Klacht deels gegrond; rollerbanen en beschadiging in gietvloer voor rekening ondernemer; muggen in vloer en verkleuring niet.

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: Ondeugdelijke levering    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 74446

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 26 september 2012 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren en aanbrengen van een gietvloer tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 5.226,– inclusief BTW. De oplevering vond plaats eind november 2012.   De consument heeft een bedrag van € 4.781,61 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument stelt dat de ondernemer zijn verplichtingen uit de gesloten overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen. Hij stelt hiertoe het volgende. Op de begane grond, de eerste etage en de zolder zijn de aanzetten van de lakroller zichtbaar wat een zeer storend effect geeft en aantoont dat de vloer niet deugdelijk is aangebracht. Op de eerste etage is een hechtingsfout op de grootste slaapkamer ontstaan; de plek loopt niet gelijk met de rest van de vloer en is nog zacht. Er zijn bovendien muggen in de vloer terechtgekomen die in strijd met de hierover gemaakte afspraken niet door de ondernemer zijn verwijderd. De ondernemer heeft bij het gieten van de vloer zonder pak gewerkt, waardoor haartjes in de vloer terecht zijn gekomen. De ondernemer heeft zich niet aan de planning gehouden, wat tot een bijzonder stressvolle situatie heeft geleid.   De consument heeft per brief van 2 juni 20913 gereageerd op het deskundigenrapport. De gemachtigde van de consument heeft per brief van 5 juni 2013 aanvullend gereageerd op het deskundigenrapport. De gemachtigde van de consument heeft per brief van 7 juni 2013 gereageerd naar aanleiding van de brief van de gemachtigde van de ondernemer van 6 juni 2013. Indien en voor zover dat voor het bind advies relevant is, zal hetgeen in deze brieven wordt gesteld bij de motivering van het bindend advies worden verwoord.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Ik heb geen enkel vertrouwen meer in de ondernemer en wil dan ook niet dat de noodzakelijke herstelwerkzaamheden door hem worden uitgevoerd. De ondernemer heeft de eerder door hem uitgevoerde herstelwerkzaamheden ook niet deugdelijk uitgevoerd. Dit rechtvaardigt dat in dit geval wordt afgeweken van de hoofdregel dat een uitvoerder van werkzaamheden in beginsel in de gelegenheid moet worden gesteld eventuele tekortkomingen te herstellen. De muggen in de vloer zouden hersteld worden. Dat dit niet heeft plaatsgevonden komt door tijdgebrek, die werd veroorzaakt door het feit dat de ondernemer zijn planning niet is nagekomen en wij moesten verhuizen. De oplevering heeft plaatsgevonden op 26 november 2012. Hier is geen verslag van opgemaakt. Er is toen gesproken over de muggen en over de beschadiging in de slaapkamer op de eerste etage. De zolder is niet geïnspecteerd. Ik ben akkoord met het deskundigenrapport met dien verstande dat de rollerslagen op de begane grond meer dan gering zijn. De rollerslagen lopen kris kras door elkaar en zijn zeer storend. De verkleuringen zijn een paar weken voor het bezoek van de deskundige zichtbaar geworden. De ondernemer heeft ons geen keuze voorgelegd tussen vloeren die meer of minder snel zouden verkleuren. Het is niet juist dat wij de woning te vroeg hebben betreden. Zouden wij dat hebben gedaan, dan zouden er meer beschadigingen zichtbaar moeten zijn dan de ene beschadiging in de slaapkamer.   De consument verlangt primair vergoeding van zijn schade en subsidiair herstel van de geconstateerde gebreken, waarbij volgens de consument het opnieuw gieten van de vloer op de eerste etage de enige juiste oplossing is voor het probleem op de eerste etage.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer weerspreekt de klacht van de consument. De gemachtigde van de ondernemer voert hiertoe het volgende aan. De klacht met betrekking tot de aanzetten van de lakroller wordt betwist. Het is normaal dat de vloer na oplevering enige mate van spaanslagen laat zien. Dit kan verergeren onder invloed van strijklicht. De aanzetten zullen door gebruik verminderen. De hechtingsfout in de slaapkamer op de eerste etage is ontstaan doordat de consument de vloer die voorzien was van een primer laag te vroeg heeft betreden. Dit blijkt uit het sms-verkeer tussen partijen. Dit probleem kan worden verholpen, maar de kosten hiervan dienen voor rekening van de consument te komen. Dat er muggen in de vloer zijn gekomen, is de ondernemer niet te verwijten. Er zijn voorstellen gedaan om de muggen te verwijderen. De consument heeft het voorstel voor het verwijderen van de muggen niet aanvaard. Dit blijkt uit de emailcorrespondentie tussen partijen. Hoewel de consument erkent dat de aanwezigheid van de muggen niet aan de ondernemer is te verwijten, verlangt de consument wel dat de ondernemer deze kosteloos verwijderd. Bij het aanbrengen van de vloer heeft de ondernemer wel degelijk een pak gedragen. De consument was niet aanwezig bij het aanbrengen van de vloer en kan hier dus niet over oordelen. De planning is inderdaad niet gehaald, omdat – anders dan in de checklist stond – de temperatuur van 18 graden niet gehaald kon worden, hetgeen de applicatie heeft bemoeilijkt. De klacht van de consument dient ongegrond verklaard te worden.   De gemachtigde van de ondernemer heeft per brief van 6 juni 2013 gereageerd naar aanleiding van het deskundigenrapport. Voor zover dat voor het bindend advies relevant is, zal hetgeen zij in deze brief naar voren heeft gebracht hierna worden verwoord.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De muggen waren niet zichtbaar aanwezig bij het gieten van de vloer. Er is een afspraak gemaakt om de muggen te verwijderen. Deze afspraak kon niet worden nagekomen vanwege tijdsdruk aan de kant van de consument. Bij de schade in de slaapkamer is een voetafdruk zichtbaar, waaruit kan worden afgeleid dat de vloer te vroeg is betreden. Er is afgesproken een gietvloer te leggen op de begane grond en op de eerste verdieping die kan verkleuren.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport van 22 mei 2013, samengevat weergegeven en voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Ten aanzien van de rollerbanen is op de begane grond sprake van een normaal beeld. Op de eerste verdieping is slordiger gewerkt en zijn de rollerbanen te herkennen als duidelijke wisselingen in laagdikte en zelfs structuurverschillen. In de slaapkamer op de eerste verdieping is sprake van een schade welke wordt geïnitieerd door contact van water met de gietvloermaterialen in onverharde staat. Dit is op geen enkele wijze te relateren aan te vroeg belopen van de vloer. Deze schade zal moeten worden uitgenomen, aangeheeld en vervolgens vlak geschuurd. Deze reparatie zal zichtbaar blijven tenzij een overlaging in kleur wordt uitgevoerd. Ten aanzien van de muggen in het oppervlak is sprake van een extreme situatie. De muggen zijn op veel en zeer opvallende plaatsen aanwezig en laten zich niet verwijderen zonder een totale overlaging toe te passen.   De omvang van de geconstateerde gebreken is ernstig. Herstel is technisch mogelijk zoals hiervoor aangegeven. De herstelkosten bedragen bij benadering € 3.650,– inclusief BTW en exclusief in- en uitruimen en vervangend verblijf.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De consument heeft ter zitting verklaard zijn bezwaren tegen de brief van de gemachtigde van de ondernemer van 6 juni 2013 niet te handhaven. De commissie zal deze brief dan ook betrekken in haar oordeelsvorming.   De commissie is van oordeel dat de muggen in de vloer op de begane grond niet kunnen worden aangemerkt als een de ondernemer aan te rekenen gebrek van de vloer. De ondernemer is hiervoor dan ook niet aansprakelijk. Er is niet gebleken dat er ten tijde van het aanbrengen van de gietvloer muggen in de woning aanwezig waren waardoor de ondernemer had moeten afzien van het op dat moment aanbrengen van de vloer. De consument heeft in verschillende emails ook erkend dat de muggen in de vloer niet de schuld van de ondernemer zijn. Zo schrijft de consument in haar brief van 12 december 2012 onder andere het volgende: “De muggen zijn buiten uw en onze schuld om in de vloer terecht gekomen, zou u proberen te verwijderen met een stanleymes dan wel verfkrabber.” Het is natuurlijk bijzonder vervelend dat de muggen in de vloer terecht zijn gekomen, maar dit komt voor rekening en risico van de consument. Tussen de consument en de ondernemer staat vast dat afgesproken is dat de ondernemer de muggen zou verwijderen, maar dat deze afspraak niet nagekomen is kunnen worden vanwege de aan de kant van de consument bestaande tijdsdruk om te kunnen verhuizen. Deze omstandigheid van tijdsdruk kan de ondernemer echter niet worden verweten. Het onderdeel van de klacht van de consument met betrekking tot de muggen is derhalve ongegrond.   De deskundige heeft aangegeven dat de rollerbanen op de begane grond een normaal beeld geven. Uit het deskundigenrapport blijkt dus niet dat de gietvloer niet deugdelijk is gelegd. De enkele uitlating van de consument ter zitting dat de rollerbanen kris kras door elkaar lopen en zeer storend zijn, is onvoldoende om de bevindingen van de deskundige ter zijde te stellen. Het onderdeel van de klacht van de consument met betrekking tot de rollerbanen op de begane grond is derhalve ongegrond.   Aangezien de onderdelen van de klacht van de consument met betrekking tot de muggen en de rollerbanen op de begane grond ongegrond zijn, zal de commissie ook niet beslissen dat de vloer op de begane grond hersteld dient te worden.   De commissie komt het advies van de door de commissie benoemde deskundige met betrekking tot de beschadiging in de slaapkamer op de eerste verdieping en de rollerbanen op de eerste verdieping zowel feitelijk als vaktechnisch juist voor. De commissie neemt de bevindingen van de deskundige en zijn advies met betrekking tot de noodzakelijke herstelwerkzaamheden over, met uitzondering echter van zijn advies om UV-stabiel rolcoating aan te brengen.   De commissie passeert derhalve hetgeen de gemachtigde van de ondernemer in haar brief van 6 juni 2013 met betrekking tot de beschadiging in de slaapkamer heeft aangevoerd. Het is immers aan de ondernemer om het ongelijk van de bevindingen en het vaktechnisch advies van de deskundige aannemelijk te maken. De ondernemer is daar naar het oordeel van de commissie niet (voldoende) in geslaagd. Het verweer van de ondernemer dat de consument de vloer te vroeg heeft belopen, acht de commissie niet aannemelijk, omdat in dat geval meerdere beschadigingen zichtbaar geweest zouden moeten zijn, zoals de consument terecht ter zitting heeft opgemerkt. Het onderdeel van de klacht van de consument met betrekking tot de beschadiging in de slaapkamer op de eerste verdieping en de rollerbanen op de eerste verdieping is derhalve gegrond.   De commissie acht de door de deskundige geadviseerde herstelwerkzaamheden noodzakelijk. Dit geldt echter niet voor de door de deskundige geadviseerde rolcoating UV-stabiel. Bij het herstel van de geconstateerde gebreken kan de consument aanspraak maken op herstel in de toestand waarin de vloer zou moeten verkeren zonder deze gebreken. Tussen partijen is niet een rolcoating UV-stabiel afgesproken, zodat de consument met betrekking tot de herstelwerkzaamheden ook niet kan verlangen dat een (iets duurdere) rolcoating UV-stabiel wordt gebruikt.   De consument heeft ter zitting aan de klacht toegevoegd dat de vloer verkleurt. Het enkele feit dat de vloer verkleurt, betekent nog niet dat de vloer niet deugdelijk is. De consument heeft met zijn stelling dat de vloer verkleurt nog niet aannemelijk gemaakt dat de ondernemer zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet behoorlijk is nagekomen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.   De commissie is van oordeel dat in dit geval van de consument in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zijn medewerking verleent aan het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden door de ondernemer zelf. Zoals ook ter zitting wel is gebleken, is de onderlinge verstandhouding tussen de consument en de ondernemer behoorlijk verstoord geraakt en bestaat er een gerede kans dat het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden door de ondernemer onnodig tot nieuwe geschillen zal leiden. Dit is niet in het belang van de consument of van de ondernemer. Bovendien heeft de ondernemer eerdere herstelwerkzaamheden niet deugdelijk uitgevoerd. Of de ondernemer al dan niet in verzuim is, is dan ook niet relevant. Hetgeen de gemachtigde van de ondernemer hierover ter zitting heeft betoogd, doet dan ook niet af aan het hiervoor op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde oordeel met betrekking tot het uitvoeren van de noodzakelijke herstelwerkzaamheden.   Nu de ondernemer niet in de gelegenheid zal worden gesteld de herstelwerkzaamheden uit te voeren, zal hij de noodzakelijke herstelkosten aan de consument dienen te vergoeden.   Voor de begroting van deze herstelkosten zoekt de commissie aansluiting bij het deskundigenrapport. De commissie neemt de door de deskundige begrote herstelkosten voor het herstel van de eerste verdieping (39 m², oftewel afgerond 40% van het totale vloeroppervlak) over en begroot de kosten voor het verwijderen van de schuimbult op € 700,– inclusief BTW, het schuren van de eerste verdieping op € 100,– inclusief BTW en het aanbrengen van een rolcoating RAL 7038 en transparant, niet UV-stabiel op € 1.040,– inclusief BTW;in totaal derhalve € 1.840,– inclusief BTW. Ten opzichte van de begroting van de deskundige past de commissie een korting van € 100,– inclusief BTW toe, omdat de deskundige ten onrechte is uitgegaan van rolcoating UV-stabiel, terwijl overeengekomen is rolcoating UV niet-stabiel.   Hoewel de consument geen indicatie heeft gegeven van de te verwachten kosten van het in- en uitruimen en van vervangend verblijf is de commissie van oordeel dat deze te verwachten kosten in redelijkheid moeten worden vergoed door de ondernemer. Bij gebreke van andere informatie met betrekking tot de hoogte van de kosten begroot de commissie deze op € 160,– inclusief BTW.   Nu de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond is, zal de ondernemer het door de consument betaalde klachtengeld dienen te vergoeden.   De consument heeft een bedrag van € 4.781,61 niet aan de ondernemer betaald en bij de commissie gedeponeerd. Het bedrag dat de ondernemer als schadevergoeding aan de consument verschuldigd is, zal met het bij de commissie gedeponeerde bedrag worden verrekend.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer is aan de consument verschuldigd een vervangende schadevergoeding van € 2.000,–.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,10 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   De betaling van deze bedragen zal plaatsvinden door verrekening met het door de consument bij de commissie gedeponeerde bedrag zoals hieronder aangegeven.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 230,–.   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Van het depotbedrag van € 4.781,61 wordt een bedrag van € 2.127,10 (€ 2.000,– + € 127,10) terugbetaald aan de consument en wordt het restant van € 2.654,51 uitgekeerd aan de ondernemer.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, op 11 juni 2013.