Klacht deels gegrond: ondernemer moet transparante tariefberekeningen aanleveren

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1308995/1311941

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat hij onterecht service‑ en onderhoudskosten heeft betaald voor de afleverset, omdat hij eigenaar is en geen huurder. Ook klaagt hij dat tariefwijzigingen steeds te laat zijn aangekondigd en dat de ondernemer jarenlang niet was aangesloten bij de Geschillencommissie. De commissie oordeelt dat eigenaren wél moeten betalen voor service en onderhoud, zoals in het contract staat. Ook mag de ondernemer vastrecht rekenen. Deze onderdelen van de klacht zijn dus ongegrond. Maar de ondernemer heeft geen transparante berekeningen gegeven van de jaarlijkse tariefstijgingen, terwijl die afhankelijk zijn van meerdere indexen (CBS, DEPV, ACM, Warmtewet). Daarom moet de ondernemer alsnog duidelijke berekeningen sturen voor 2022 t/m 2025 en eventuele fouten corrigeren. Ook is de ondernemer te laat geweest met het aankondigen van tariefwijzigingen, maar dit leidt volgens de commissie niet tot schadevergoeding. De klacht is daarom gedeeltelijk gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De klacht betreft de service- en onderhoudskosten die in rekening zijn gebracht ter hoogte van de huurkosten daarvoor, omdat ik eigenaar van de afleverset ben en geen huurder. De commissie bepaalt dat de ondernemer transparante berekeningen moet sturen aan de consument van de premieverhogingen per 1 januari 2022, 2023, 2024 en 2025. De commissie bepaalt verder dat de ondernemer, in geval deze transparante berekeningen tot een andere uitkomst zouden leiden dat de in rekening gebrachte tarieven in 2022, 2023, 2024 en 2025, de ondernemer op kortst mogelijke termijn zorgdraagt voor correctie van hetgeen in rekening is gebracht over deze jaren (zowel plus als min).

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 25 september 2021 met de ondernemer tot stand gekomen exploitatiecontract om ervoor te zorgen dat de door de VVE gekochte installatie gedurende een lange periode de bewoners van ruimteverwarming en warm tapwater zou voorzien.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Mijn klacht betreft de service- en onderhoudskosten die bij mij in rekening zijn gebracht ter hoogte van de huurkosten daarvoor. Ik ben eigenaar van de afleverset en geen huurder. In eerdere jaren heb ik bezwaar gemaakt tegen de doorbelasting van deze kosten aan eigenaren van een afleverset, zoals opgenomen in de toenmalige tariefbladen. Toen deze kosten in het tarievenblad voor 2024 niet langer werden doorberekend aan eigenaren, ging ik ervan uit dat mijn bezwaar was gehonoreerd. Dit bleek onjuist. In 2025 kwam ik tot de conclusie dat de betreffende kosten in 2022 en 2023 wél zijn doorberekend. Daarom vorder ik restitutie van deze kosten voor de jaren 2022, 2023 én in elk geval van 2024.
Te late bekendmaking van tariefwijzigingen. Ook op dit punt is de ondernemer structureel in gebreke gebleven. Volgens zowel artikel 3d, lid 2, van de Warmteregeling als artikel 11.1 van de Algemene Voorwaarden Service Afleverset 2021, dienen gebruikers tijdig persoonlijk en schriftelijk geïnformeerd te worden over tariefswijzigingen. In de praktijk is dit niet gebeurd:
• Voor 2022: aankondiging pas in december 2021
• Voor 2023: informatie ontvangen op 21 december 2022
• Voor 2024: informatie pas op 23 december 2023; bovendien onjuist, correctie volgde in januari 2025
• Voor 2025: informatie ontvangen op 27 december 2024
Mijn klacht gaat niet enkel over geld, maar is ook van principiële aard. De ondernemer is zowel wettelijk als contractueel verplicht zich aan te sluiten bij een geschillencommissie. Door dit lange tijd na te laten, ben ik als consument ernstig benadeeld. Ik werd feitelijk belemmerd in mijn recht om laagdrempelig een geschil voor te leggen aan een onafhankelijke commissie. Daardoor ben ik genoodzaakt mijn klacht via de rechter te laten behandelen – een aanzienlijk ingewikkeldere, duurdere en tijdrovendere route.
Ook weiger ik principieel te betalen voor de huur van een afleverset die aantoonbaar mijn eigendom is.

Allereerst wens ik dat het gehele in rekening gebrachte bedrag van € 141,17 voor ‘service en onderhoud van de afleverset’ op nihil wordt gesteld. Daarnaast vind ik ook dat vanaf 2021 de jaarlijkse in rekening gebrachte kosten voor ‘service en onderhoud van de afleverset’ worden terugbetaald en dat er voor die periode een passend tarief hiervoor wordt gerekend voor eigenaren van de afleverset.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij zijn door [bouwbedrijf] en de VVE verzocht een exploitatiecontract op te stellen om ervoor te zorgen dat de door de VVE van [bouwbedrijf] gekochte installatie gedurende een lange periode de bewoners van ruimteverwarming en warm tapwater zou voorzien. Wij zijn op dat verzoek ingegaan en hebben:
• Een overeenkomst gesloten met de VVE van [plaatsnaam];
• Individuele warmteleveringsovereenkomsten gesloten met de bewoners, en
• Individuele servicecontracten voor de warmteafleverset gesloten met de bewoners.
De bewoners, dus ook de consument, zijn eigenaar van de warmteafleversets. Hierop ziet de Warmtewet niet toe, althans, er is slechts een tarief voor “Huur collectieve afleverset”.
Voor zover ons bekend wordt er in dit tarief van uitgegaan dat de service verleend wordt door de eigenaar van de warmteafleverset, tegen de vastgestelde prijs. Wij zijn geen eigenaar.
Wij zijn dan ook van mening dat de service aan de warmteafleverset, waarmee de consument dus contractueel akkoord is gegaan, niet onder de Warmtewet valt en dat het door ons in rekening gebrachte tarief daarom niet aan enige richtlijn, dus ook niet aan een maximum, gebonden is.
Wij vinden dan ook niet dat de voor service van de warmteafleversets in rekening gebrachte bedragen kwijtgescholden of terugbetaald zouden moeten worden.
Immers, wij verrichten een dienst en leveren materialen, het mag voor zich spreken dat dit niet gratis gedaan kan worden. Over het jaar 2025 is het tarief door ons bepaald op € 3.608,88, of € 150,37 per woning.
Om het gehele probleem op te lossen hebben wij in een eerder stadium aangeboden om de “overeenkomst Service Afleverset” te ontbinden zodat de consument vrij is de service aan de afleverset door een derde te laten uitvoeren. Wij herhalen ter beslechting van dit geschil dat aanbod.

Inzake de andere klachten van de consument:
Uiteraard mag de consument verwachten dat er tijdig en conform de Algemene Voorwaarden gecommuniceerd wordt.
Wij willen als oplossing bieden de datum van ingang te verschuiven naar 1 februari van ieder kalenderjaar. Wij zijn immers gehouden aan de tarieven van de ACM en in de praktijk is de afgelopen jaren gebleken dat de ACM ieder jaar pas in december de nieuwe maximale tarieven vaststelt hetgeen het voor ons onmogelijk maakt om eerder te acteren.
Wij merken op dat het hier in de praktijk dus steeds gegaan is om de verhoging van jaar op jaar van één kalendermaand, de maand januari. Immers, de wijzigingen zijn telkens in december gecommuniceerd, met uitzondering van januari en februari (of in principe tot 3 maart) 2022.
Hoewel wij in niemands portemonnee kunnen kijken (en dat ook niet mogen noch willen) gaat het hier dus over, bijvoorbeeld in 2022, minder dan 1 (één) euro per maand. Daar komt nog bij dat het niet tijdig (kunnen) bekendmaken niets afdoet aan de eventueel gestegen kosten en de inflatie. In het voorkomende geval van lagere kosten of deflatie was het voordeel voor de consument geweest.
Inzake zijn klacht over het lidmaatschap van de Geschillencommissie, kunnen en willen wij de consument niet alleen gelijk geven, maar daar ook onze excuses voor aanbieden. Dat had veel eerder geregeld moeten worden. Wij zien niet direct welke schade er ondervonden is, want voor zover ons bekend is de weg naar de rechter niet bewandeld. Mocht dit wel zo zijn, dan vernemen wij dat alsnog naar wij aannemen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Vast staat dat partijen een Exploitatieovereenkomst hebben gesloten d.d. 25 september 2021 met bijbehorende tarieven en de jaarlijkse verhoging van de tarieven op grond van art 6, inhoudende onder meer dat tarieven van vastrecht en meetdienst worden aangepast overeenkomstig genoemd percentage van de door de ACM gepubliceerde maximum tarieven en ook inhoudende dat de tarieven van energie jaarlijks worden geïndexeerd in navolging van DEPV en ACM doch gemaximeerd door de warmtewet.
Vast staat ook dat partijen de daarbij behorende Overeenkomst Service Afleverset hebben afgesloten d.d. 25 september 2021 met bijbehorende tarieven en jaarlijkse verhoging van de tarieven op grond van art 2, onder meer volgens de index basis van de Tabel Regelingslonen Bouwnijverheid en Installatiebedrijven van het CBS.

Waar consument klaagt dat de ondernemer geen “vastrecht” in rekening mag brengen en daar mee moet stoppen, is de commissie van oordeel dat die klacht ongegrond is.
Waar consument er impliciete over klaagt dat de afleverset nooit verkocht had mogen worden aan de eigenaren van de woningen (appartementsgerechtigden), is de commissie van oordeel dat deze klacht jegens de ondernemer niet ontvankelijk is, omdat de ondernemer geen partij was bij genoemde verkoopovereenkomst.
Waar consument klaagt dat eigenaren van de afleverset geen kosten zou hoeven betalen voor service en onderhoud, is de commissie van oordeel dat deze klacht ongegrond is.
Waar consument klaagt dat transparantie over de aanpassing van de tarieven, ondanks herhaalde verzoeken, nooit is verstrekt, zodat niet gecontroleerd kan worden of de aanpassingen overeenkomen met de contractuele afspraken, is de commissie van oordeel dat de klacht aangaande de transparantie gegrond is, met name omdat de jaarlijkse aanpassingen van de verschillende tarieven volgens de contract niet slechts afhankelijk zijn van één index, op grond waarvan de rekensom eenvoudig zou zijn, maar op grond van onder meer index CBS, index DEPV, index ACM, maximum tarieven ACM en maximale prijsstijging warmtewet. Initiële tarieven zijn de tarieven vermeld of aangehecht aan de contracten uit 2021.
Waar consument klaagt dat op eerste tarievenblad 2022 geen bedrag voor huurders is vermeld, en consument daar consequenties aan wil verbinden, stelt de commissie vast dat dat tarievenblad 2022 specifiek vermeldt: “Levering van warmte aan VvE leden” (dus niet aan huurders) en is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Waar consument klaagt over het te laat bekend maken van de tariefsverhogingen, omdat brieven ter zake niet tenminste 30 dagen voorafgaand aan de datum van premieverhoging werden ontvangen, is de commissie van oordeel dat deze klacht gegrond is. Aangezien het voor consument evenwel kenbaar is dat jaarlijks per 1 januari tarieven worden geïndexeerd, zoals contractueel vastgelegd in art 2 van de service overeenkomst en art 6 van de exploitatie overeenkomst, is de commissie van oordeel dat de ondernemer wel in gebreke is, maar dit niet leidt tot schade voor consument en/of reden om consument te compenseren.

De commissie wijst de ondernemer op de voorwaarde om net als andere ondernemers 30 dagen voor ingang van de premiewijziging consument te informeren. Wanneer later zou blijken dat het nieuwe tarief hoger zou zijn dan het maximum tarief van ACM, kan uiteraard een correctie plaatsvinden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie
• bepaalt dat de ondernemer binnen vier weken na verzending van deze beslissing, transparante berekeningen overlegt/stuurt aan consument van de premieverhogingen per 1 januari 2022, 2023, 2024 en 2025 en met verwijzing naar toepasselijke index, maxima etc;
• bepaalt dat de ondernemer, in geval deze transparante berekeningen tot een andere uitkomst zouden leiden dat de in rekening gebrachte tarieven in 2022, 2023, 2024 en 2025, de ondernemer op kortst mogelijke termijn zorg draagt voor correctie van hetgeen in rekening is gebracht over deze jaren (zowel plus als min);
• wijst het meer of anders verzochte af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 9 februari 2026.

Opslaan als PDF