Klaagster geen opdrachtgever of afnemer van diensten notaris, commissie onbevoegd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: (On)bevoegdheid / Declaratie    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 18989/26052

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De notaris heeft de klager een brief gestuurd waarin stond dat hij opdracht had gekregen van de bank om de openbare verkoop (executieveiling) van haar woning in gang te zetten. Uiteindelijk is zij er met de bank uitgekomen. Vervolgens kreeg zij van de notaris een rekening. Zij klaagt bij de commissie over die hoge rekening van de notaris. De commissie kan de klacht echter niet behandelen omdat door klaagster geen opdracht aan de notaris is gegeven. Ook kan klaagster niet opgevat worden als een afnemer van een dienst van de notaris. Dat er een verrekening heeft plaatsgevonden van gelden die door klaagster op de derdenrekening van het kantoor zijn gestort ten behoeve van een declaratie van de notaris kan hieraan niet afdoen. Immers, het betreft een betaling aan de bank van kosten ter voorkoming van een openbare veiling waaronder de kosten van de notaris.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De klaagster heeft de klacht voorgelegd aan de notaris. Het geschil betreft de hoogte van de declaratie.

Standpunt van de klaagster
Voor het standpunt van de klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Van de notaris ontving de klaagster een brief waarin stond dat de notaris opdracht had gekregen om de openbare verkoop(executieveiling) van haar woning in gang te zetten. Uiteindelijk is zij er met de bank uitgekomen. Vervolgens kwam de notaris met een zeer hoge rekening. De klaagster heeft de notaris aangeschreven en heeft hem hierover gebeld, maar is er met hem niet uitgekomen. De notaris heeft werkzaamheden verricht terwijl de klaagster nog in gesprek was met de bank en zij is door de bank niet in gebreke gesteld. Er liep een afbetalingsregeling. De klaagster verwijt de notaris dat deze voordat hij weet of er daadwerkelijk een veiling gaat plaats vinden, al werkzaamheden in het belang van de bank verricht. Deze zijn vervolgens verrekend via de derdenrekening van de notaris. Daarmee heeft de klaagster (indirect) betaald voor werkzaamheden waarvan duidelijk was dat die mogelijk niet nodig waren.

De notaris heeft in totaal een bedrag van € 5.172,75 gedeclareerd. De notaris brengt circa 20 uur aan werkzaamheden in rekening onder meer voor: voorbereiden veiling, uitzoekwerk aanschrijving(en) en telefonisch en schriftelijk communiceren met klaagster en/of haar (stief-)ouders.

De klaagster is bereid om de kosten van ongeveer vier uur werk aan de notaris te betalen. De klaagster heeft schade geleden en verzoekt de commissie naar redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.

Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern en voor zover thans relevant komt het standpunt op het volgende neer.

De klaagster is niet opdrachtgever van het notariskantoor geweest. [Opdrachtgever openbare verkoop], namens [naam bank] (hierna ook te noemen: de bank) heeft kantoor de opdracht gegeven de openbare verkoop in gang te zetten wegens verzuim van de klaagster jegens de bank. De declaratie is dan ook aan de bank gezonden en niet aan de klaagster.

De klaagster heeft ten behoeve van de bank en ter voorkoming van de openbare verkoop gelden naar de derdenrekening van het kantoor overgemaakt. Er is door het kantoor geen declaratie aan klaagster gezonden. Het klopt dat klaagster geen bedrag aan het kantoor verschuldigd is. Klaagster is dan ook niet ontvankelijk in deze procedure. Er bestaat een geschil tussen klaagster en de bank, maar niet tussen de klaagster en de notaris.

De kosten die de notaris aan de bank in rekening heeft gebracht voor de verrichte werkzaamheden zijn redelijk en passend. Er is geen reden om de declaratie (aan opdrachtgever =de bank) te matigen. De bank heeft de kosten aan de klaagster in rekening gebracht wegens verzuim van de klaagster jegens de bank, waartoe zij gerechtigd was op grond van de tussen haar en de klaagster gesloten overeenkomst (waarvan onder meer blijkt uit de hypotheekakte). Indien klaagster het niet eens is met de kosten die door de bank aan haar in rekening worden gebracht, dient zij een klacht in te dienen bij de bank.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

Toetsing van een geschil vindt door de Geschillencommissie plaats aan de hand van het Reglement Geschillencommissie Notariaat. Voor zover hier van belang bepaalt het Reglement het volgende:

Artikel 1 – Begripsomschrijving: Cliënt: de afnemer van de diensten van een notaris

Artikel 4 – Taak van de Commissie:
De Commissie heeft tot taak geschillen tussen de cliënt en de notaris te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van een door de cliënt aan de notaris gegeven opdracht. Zij bevordert een schikking tussen partijen.

Artikel 18 – inhoud bindend advies:
1. De Commissie beslist over haar bevoegdheid, de ontvankelijkheid van partijen en het geheel of gedeeltelijk (on)gegrond zijn van de klacht.”

Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat er in onderhavig geschil sprake is of is geweest van een door klaagster aan de notaris gegeven opdracht. Evenmin kan klaagster in het kader van het reglement opgevat worden als een afnemer van een dienst van de notaris. Dat er een verrekening heeft plaatsgevonden van gelden die door klaagster op de derdenrekening van het kantoor zijn gestort ten behoeve van een declaratie van de notaris kan hieraan niet afdoen. Immers, het betreft een betaling aan de bank van kosten ter voorkoming van een openbare veiling waaronder de kosten van de notaris.

Met inachtneming van voornoemde en weergegeven artikelen van het Reglement acht de commissie zich in deze niet bevoegd.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie acht zich in deze niet bevoegd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. K. Abma, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen – de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. C.C.J. Laenen, secretaris, op 22 september 2020.