Commissie: Telecommunicatiediensten
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1319787/1326356
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt het onredelijk dat hij € 1.300 moet betalen om het vastrecht voor glasvezel eenmalig af te kopen, terwijl hij die optie destijds niet had en al acht jaar maandelijks heeft betaald. Hij wil dat de ondernemer een passende oplossing biedt. De ondernemer laat echter weten dat hij niet is aangesloten bij de Geschillencommissie. De commissie stelt vast dat de consument zijn klacht heeft ingediend tegen de verkeerde rechtspersoon binnen het concern. Daardoor kan de commissie de klacht niet behandelen. De klacht wordt ongegrond verklaard, zonder inhoudelijke beoordeling.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de – voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft eenmalige afkoop van vastrecht voor glasvezelkabel.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In 2016/2017 is er bij ons in het buitengebied [plaatsnaam] [gemeente] glasvezel aangelegd door [ondernemer]. Destijds was er helaas geen mogelijkheid om het vastrecht af te kopen, daardoor volgde er maandelijks een factuur vastrecht glasvezel. Inmiddels hebben we ruim acht jaar vastrecht betaald (gem € 12/mnd) = plm € 1.300,-. De projecten die korte tijd later in aanliggende buitengebieden zijn opgestart kregen die mogelijkheid tot afkoop wél.
Ik heb [ondernemer] onlangs gebeld om te kiezen voor eenmalige afkoop maar kreeg te horen dat de kosten voor eenmalige afkoop te allen tijde € 1.300,- waren, ongeacht hoe lang je al maandelijks hebt betaald. Dit verhaal snap ik wel wanneer je de mogelijkheid hebt gehad en hebt gekozen om maandelijkse te betalen maar ik vind dit niet redelijk en niet billijk wanneer je deze mogelijk destijds niet hebt gehad. Ik heb [ondernemer] gevraagd met een daarvoor bevoegd persoon tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te komen maar daar kom ik niet verder.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht van de heer [naam] (hierna: “[naam]”) is gericht tegen de (hoogte van) de afkoopsom die [ondernemer] op basis van de met hem gesloten overeenkomst in rekening brengt als hij de (maandelijks verschuldigde) vastrechtvergoeding wil afkopen. [ondernemer] houdt zich bezig met de aanleg en exploitatie van een glasvezelnetwerk waarmee consumenten en bedrijven toegang kunnen krijgen tot internet en andere diensten. [ondernemer] is niet aangesloten bij de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten en is hiertoe ook niet wettelijk verplicht.
In deze zaak is abusievelijk het genoemde verweer ingediend. Immers, de klacht van [conusment] is gericht tegen de vennootschap [ondernemer] die de vastrechtvergoeding factureert. [ondernemer] trekt derhalve haar ingediende reactie van 4 februari 2026 terug, nu zij niet aangesloten is bij de Geschillencommissie Telecom en hieraan zich ook niet vrijwillig wil committeren.
Gezien het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat de Geschillencommissie de klacht van
[consument] derhalve niet in behandeling kan nemen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft nog nader het volgende aangevoerd:
Allereerst blijkt uit het eerder ingediende verweer van 4 februari 2026 dat inhoudelijk op mijn klacht is gereageerd. Pas nadien wordt een beroep gedaan op het ontbreken van aansluiting bij de Geschillencommissie. Dit wekt de indruk dat het bevoegdheidsverweer pas is opgeworpen nadat inhoudelijk verweer niet tot het gewenste resultaat leidde.
Voorts staat vast dat [ondernemer] onderdeel uitmaakt van hetzelfde concern als [ondernemer], welke vennootschap wél is aangesloten bij de Geschillencommissie. Beide vennootschappen opereren onder dezelfde handelsnaam “[naam ondernemer]” en maken onderdeel uit van dezelfde groepsstructuur.
Het enkel verwijzen naar de afzonderlijke rechtspersoonlijkheid van de facturerende vennootschap miskent dat voor consumenten sprake is van één en dezelfde organisatie die onder één merk en concernstructuur opereert.
De ondernemer heeft daarop geantwoord dat de Geschillencommissie conform haar reglement niet-ontvankelijk is om in deze klacht te beslissen.
De commissie dient vast te stellen of een aangesproken ondernemer aangesloten is bij de Geschillencommissie. De toepasselijke bepaling in het reglement luidt dat indien tijdens de behandeling van een geschil blijkt dat het geschil niet jegens de juiste partij aanhangig is gemaakt, de commissie de klacht ongegrond verklaart en tevens een termijn bepaalt, waarbinnen het geschil door de betrokkene opnieuw aanhangig kan worden gemaakt, zonder dat deze opnieuw klachtengeld verschuldigd is.
Er moet van uitgegaan worden dat in rechtspersoonlijk opzicht een ander(e vennootschap) de wederpartij is van de consument in dit geval. De rekening in kwestie heeft immers ook kennelijk als onderwerp de vastrechtvergoeding. Daarmee moet tot ongegrondheid van de klacht worden geoordeeld. Nu de ondernemer tot wie het geschil zich richt niet aangesloten is kan de consument niet daarnaar worden verwezen.
Overigens kan worden opgemerkt dat verwarring bij de consument over de juiste wederpartij voorstelbaar is door het niet consequent volledig vermelden van bedrijfsnamen. Het zou de consument niet gebaat hebben nu voor zover zou worden aangenomen dat inhoudelijk gereageerd is op de klacht door [ondernemer], de klacht ook ongegrond geoordeeld moet worden, omdat het een contractuele afspraak was.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer J. Schouten, de heer mr. M. Nieuwenhuijs, leden, op 25 februari 2026.