Klacht afgewezen: schattingen op jaarnota blijken na toelichting redelijk en niet weerlegd

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Bewijs / Jaarafrekening / Tariefbepalingen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1289621/1309552

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vond dat zijn jaarnota 2024/2025 niet kon kloppen, omdat het verbruik veel hoger leek dan het jaar ervoor. De nota was gebaseerd op schattingen, omdat de slimme meter geen standen doorgaf en de consument zelf geen meterstanden had doorgegeven. Nadat de consument op 25 maart 2025 wél standen doorgaf, maakte de ondernemer een gecorrigeerde jaarnota. Tijdens de zitting legde de ondernemer uit hoe de schattingen en beginstanden tot stand waren gekomen, inclusief een fysieke meteropname door de netbeheerder. De consument kon deze uitleg niet weerleggen. Daarom oordeelt de commissie dat de jaarnota voldoende is onderbouwd en wordt de klacht afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De jaarnota 2024/2025 was gebaseerd op schattingen. Het was de consument onvoldoende duidelijk hoe de schattingen tot stand gekomen waren. Bovendien week het berekende verbruik af van dat van het vorige jaar. Ter zitting heeft hij de schattingen uiteindelijk, na gegeven toelichting, niet meer weersproken.

Beoordeling
De consument was klant van de ondernemer in de periode 16 januari 2023 tot 16 januari 2024. Hij is toen overgestapt naar een andere leverancier, maar heeft met de ondernemer met ingang van 16 februari 2024 een nieuw contract gesloten. Ter discussie staat de jaarnota 16 februari 2024 tot 16 februari 2025 (jaarnota 2024/2025). De consument diende volgens die nota € 3.238,60 te betalen. Hij betoogt dat de nota niet kan kloppen als hij de nota vergelijkt met die van vorig jaar, terwijl hij bovendien weinig thuis is (alleenstaand). Hij heeft de jaarnota inmiddels voldaan.

De jaarnota 2024/2025 is gebaseerd op schattingen, evenals de facturen over voorgaande jaren van zowel de ondernemer als de andere leverancier van januari/februari 2024. De bij de consument geplaatste slimme meter gaf de standen niet door en de consument verstrekte de meterstanden niet. De consument heeft zelf op 25 maart 2025 de standen van die dag doorgegeven, op basis waarvan de ondernemer een gecorrigeerde jaarnota heeft uitgebracht. In de gecorrigeerde nota zijn voor elektriciteit normaal en dal, alsmede gas de volgende standen vermeld: 7387, 9699 en 12296. Gezien de opgave van de consument van 25 maart 2025 (respectievelijk 7441, 9909 en 12604) acht de commissie die inschatting alleszins redelijk.
Omtrent de beginstanden van de nota (16 februari 2024) bleek dat de netbeheerder op 8 maart 2024 een fysieke opname had gedaan. Ter zitting deelde de ondernemer mede dat de toen opgenomen meterstanden (in dezelfde volgorde) 6669, 8399 en 10839 luidden. De in de nota vermelde beginstanden bedroegen respectievelijk 6855, 7626 en 9252. De ondernemer lichtte toe dat bij de meteropname van
8 maart 2024 bleek dat in de jaren daarvoor te weinig verbruik berekend was met als gevolg dat in de jaarnota 2024/2025 ook verbruik van vooral gas uit de voorgaande jaren (tegen de lagere tarieven van 2024/2025) in rekening was gebracht.

Ter zitting is het voorgaande met de (vertegenwoordiger van de) consument besproken. Als hiervoor vermeld is ter zitting toegelicht hoe de schattingen tot stand gekomen zijn. Als slot van de discussie deelde de (vertegenwoordiger van de) consument mede dat hij de cijfers niet kon weerleggen. Dat brengt de commissie tot het oordeel dat de jaarnota 2024/2025 uiteindelijk onvoldoende is weersproken, zodat de klacht afgewezen wordt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 31 oktober 2025.

Opslaan als PDF