Commissie: Energie
Categorie: Betaling
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
637836/720469
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument vroeg compensatie voor een grote warmtestoring op 8 januari 2024. Volgens de productvoorwaarden Stadswarmte heeft zij recht op vergoeding bij storingen langer dan 8 uur. De ondernemer weigerde betaling en stelde dat de storing buiten zijn invloedsfeer lag en daarom niet voor compensatie in aanmerking kwam. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de productvoorwaarden leidend zijn en dat de storing, die 28 uur duurde, als ernstig moet worden aangemerkt. De consument heeft recht op €35 voor de eerste 8–12 uur plus €20 per extra 4 uur, in totaal €135. Daarnaast moet de ondernemer €52,50 klachtengeld vergoeden. De klacht werd gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Energie
Zaaknummer 637836/720469
Standpunt van de consument
Op 8 januari 2024 heeft zich een grote storing in warmtelevering voorgedaan. Volgens de ‘productvoorwaarden stadswarmte’ van de ondernemer reden voor compensatie. De ondernemer weigert tot op heden de compensatie uit te betalen. De consument vraagt om de betaling van € 55,–.
Standpunt van de ondernemer
De warmtestoring die zich in januari 2024 heeft voorgedaan, is niet veroorzaakt door een tekortkoming aan de zijde van de ondernemer, maar is toe te schrijven aan de warmteproducent. De ondernemer fungeert uitsluitend als leverancier van de geleverde warmte. Conform de Warmtewet is een leverancier alleen aansprakelijk voor storingen of tekortkomingen in de in artikel 3a, lid 1 genoemde gevallen. Omdat de oorzaak van de storing buiten de invloedsfeer van de ondernemer ligt, bestaat er geen recht op compensatie. Ook de Memorie van Toelichting (punt 4.13) bij de Warmtewet, bevestigt dat geen compensatieplicht bestaat als de oorzaak van een storing buiten het warmtenet, afleverset of aansluiting van de ondernemer ligt.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
De hier toepasselijke “Productvoorwaarden Stadswarmte” bevatten in artikel 12 de volgende bepalingen:
“12. Compensatieregeling in geval van ernstige storingen In de Warmtewet is bepaald dat u bij ernstige storingen soms een compensatie ontvangt. Een ernstige storing is een storing in de warmtelevering die langer duurt dan 8 uur en waarbij de storing zit in:
a. het warmtenet van [ naam onderneming ];
b. de afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van [ naam onderneming ];
c. de individuele aansluiting, of het leidingstelsel dat zich binnen het gebouw bevindt, maar geen onderdeel is van uw binneninstallatie.
Bijvoorbeeld in een flatgebouw. Deze compensatie bedraagt € 35,– bij een ernstige storing van 8 tot 12 uren. Daarbovenop komt € 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur die de storing voortduurt. Bovenstaand bedrag geldt als totaal voor de producten Stadswarmte en/of Warm Tapwater wanneer het om eenzelfde storing gaat. U ontvangt bericht van [ naam onderneming ] als u in aanmerking komt voor compensatie. Wij volgen hierbij de wet. Niet in alle situaties hoeven wij een compensatie uit te keren. Er wordt geen compensatievergoeding uitgekeerd wanneer: Productvoorwaarden Stadswarmte Pagina 2 van 31. 2. 3. 4. de storing het gevolg is van een extreme situatie die niet aan
[ naam onderneming ] kan worden toegerekend, bijvoorbeeld in geval van overmacht; de storing minder dan 24 uur duurt en in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de storing zich geen storingen hebben voorgedaan in:
a. hetzelfde warmtenet van [ naam onderneming ];
b. dezelfde afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van [ naam onderneming ];
c. dezelfde aansluiting, of;
d. hetzelfde inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar; een onderbreking van de levering van warmte is gepland en tijdig is aangekondigd, of; de storing in uw eigen (binnen)installatie is opgetreden.”
De commissie acht deze productvoorwaarden maatgevend voor de verhouding met de consument en kan niet in de gedachtegang van de ondernemer meegaan dat bepalingen uit de Warmtewet en passages in de memorie van toelichting bij die wet deze productvoorwaarden opzij zouden kunnen zetten. Artikel 3a- 3 verwijst naar de ministeriele regeling die is uitgewerkt in de Warmteregeling BWBR0033862. In de warmteregeling, artikel 4a is sprake van een niet te voorziene gebeurtenis of situatie. De commissie is van mening dat hier sprake is van een voorziene situatie die door onzorgvuldig handelen van de leverancier is ontstaan. De storing heeft langer dan 8 uur geduurd en is daarmee als ernstig aan te merken (artikel 4-1). Hoewel er sprake is van een onderbreking maakt de commissie nergens uit op dat daarmee de storing of de oorzaak van de storing opgelost was. De commissie beschouwt het geheel als een storing gedurende een periode van 28 uur. Derhalve heeft de consument recht op compensatie van € 35,– vermeerderd met
€ 20,– per 4 uur wat resulteert in een totaalbedrag van € 135,–
Derhalve wordt als volgt beslist
Beslissing
De klacht wordt gegrond verklaard.
De ondernemer dient € 135,– te vergoeden. Dit bedrag, onder aftrek van eerder uitgekeerde compensatie dient binnen 14 dagen na heden door de ondernemer aan de consument te worden betaald.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden in verband met het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 11 februari 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.