Commissie: Energie
Categorie: tariefstijging
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
284802/543588
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over een forse tariefstijging voor groene energie uit een biomassacentrale: van €25,51 per GJ in 2021 naar €43,16 per GJ in 2022. Hij vond dit buitensporig en onvoldoende gecommuniceerd, zeker gezien de monopoliepositie van de ondernemer. De ondernemer voerde aan dat de stijging het gevolg was van hogere onderhoudskosten en sterk gestegen gasprijzen, en dat het tarief onder de door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vastgestelde maximumprijs bleef. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat zij niet bevoegd is om tarieven inhoudelijk te toetsen, maar wel vaststelde dat de verhoging binnen de wettelijke kaders viel en niet evident onredelijk was gezien de uitzonderlijke gasprijsstijgingen in die periode. Wel benadrukte de commissie dat de ondernemer consumenten beter moet informeren over de oorzaken van dergelijke prijsstijgingen. De klacht werd ongegrond verklaard en het depotbedrag van €252,77 werd aan de ondernemer toegewezen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Energie
Zaaknummer 284802/543588
Samenvatting
De consument klaagt erover dat de ondernemer het tarief voor groene energie (afkomstig van de biomassacentrale) over het jaar 2022 verhoogd heeft van Euro 25,51 (2021) naar Euro 43,16 per GJ, hetgeen zij als een buitensporige prijsstijging beschouwt die niet in lijn is met andere prijsstijgingen in die periode. Daarbij komt dat de ondernemer in deze een monopolie positie heeft en over deze prijsverhoging niet behoorlijk gecommuniceerd heeft met de consument. Hij wenst dat het tarief wordt teruggebracht met een normale stijging in lijn met andere prijsstijgingen.
De ondernemer stelt dat in de betreffende periode sprake was van sterk verhoogde kosten aan onderhoud aan de centrale en vooral ook aan het voor het centrale gebruikte gas. De prijsstijging is beneden de door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde maximumprijs gebleven.
Beoordeling
Op grond van artikel 3 lid 1 van het Reglement Geschillencommissie Energie heeft de commissie tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot de aansluiting en/of levering van gas, warmte of elektrische energie en daarmee samenhangende leveringen en diensten, behoudens die geschillen waarvoor de Geschillencommissie Energie Prijsplafond bevoegd is.
De commissie is in beginsel niet bevoegd te beslissen over de hoogte van in rekening gebrachte tarieven of kosten, in zijn algemeenheid en ook wat betreft de Warmtewet.
Volgens de Warmtewet brengt de leverancier voor de levering van warmte ten hoogste in rekening de maximumprijs die de Autoriteit Consument en Markt daarvoor heeft vastgesteld.
Vastgesteld wordt dat de door de consument gewraakte prijsstijging over 2022 is gebleven onder de door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde prijs.
De commissie is van oordeel dat overigens geen sprake is van evident onredelijke prijsstijging. Van algemene bekendheid is immers dat in de betreffende periode sprake is van een scherpe prijsstijging van gas, die in dit geval doorwerkt in de kosten van de ondernemer voor de warmtelevering uit de biomassacentrale. De Autoriteit Consument en Markt heeft met het oog op de stijgende gasprijzen vastgesteld dat de warmtetarieven voor het jaar 2022 maximaal met 67% mochten stijgen.
De commissie is overigens wel van oordeel dat de ondernemer bij prijsstijgingen als hier aan de orde de consumenten beter dient te infomeren over de oorzaken die daaraan ten grondslag hebben gelegen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 252,77
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 3 februari 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.