te vullen. Deze procedure heeft veel tijd gekost. Tengevolge daarvan ontving de ondernemer pas op 26 november 2004 bericht van de klacht van de consument. De commissie gaat er van uit dat de klacht van de consument werd ingediend met zijn eerste bezwaar per email op 22 februari 2004. De consument heeft dus binnen de gestelde termijn zijn klacht ingediend. Op grond van het voorgaande is de consument ontvankelijk in zijn klacht. Ten aanzien van de inhoud van de klacht merkt de commissie het volgende op. De Recron-voorwaarden vaste plaatsen van 1 januari 2003 verplichten de ondernemer niet zoals de voorgaande voorwaarden tenminste twee jaar van te voren aan te kondigen dat hij zal gaan herstructureren. Op grond van artikel 10 lid 2 van de thans geldende Recron-voorwaarden vaste plaatsen kan de ondernemer de overeenkomst beëindigen ondermeer indien hij een herstructureringsplan ten uitvoer gaat brengen waarvoor vaste standplaatsen moeten worden opgeheven. In dat geval geldt een opzegtermijn van minimaal 18 maanden. De commissie constateert dat de ondernemer deze opzegtermijn in acht heeft genomen. De opzegging heeft dus rechtsgeldig plaatsgevonden. Indien sprake is van opzegging wegens herstructurering en er geen vervangende plaats voorhanden is, bestaat recht op een tegemoetkoming van € 1.250,– in de kosten die verband houden met de verplaatsing of verwijdering van het kampeermiddel op grond van artikel 10 lid 4 sub b. van de Recron-voorwaarden vaste plaatsen. Op grond van lid 4 sub c. wordt dit bedrag geïndexeerd. Na indexatie bedraagt de vergoeding in 2005 € 1.295,39. Er bestaat op grond van de Recron-voorwaarden geen recht op een andere vergoeding dan de hierboven vermelde tegemoetkoming. De consument heeft pas recht op deze vergoeding nadat hij zijn standplaats leeg en volledig opgeruimd heeft opgeleverd. Tot die datum is de consument de huursom verschuldigd. Gedurende de laatste 6 maanden van 2005 is echter volgens de Recron-voorwaarden geen huursom meer verschuldigd, maar wel de kosten omtrent het gebruik van voorzieningen zoals gas, water, elektra, kabel, riool e.d. Indien de consument zijn kampeermiddel niet uiterlijk op de laatste dag van de overeenkomst, dus op 31 december 2005, heeft verwijderd, is de ondernemer op grond van artikel 13 lid 3 van de Recron-voorwaarden vaste plaatsen gerechtigd na schriftelijke sommatie en met inachtneming van een redelijke termijn, op kosten van de recreant de plaats te ontruimen.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De consument heeft recht op vergoeding van een bedrag van € 1.295,39, nadat hij zijn standplaats leeg en volledig opgeruimd heeft opgeleverd.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.  

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 11 april 2005.