Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1236720/1312646
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument wilde dat zijn afrekening werd gebaseerd op echte meterstanden, maar hij had zelf geen eindstanden doorgegeven. Daardoor moest de ondernemer gebruikmaken van geschatte meterstanden van de netbeheerder. De ondernemer bood nog aan om foto’s van de meterstanden te verwerken, maar de consument reageerde niet.
Omdat niet is komen vast te staan wat de werkelijke eindstanden waren, mocht de ondernemer volgens de regels uitgaan van de door de netbeheerder berekende standen. De commissie ziet geen fouten in de afrekening en verklaart de klacht ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument beklaagt zich over de door de ondernemer aan hem voorgelegde afrekening. Hij wenst een afrekening op basis van de juiste meterstanden en niet op basis van geschatte meterstanden. Naar het oordeel van de commissie is destijds echter niet vast komen te staan wat de daadwerkelijke eindmeterstanden zouden zijn en is de ondernemer dan ook terecht uitgegaan van de door de netbeheerder aangeleverde geschatte eindmeterstanden. Klacht ongegrond.
Beoordeling
De consument is op 21 november 2023 met de ondernemer een leveringsovereenkomst voor bepaalde tijd (looptijd drie jaar) met als ingangsdatum 16 december 2023 aangegaan voor de levering van elektriciteit tegen vaste leveringstarieven. Kort daarna heeft de consument de overeenkomst weer opgezegd en een afrekening van de ondernemer ontvangen over de periode van 16 december 2023 tot 1 januari 2024. De consument beklaagt zich erover dat de meterstanden die bij deze afrekening zijn gebruikt niet kloppen. Hij verlangt dat de ondernemer zijn afrekeningen opstelt aan de hand van de juiste meterstanden en niet aan de hand van geschatte meterstanden.
Het verweer van de ondernemer luidt als volgt.
Op 12 oktober 2024 heeft de ondernemer als reactie op het bericht van de consument aangegeven dat de meterstanden voor de eerste periode van de eindafrekening (16 december 2023 – 1 januari 2024) zijn verwerkt zoals ze door de consument zijn doorgegeven. De eindmeterstanden op de eindafrekening (d.d. 22 januari 2024) zijn berekend omdat de consument deze niet heeft doorgegeven aan de ondernemer.
De ondernemer heeft de consument de mogelijkheid aangeboden om alsnog foto’s van de meterstanden met dagtekening door te sturen om de eindafrekening eventueel te kunnen corrigeren. De ondernemer heeft geen reactie van de consument op de e-mail ontvangen.
De ondernemer heeft op 29 januari 2024 van de nieuwe energieleverancier van de consument een klantstand per 10 december 2023 ontvangen. De nieuwe energieleverancier van de consument heeft de ondernemer verzocht om dit als beginmeterstand te hanteren. Op basis hiervan is een nieuwe beginmeterstand (d.d. 16 december 2023) berekend, gevalideerd door de netbeheerder [naam] en vervolgens aangehouden door de ondernemer. De beginmeterstand van 16 december 2023 is dus een bij een dispuut overeengekomen meterstand.
Aangezien de consument geen bewijs van de meterstanden van 22 januari 2024 heeft aangeleverd, is de eindmeterstand (elektriciteit – normaal) berekend door de netbeheerder [naam] op basis van het historisch verbruik en het Standaard Jaarverbruik (SJV).
De ondernemer heeft de door de netbeheerder berekende eindmeterstand (elektriciteit – normaal) gehanteerd op de eindafrekening d.d. 25 september 2024 en dus aan de hand daarvan voornoemde eindafrekening opgesteld.
De consument heeft op 25 januari 2024 de meterstand ‘’68.094‘’ (elektriciteit – normaal) aan zijn nieuwe energieleverancier doorgegeven, wat 373 kWh lager is dan de eindmeterstand ‘’68.467’’ op de eindafrekening d.d. 25 september 2024. Dit negatieve verbruik is door de netbeheerder gevalideerd, wat betekent dat de consument daar recht op heeft en dit verrekend is/zal worden bij de nieuwe energieleverancier van de consument, omdat de meterstand van 25 januari 2024 buiten de leveringsperiode van de ondernemer valt. De ondernemer heeft hieromtrent een uitleg gegeven aan de consument. Uit alle verkregen meetgegevens blijkt dat de consument gedurende de periode van
16 december 2023 tot 22 januari 2024 het volgende in totaal heeft verbruikt aan elektriciteit: 1.049 kWh.
Dat de elektriciteitsmeter niet juist heeft gefunctioneerd gedurende de leveringsperiode van 16 december 2023 tot 22 januari 2024 is in het geheel niet komen vast te staan. De consument heeft ondanks herhaaldelijk verzoek door de ondernemer tot opgave van meterstanden deze niet doorgegeven. Daardoor heeft de ondernemer conform zijn wettelijke verplichting gebruik gemaakt van berekende en door de netbeheerder doorgegeven meterstanden voor het opstellen van de eindafrekening d.d. 25 september 2024.
Gelet op het uitvoerige niet door de consument weersproken verweer van de ondernemer is de commissie van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de ondernemer hem toerekenbare fouten heeft gemaakt bij het opstellen van de aan de consument voorgelegde afrekeningen en de daarbij gehanteerde meterstanden. De commissie is van oordeel dat de klacht ongegrond is en het door de consument verlangde dient te worden afgewezen. De consument is dan ook gehouden tot betaling van het de door de ondernemer aan hem in rekening gebrachte.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 439,25
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 18 december 2025.