Klacht deels gegrond: ondernemer had toelage Noodfonds in één keer moeten uitbetalen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1309043/1315982

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg in 2025 een toelage van het Noodfonds Energie. Dat bedrag werd aan de ondernemer uitbetaald, maar de consument was op dat moment al geen klant meer. De ondernemer betaalde het bedrag toch in termijnen uit, zoals hij normaal doet bij actieve klanten.
De commissie vindt dat dit niet mocht. Als iemand geen klant meer is, kan de ondernemer het bedrag niet meer verrekenen met energiekosten. Dan moet het volledige bedrag direct aan de consument worden uitbetaald.
De commissie oordeelt daarom dat de ondernemer onjuist heeft gehandeld. De consument krijgt een vergoeding van 100 euro voor het ongemak. De overige klachten over factuurkosten en eindnota worden afgewezen, omdat die volgens de commissie kloppen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de uitbetaling door de ondernemer van de aan de consument toegekende toelage ter grootte van € 681,15 uit het Noodfonds energie.

De consument heeft de klacht op 6 juli 2025 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument had tot en met 12 mei 2025 een contract met de ondernemer en is daarna overgestapt naar een andere leverancier. De consument is dus geen klant meer van de ondernemer.

Op 27 juni 2025 heeft het Noodfonds een toelage van € 663,12 aan de consument toegekend. Dit bedrag is uitbetaald aan de ondernemer, waarmee de consument geen contractuele relatie heeft. Bij brief van 6 juli 2025 verzocht de consument de ondernemer de gehele toelage over te maken naar zijn rekening. De consument verklaarde niet akkoord te gaan met een betaling in termijnen en liet weten dat hij aanspraak maakt op wettelijke rente. De ondernemer gaf aan dat het technisch niet mogelijk was om de volledige uitkering in een keer naar een inactieve klant over te maken

Op grond van de eindnota diende de ondernemer per saldo een bedrag van € 544,63 aan de consument te betalen, maar de ondernemer deed op 8 juli 2025 slechts een deelbetaling van € 526,60. Dat is € 18,03 te weinig.

De consument verlangt dat de ondernemer op grond van artikel 6:29 BW de toelage van € 663,12 aan hem in een keer uitbetaald. Tevens maakt hij aanspraak op wettelijke rente van € 8,04 per maand. Ook verlangt de consument dat de ondernemer aan hem een bedrag van € 18,03 betaalt.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

In essentie houdt de klacht van de consument in dat de ondernemer ten onrechte niet de toelage in een keer, maar in termijnen heeft betaald. De betalingen zijn gedaan na het indienen van de klacht op 19 september 2025. De consument is een schuldeiser van de ondernemer en hoeft geen genoegen te nemen met betaling in termijnen. Het bedrag was opeisbaar. Als de consument nog klant was geweest zou hij er geen moeite mee hebben gehad met de uitbetaling in termijnen.

De consument heeft ook kosten gemaakt, zoals treinkosten, porti en administratiekosten, die hij vergoed wil hebben.

Het is juist dat de consument eenmalig liet weten een papieren factuur te willen ontvangen. Dat kostte inderdaad € 3,03. Ook is het juist dat de ondernemer slechts één keer een bedrag van € 235,- in rekening gebracht en meerdere keren het bedrag van € 250,-.

Om in termijnen te mogen betalen was een afspraak tussen partijen noodzakelijk, die afspraak is nooit gemaakt.

De consument vindt een coulancebetaling van € 100,74 als voorstel van de ondernemer, een aalmoes.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 30 juni 2025 via het Noodfonds Energie een toelage van € 663,12 gekregen voor 2025. Het Noodfonds verplicht energieleveranciers niet tot onmiddellijke uitbetaling van het totale toegekende bedrag, de leveranciers hebben beleidsvrijheid in de wijze van de verwerking van de betaling, mits het volledige bedrag wordt uitgekeerd. Indien aanvraag wordt toegekend nadat de consument is overgestapt naar een andere leverancier, ontvangt de ten tijde van de aanvraag actieve leverancier de toelage. De ondernemer verrekent de uitkering van het Noodfonds met de energierekening van de eerste zes maanden nadat de aanvraag is goedgekeurd. De uitbetaling is gedaan in vijf termijnen. De laatste twee termijnen van € 110,52 zijn op verzoek van de consument in een keer uitbetaald. Op 10 november 2025 was het bedrag volledig uitgekeerd.

Er was geen verplichting voor de ondernemer om het bedrag in een keer uit te keren dus van een aanspraak op wettelijke rente is geen sprake. Van te late betaling was geen sprake.

Van een vermeend tekort op de uitbetaling van de eindnota is geen sprake. Tijdens de factuur periode is een keer een bedrag van € 235,- in rekening gebracht, in afwijking van het reguliere bedrag van € 250,-. De consument heeft aangegeven een factuur te willen ontvangen en daarvoor is een bedrag van € 3,03 in rekening gebracht. Van een achterstand van € 18,03 is dan ook geen sprake.

Na het indienen van de klacht door de consument heeft de ondernemer geprobeerd om met de consument tot een vergelijk te komen en is de ondernemer de consument ruimhartig tegemoetgekomen. De consument wilde echter een uitspraak van de commissie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de uitbetaling door de ondernemer van het aan hem door het Noodfonds Energie toegekende bedrag van € 663,12. Ten tijde van de aanvraag was de consument nog klant van de ondernemer, ten tijde van de toekenning was hij geen klant meer.

De consument verzocht om die reden meerdere malen om volledige uitbetaling aan hem van het toegekende bedrag. Daarop ging de ondernemer niet in en hield vast aan een periodieke betaling in zes termijnen. Normaal gesproken wordt de steun verrekend met de energierekening gedurende een periode van zes maanden.

De ondernemer stelt zich op het standpunt dat er in het geval dat de gerechtigde op de toelage geen klant meer is, dit geen verschil maakt en zij nog steeds gerechtigd is het bedrag in termijnen uit te betalen.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer niet dat er een volledige beleidsvrijheid voor hem bestaat voor wat betreft de uitbetaling c.q. verrekening van het tegoed, nu uit de regeling blijkt dat deze erin voorziet dat de energierekening gedurende een periode van zes maanden verlaagd wordt. Dit brengt dus wel degelijk mee dat de ondernemer het toegekende bedrag op een bepaalde wijze aan de consument dient te laten toekomen.

Op het moment dat de toelage aan de ondernemer is uitbetaald, maar op dat moment geen leverancier meer is van de consument, ontstaat naar het oordeel van de commissie een andere situatie. De ondernemer heeft op dat moment geen contractuele relatie meer met de consument en heeft daarmee ook geen verdere bemoeienis meer met de actuele energiekosten van de consument. Daarmee vervalt de grond om de betaling van het tegoed in termijnen te doen en kan de consument als rechthebbende aanspraak maken op de volledige betaling van het tegoed en bestaat er geen grond voor de ondernemer om het tegoed onder zich te houden en dit slechts in termijnen aan de consument uit te betalen.

Daarmee is ook het standpunt van de consument verdedigbaar dat hij tevens aanspraak kan maken op wettelijke rente indien en voor zover de ondernemer na in gebreke te zijn gesteld het totale bedrag niet terstond aan de consument overmaakt.

In zoverre is de klacht van de consument dan ook gegrond.

De overige klachtonderdelen betreffende de eindnota en de factuurkosten verwerpt de commissie, nu de uitleg daarover van de ondernemer strookt met de feiten, hetgeen door de consument ter zitting ook is erkend.

Gelet op het door de consument ondervonden ongerief acht de commissie het redelijk en geboden dat de ondernemer daarmee in overeenstemming zijnde vergoeding aan de consument betaalt, welke door de commissie naar billijkheid wordt begroot op € 100,-.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt een vergoeding van € 100,- aan de consument; betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem te vergoeden.

Voorts wordt aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer H.H. van der Linden, leden, op 15 december 2025.

Opslaan als PDF