Commissie: Energie
Categorie: Administratieve problemen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1312489/1322763
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument moest volgens de jaarnota van juli 2025 ruim € 2.450 bijbetalen en vond dit onterecht. Uit de stukken blijkt echter dat zij in 2022 een verkeerde meterstand heeft doorgegeven, waardoor dat jaar als “0 verbruik” is geregistreerd. In 2023 gaf zij ondanks herinneringen helemaal geen meterstand door. De ondernemer mocht er daarom redelijkerwijs van uitgaan dat er opnieuw geen verbruik was en dat het pand mogelijk niet meer in gebruik was. In 2025 gaf de consument weer een juiste meterstand door, waardoor het verbruik van meerdere jaren in één keer werd afgerekend. De ondernemer heeft daarbij zelfs lagere, recentere tarieven gebruikt om de consument tegemoet te komen. Dat de consument verkeerde of geen meterstanden heeft doorgegeven, kan de ondernemer niet worden verweten. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wordt het verzoek van de consument afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Klacht over jaarnota volgens welke een groot bedrag moet worden bijbetaald. De consument blijkt achtereenvolgens meterstand onjuist en vervolgens niet te hebben doorgegeven, met als resultaat naheffing. Klacht ongegrond.
Beoordeling
De consument klaagt erover dat zij blijkens de jaarnota van 19 juli 2025 € 2.453,66 moet betalen
Uit de door de ondernemer overgelegde stukken blijkt ter zitting, en dat wordt door de consument ook niet weersproken, dat de consument in 2022 bij het doorgeven van de meterstand een onjuiste opgaaf heeft gedaan, waardoor voor het voorgaande jaar een “0” stand (geen verbruik) is geregistreerd. In 2023 heeft de consument, ondanks rappel van de ondernemer geen enkele meterstand doorgegeven, noch de ondernemer anderszins bericht. De ondernemer is er, mede gezien de doorgegeven “0” stand van het jaar daarvoor vanuit gegaan dat het verbruik wederom 0 was en dat het pand wellicht niet (meer) in gebruik was. Naar het oordeel van de commissie is dit bij deze gang van zaken geen onredelijke veronderstelling.
In juli 2025 heeft de consument vervolgens weer wel een meterstand doorgegeven en toen ook de juiste. Als gevolg daarvan is de jaarnota van juli 2025 gebaseerd op de correcte verbruiksgegevens, zij het dat daarin nu ook begrepen is het niet eerder in rekening gebrachte verbruik over de voorgaande jaren vanaf 2021. Om de consument zoveel mogelijk tegemoet te komen heeft de ondernemer bij deze naberekening echter niet het toen geldende tarief (€ 90,9073 per GJ) maar de over 2024 en 2025 geldende tarieven
(€ 44,8180 en € 43,7880 per GJ) gehanteerd. Daardoor is de consument achteraf gezien goedkoper uit dan wanneer het verbruik wel steeds correct was doorgegeven, zij het dat nu een groot bedrag ineens betaald moet worden. Daar staat echter tegenover dat in de jaren daarvoor veel minder is betaald dan had gemoeten.
Dat de consument onjuiste of geen meterstanden doorgeeft kan aan de ondernemer niet worden tegengeworpen. Ook niet indien een medewerker van de ondernemer bij een tussenopname zou hebben kunnen constateren dat er wel verbruik was geweest.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Verklaart de klacht ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. E.M. van Gelder, leden, op 26 februari 2026.