Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1129471/1289191
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de ondernemer niet verantwoordelijk is voor de foutieve beginstand van de gasmeter, omdat deze stand terecht was overgenomen van de netbeheerder en later twee keer is gecorrigeerd. De ondernemer had de communicatie in 2024 beter kunnen doen, maar dit heeft de consument geen nadeel opgeleverd. De consument vindt het berekende verbruik nog steeds te hoog en vermoedt dat de meter niet goed werkte, maar een herijking liet slechts een kleine afwijking zien. Omdat een nieuwe herijking alleen door de netbeheerder kan worden beoordeeld, wordt de klacht tegen de ondernemer afgewezen en krijgt de consument de mogelijkheid om binnen twee weken een klacht tegen de netbeheerder in te dienen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Op basis van een achteraf gebleken onjuiste beginstand werd aan de consument een te hoog verbruik berekend. De meterstanden zijn tweemaal door de netbeheerder herzien. De consument acht de ondernemer op twee momenten tekortgeschoten. De commissie wijst dat af. Resteert de vraag of de meter herijkt kan worden. Die vraag richt zich tegen de netbeheerder. De consument wordt in de gelegenheid gesteld een klacht tegen de netbeheerder in te dienen.
Beoordeling
De consument is op 1 januari 2022 klant van de ondernemer geworden. De ondernemer zou de overstap naar hem verzorgen. In januari 2024 bleek uit een opgave van de consument dat de beginmeterstand gas niet juist kon zijn. Deze was overgenomen van de netbeheerder, maar nu bleek dat sinds 2013 de vorige leverancier de meterstanden geschat had. Bij mail van 12 februari 2025 heeft de netbeheerder standen berekend, die later in 2025 weer aangepast zijn. De aanpassing geschiedde aan de hand van recente meterstanden, opgegeven door de consument. Het gevolg is dat zo goed mogelijk de beginstand van 1 januari 2022 berekend is. Er is dan ook geen verbruik uit de tijd van de vorige leverancier in rekening gebracht. Op verzoek van de consument is de meter op 21 mei 2025 geijkt. De meter bleek niet te voldoen aan de eisen, maar de afwijking was van zo gering belang dat dat niet leidde tot aanpassing van het berekende verbruik.
De consument heeft twee klachten richting de ondernemer: de ondernemer had op of omstreeks 1 januari 2022 de beginstand bij de consument moeten opvragen; ook had de ondernemer begin 2024 de consument moeten wijzen op de mogelijke consequenties van het onderzoek naar de meterstanden. Verder heeft de consument nog een klacht tegen de netbeheerder: hij wil een herijking van de meter.
De ondernemer betoogt vóór 2024 meterstanden bij de consument opgevraagd te hebben, maar deze niet ontvangen te hebben (de consument voert aan die meterstanden wel ingestuurd te hebben, maar dat niet te kunnen bewijzen). De ondernemer erkent dat het beter ware geweest indien hij toen informatie over de mogelijke consequenties van het onderzoek naar de meterstanden aan de consument gegeven had. Hij heeft daarvoor eerder excuses aangeboden. Mede door gesprekken met de consument en contact met de netbeheerder zijn de uiteindelijke standen in rekening gebracht. De ondernemer stelt dat verdere discussie daarover, ook over de herijking, een kwestie voor de netbeheerder is.
De commissie overweegt dat gebruikelijk is dat de beginstand verstrekt wordt door de netbeheerder. Er was op dat ogenblik geen aanleiding te veronderstellen dat die stand niet juist was. In zoverre valt de ondernemer niets te verwijten. Dat de communicatie begin 2024 beter had gekund, erkent de ondernemer. Daaruit is echter geen nadeel voor de consument voortgevloeid. Integendeel, de ondernemer heeft zich ingespannen redelijke standen met de netbeheerder overeen te komen. Niettemin acht de consument het berekende verbruik veel te hoog, gezien zijn toenmalige geïsoleerde woning. Hij veronderstelt dat de meter niet goed werkte, vandaar dat hij een herijking wenst.
De commissie komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de klachten tegen de ondernemer afgewezen moeten worden en dat de zaak, met name rond de herijking, verwezen wordt naar de netbeheerder. Ten aanzien van dat punt is de zaak ten onrechte jegens de ondernemer aanhangig gemaakt. Artikel 20 van het reglement van de commissie voorziet in een dergelijke situatie.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument van de ondernemer verlangde wordt afgewezen. De klacht rond de herijking van de meter is jegens de verkeerde partij aanhangig gemaakt. De commissie stelt de consument alsnog in de gelegenheid binnen twee weken na verzending van deze beslissing een klacht dienaangaande jegens de netbeheerder aanhangig te maken. De consument is dan geen klachtengeld verschuldigd.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 19 januari 2026.