Jaarlijkse saldering verplicht: ondernemer moet jaarnota corrigeren

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 434193/605892

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een klacht ingediend over de jaarnota van 8 november 2023, omdat zijn energieleverancier sinds kort saldeert op maandbasis in plaats van op jaarbasis. De consument heeft zonnepanelen en levert stroom terug aan het net. Volgens de salderingsregeling in de Elektriciteitswet moet de afgenomen en teruggeleverde stroom tegen elkaar worden weggestreept, en uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit op jaarbasis moet gebeuren. De ondernemer past echter een andere methode toe waarbij per maand wordt gesaldeerd en verschillende tarieven worden gebruikt, wat voor de consument financieel nadelig uitpakt. De commissie volgt het standpunt van de consument en oordeelt dat de ondernemer de wet onjuist heeft toegepast. De jaarnota moet worden gecorrigeerd: eerst moet op jaarbasis worden gesaldeerd en pas daarna mag het resterende verbruik of overschot worden afgerekend tegen het tarief van de betreffende periode. De ondernemer mag niet stellen dat de consument akkoord is gegaan met deze werkwijze, omdat dit niet blijkt uit de overeenkomst. De commissie beperkt haar oordeel tot de jaarnota van 2023 en doet geen uitspraak over eerdere nota’s. De klacht is gegrond en de ondernemer moet binnen vier weken een nieuwe, controleerbare berekening sturen. Daarnaast moet hij € 52,50 klachtengeld aan de consument vergoeden en de behandelingskosten van de commissie betalen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het geschil betreft de jaarnota van 8 november 2023, met name de wijze waarop de ondernemer saldeert.

De consument heeft de klacht 2 januari 2024 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Sinds november 2019 is de consument klant van de ondernemer. De consument beschikt over zonnepanelen. Hij levert elektriciteit terug aan het net. Op basis van de wettelijke salderingsregel van artikel 31c van de Elektriciteitswet moet de hoeveelheid afgenomen elektriciteit worden weggestreept tegen de hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit op jaarbasis moet gebeuren, zoals ook de Minister heeft aangegeven op vragen van de Tweede Kamer.

De ondernemer is eenzijdig overgegaan tot het salderen op maandbasis. Hierdoor wordt minder teruggeleverde elektriciteit gesaldeerd en daardoor lijdt de consument nadeel. Daarmee is de consument het niet eens. Temeer niet omdat tot voor kort ook door de ondernemer op jaarbasis werd gesaldeerd en de consument erop mocht vertrouwen dat dit werd voortgezet.

De consument verlangt dat de ondernemer aan hem bevestigt alsnog op jaarbasis te salderen.

Ter zitting heeft de consument verder – in hoofdzaak – nog het volgende aangevoerd.

De consument is nog steeds klant bij de ondernemer. Ook de buren hebben een dergelijke zaak tegen de ondernemer lopen. In het voorafgaande jaar was de saldering op de jaarnota wel in orde. De consument heeft de slimme meter uitgezet, zodat deze nog maar 1 maal per 12 maanden door de ondernemer kan worden uitgelezen.

De ondernemer communiceert slecht met de consument. Er wordt iets veranderd zonder dat te melden.

De jaarnota dient te worden gecorrigeerd.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer past de juiste salderingsmethodiek toe. In de Wet is niets geregeld over salderen bij verschillende contracten en tarieven. Daarover heeft de ACM meer duidelijkheid gegeven. De ACM keurt de wijze van salderen door de ondernemer goed, zolang het maar in het contract of de voorwaarden met betrekking tot teruglevering staat vermeld. Logischerwijs staat in de voorwaarden vermeld dat u saldeert tegen de tarieven die op dat moment van toepassing zijn. Tot 1 februari 2024 was sprake van een variabel contract dan levert en verbruikt de consument tegen variabele tarieven, die op dat moment gelden. Daar deze maandelijks kunnen en mogen wijzigen is dit ook gebeurd en is de stroom logischerwijze goedkoper wanneer er veel aanbod is en duurder wanneer de vraag groter is.

De ondernemer is niet bereid om de jaarnota van 8 november 2024 te corrigeren

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de consument betreft de wijze van salderen op de jaarnota van 8 november 2023.

De consument stelt dat de ondernemer niet op jaarbasis saldeert, maar op maandbasis en dat dit niet de methode is door onder andere door de commissie wordt voorgeschreven.

De ondernemer erkent een andere systematiek te hanteren, dan die door de commissie wordt voorgestaan en erkent dat in die systematiek een onderscheid wordt gemaakt tussen de tarieven van de verbruikte stroom en de tarieven die worden gehanteerd voor de teruggeleverde stroom. Dit kan zowel voordelig als nadelig voor consument uitpakken, zoals blijkt uit de voorgaande jaarnota, waarop de klacht van de consument niet ziet.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie stelt voorop dat in artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat voor kleinverbruikers als de consument, die duurzame energie invoeden (terugleveren) op het net, de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten berekent door de aan het net onttrokken (afgenomen) elektriciteit te verminderen met de teruggeleverde elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid afgenomen elektriciteit bedraagt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de salderingsregeling van artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 op de tussen hen gesloten overeenkomst van toepassing is. Wel twisten partijen over de vraag hoe deze salderingsregeling dient te worden toegepast.

De commissie is met de consument van oordeel dat saldering jaarlijks moet plaatsvinden. Uit de Elektriciteitswet 1998 volgt niet expliciet over welke periode de saldering van de hoeveelheid afgenomen en teruggeleverde elektriciteit moet plaatsvinden, maar uit de wetsgeschiedenis volgt evenwel dat de wetgever een jaarlijkse saldering voor ogen heeft gestaan.

In de beantwoording van aan hem gestelde Kamervragen heeft de Minister voor Klimaat en Milieu bij brief van 23 september 2023 de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever onderschreven. Volgens de minister is de intentie van de salderingsregeling dat de hoeveelheden afgenomen en teruggeleverde energie op jaarbasis gesaldeerd worden, zodat het overschot aan opwekking in de zomer kan worden gesaldeerd met het overschot aan afname in de winter.

De minister geeft in voormelde brief van 23 september 2023 ook aan dat salderen neerkomt op het wegstrepen van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit in verband met teruggeleverde elektriciteit zonder daarbij het tarief te betrekken.

Niet dan wel niet gemotiveerd weersproken staat tussen partijen vast dat de ondernemer op de bestreden jaarnota per tariefperiode heeft gesaldeerd.

Aldus komt de commissie tot het oordeel dat de ondernemer de salderingsregeling op onjuiste wijze heeft toegepast en zal zij de ondernemer veroordelen tot een correctie van de jaarrekening waarbij eerst van het totale verbruik op jaarbasis de totale teruggeleverde energie op jaarbasis wordt afgetrokken.
Het komt de commissie redelijk en billijk voor dat het aantal kWh dat resteert nadat op jaarbasis de hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar zijn weggestreept, voor zover niet voor alle perioden een gelijk (invoedings-)tarief geldt wordt berekend aan de hand van de formule:

· Voor het geval er meer verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: het verbruik van een tariefperiode gedeeld door het totale verbruik op jaarbasis , vermenigvuldigt met het saldo na verrekening op jaarbasis (=resultaat van de saldering;
· Voor het geval het verbruik minder is dan de teruglevering op jaarbasis: de ingevoede stroom van een tariefperiode, gedeeld door het totaal van de ingevoede stroom op jaarbasis, vermenigvuldigt met het saldo na verrekening op jaarbasis. De aldus aan een bepaalde periode toegekende invoeding wordt afgerekend tegen het invoedingstarief van die periode.

In deze zaak staat vast dat de ondernemer een andere systematiek heeft toegepast, voorzover de ondernemer zich op het standpunt stelt dat de consument met deze systematiek akkoord is gegaan, gaat de commissie daaraan voorbij, nu haar is niet gebleken dat de consument met deze wijze van salderen in het kader van de met de consument gesloten overeenkomst(en) akkoord is gegaan.

De klacht van de consument beperkt zich tot de jaarnota van 8 november 2023. De commissie ziet dan ook geen reden om een oordeel te geven over de juistheid van eerdere jaarnota’s met een soortgelijke salderingsmethodiek. De commissie verwerpt dan ook in zoverre het verweer van de ondernemer.

De ondernemer dient dan ook de jaarnota te corrigeren en te salderen langs de lijnen zoals die hiervoor zijn aangeven, die er in het kort op neerkomen dat eerst moet worden gesaldeerd en vervolgens moet worden geprijsd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer corrigeert de jaarnota van 8 november 2023 als hiervoor is aangegeven. De correctie dient voorzien te zijn van een inzichtelijke en controleerbare berekening en binnen 4 weken na de verzendatum aan de consument te worden gestuurd.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk , de heer drs. L. van Rootselaar , leden, op 14 november 2024.

Opslaan als PDF