Klacht ongegrond: eindafrekening door white‑labelconstructie was toegestaan

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: contractovername / Tariefbepalingen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1299387/1310855

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had sinds 2018 een energiecontract via een white‑labelpartner. In maart 2025 kreeg hij bericht dat deze partner vanaf 2 april 2025 zou overstappen naar een andere vergunninghoudende leverancier. De consument kreeg daardoor een tussentijdse eindafrekening over november 2024 – april 2025. Omdat dit geen volledig jaar was en midden in de winter viel, kon hij minder salderen en kostte dit hem ongeveer € 1.400.
De commissie oordeelt dat de oorspronkelijke leverancier juridisch verplicht was een eindafrekening te sturen zodra het contract via de white‑labelpartner eindigde. Dat is dus terecht gebeurd. De klacht is daarom ongegrond.
Wel heeft de eerste leverancier tijdens de zitting aangeboden te proberen het contract met terugwerkende kracht weer over te nemen, zodat alsnog een jaarafrekening per november 2025 kan worden gemaakt. De consument accepteerde dit aanbod, al is succes niet gegarandeerd.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument heeft via een zogeheten white label-partner een energiecontract afgesloten per 2 november 2018 met een vergunning houdende energieleverancier, waarna als gebruikelijk jaarlijkse afrekeningen volgen per november van elk jaar. In maart 2025 geeft de white label-partner aan consument aan per 2 april 2025 energie te zullen gaan inkopen bij een andere vergunning houdende energieleverancier met de mededeling dat de overgang geruisloos zal gaan. Door de overgang is consument geconfronteerd met een afrekening van de eerste vergunning houdende energieleverancier over de periode 1 november 2024 tot 2 april 2025. Omdat dit geen jaarperiode besloeg en bovendien een periode in de wintermaanden betrof, betekent dit voor de consument dat de salderingsregeling niet ten volle kan worden benut, met als gevolg een kostenpost van circa € 1.400,- en dus financieel gezien niet geruisloos. Reden voor de klacht van consument.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen

Vast staat dat consument vanaf 2 november 2018 een energiecontract had met aanbieder via [energieleverancier].

Vast staat dat [energieleverancier] een white-label partner was van aanbieder, die de feitelijke vergunning houdende energieleverancier was.

Vast staat dat [energieleverancier] niet is aangesloten bij De Geschillencommissie.

Vast staat dat [energieleverancier] per 2 april 2025 niet langer de white-label partner was van aanbieder, maar energie is gaan inkopen bij [energieleverancier 1], na aankondiging aan consument enkele dagen daarvoor, met de mededeling dat de overgang geruisloos zou gaan.

Waar de technische overgang geruisloos lijkt te zijn gegaan is dat financieel gezien niet het geval.

Waar aanbieder als de contracterende energieleverancier van consument bij beëindiging van het contract door de white-label partner en overgang van de consument naar een nieuwe vergunning houdende leverancier van de white-label partner per 2 april 2025, een eind afrekening heeft gestuurd aan consument, staat aanbieder daarmee evenwel in zijn recht en acht de commissie de klacht daarmee ongegrond.

Tijdens de zitting heeft (eerste) aanbieder aangeboden om te trachten de benadeling ongedaan te maken door op kortst mogelijke termijn contact op te nemen met opvolgende energie aanbieder met als doel het contract van consument met de opvolgende energie aanbieder vanaf 2 april 2025, dus met terugwerkende kracht te doen wijzigen/over te dragen aan (eerste) aanbieder, opdat (eerste) aanbieder zelf met consument het contract dat bestond tot 2 april 2025 zou kunnen continueren (met terugwerkende kracht). Aanbieder zou dan vervolgens een jaarafrekening kunnen opmaken als te doen gebruikelijk per november 2025, onder creditering van de eerder gezonden eindafrekening in april 2025.
Consument neemt dat aanbod graag aan, in de wetenschap dat het succes van de poging niet is gegarandeerd.

De commissie dankt partijen voor de constructieve opstelling bij de behandeling van de klacht.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie wijst al het verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1.403,29.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 3 december 2025.

Opslaan als PDF