Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
233661/237525
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over foutieve energienota’s tussen 2021 en 2023, veroorzaakt door een storing in de meter. Volgens hem klopten de berekeningen niet en waren ze gebaseerd op schattingen, terwijl hij foto’s van de werkelijke meterstanden had gestuurd. De ondernemer gaf aan dat er een verwisseling was tussen dal- en normaaltarief, maar kon dit niet goed onderbouwen. De commissie oordeelt dat het normaaltarief in 2021 niet goed werkte en dat de ondernemer de meterstanden moet corrigeren op basis van de foto’s van de consument. De klacht is gegrond en de ondernemer moet de nota’s herzien en het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Deze procedure gaat over de afhandeling van een storing die in 2021 heeft plaatsgevonden.
Beoordeling
Partijen hebben een overeenkomst tot energielevering met elkaar gesloten met als startdatum van de levering 11 februari 2020. In 2021 berichtte de ondernemer dat er een storing was geconstateerd, want het elektriciteitsverbruik was waarschijnlijk te hoog. De consument behoefde niets te doen, hij zou nader horen. Eerst in mei 2023 hoorde hij nader in de vorm van drie correctienota’s over de jaren 2021 tot en met 2023 (bedoeld is de periode 11 februari 2020 tot en met 11 februari 2023), alsmede drie creditnota’s betreffende het door hem in die jaren op de gecorrigeerde jaarnota’s betaalde. Een toelichting op de correctienota’s ontbrak. De gecorrigeerde en de correctienota’s zijn gebaseerd op schattingen door de ondernemer, hoewel de consument betoogt foto’s van de standen opgestuurd te hebben. De consument voert aan het eens te zijn met het over de drie jaren berekende verbruik tegen het daltarief, maar niet met het over 2021 berekende normaaltarief. Het berekende verbruik met de jaarnota 2021 (normaal tarief) is onwaarschijnlijk hoog.
De ondernemer stelt dat al bij de vorige energieleverancier een verwisseling heeft plaatsgevonden van de meterstanden van dal- en normaaltarief. Dat moet de storing geweest zijn in 2021, omdat er over een tariefstoring gesproken wordt door de netbeheerder. De meterstand in 2020 van het normaaltarief (door de verwisseling oorspronkelijk aangegeven als daltarief), zoals deze moet luiden, is 1800. Op basis daarvan en de in 2023 door de consument opgegeven meterstand is het verbruik tegen normaaltarief over de drie jaren verdeeld.
Ter zitting is aan de orde geweest of de meter voor zover het normaaltarief betreft in 2021 goed gewerkt heeft. De commissie kwam tot die vraag omdat bij de vorige leverancier (dus van voor 2020) de meterstand bleef hangen op ongeveer 1800 (op 22 februari 2019 een meterstand van 1799 en op 22 december 2019 een meterstand van 1800, dat ook de beginstand van de ondernemer was op 11 februari 2020). Daarbij is het opmerkelijk dat diezelfde meter (normaal tarief) op 19 februari 2021 volgens een door de consument gemaakte foto een stand aangaf van 7721 en op 23 maart 2021 8397. Dan komt de verklaring van de ondernemer dat in juli 2021 het dubbeltelwerk gewijzigd is in een enkel telwerk (het daltarief is stilgezet) en dat het normaal telwerk daarvoor stil stond, maar sinds juli 2021 (zij het op telwerk II, voorheen het daltarief) goed gewerkt heeft, ongeloofwaardig over. Immers die verklaring spoort niet met de foto van 19 februari 2021 waaruit een meterstand normaal van 7721 blijkt. De vraag is dan ook of de aan de consument berichte storing beperkt was tot de verwisseling van dal- en normaaltarief.
Daarnaast is ter zitting aan de orde geweest dat de door de consument aangeleverde foto’s van de meterstanden te laat zijn ingediend. De vraag kwam op waarom desondanks de meterstanden op de correctienota’s niet (mede) gebaseerd werden op die foto’s. De ondernemer kon op deze vragen niet een antwoord geven.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat ervan uitgegaan moet worden dat het normaaltelwerk van de meter voor een deel van 2021 niet goed gefunctioneerd heeft. Dat leidt ertoe dat de ondernemer de beginmeterstand dient te corrigeren en wel zo, dat uitgaande van de meterstand van 19 februari 2021 (7721) en het verbruik in 2022 en 2023 de meterstand van 11 februari 2020 nader vastgesteld wordt. Voorts is de commissie van oordeel dat, nu er correctienota’s gemaakt zijn en nog een nieuwe correctienota gemaakt wordt, er zoveel mogelijk uitgegaan dient te worden van de werkelijke meterstanden, als weergegeven op de door de consument aangeleverde foto’s.
Conclusie is dat de consument in het gelijk wordt gesteld en dat de correctienota’s nadere correctie behoeven.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. In die situatie dient de ondernemer aan de consument het klachtengeld te vergoeden. Hoewel in deze beslissing niet uitgemaakt is of en zo ja, welk bedrag de consument aan de ondernemer dient te betalen, valt niet uit te sluiten dat hij enig bedrag verschuldigd is. Het in depot gestorte bedrag wordt dan ook aan de ondernemer uitgekeerd. Zo mocht blijken dat de te corrigeren nota’s leiden tot een teruggave aan de consument, dient de ondernemer het betreffende bedrag aan de consument uit te keren.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient de jaarnota’s 2021 tot en met 2023 te herzien als hiervoor overwogen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het in depot gestorte bedrag ad € 307,– wordt aan de ondernemer uitgekeerd.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop , mevrouw mr. B.J. van Gent , leden, op 13 september 2024.