Commissie: Advocatuur
Categorie: Kwaliteit dienstverlening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
255577/454191
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een cliënte diende een klacht in tegen haar advocaat, omdat zij vond dat hij haar onjuist had geadviseerd en te hoge kosten had gerekend tijdens haar echtscheidingsprocedure. Ze had een laag inkomen, maar volgde het advies van de advocaat om geen gebruik te maken van gesubsidieerde rechtsbijstand. Ze betaalde uiteindelijk ruim €40.000, waarvan €650 in depot werd gestort. De cliënte stelde dat de advocaat haar onvoldoende had geïnformeerd over de kosten, stukken niet goed had gelezen en dat haar situatie door zijn toedoen verslechterde. De Geschillencommissie oordeelde dat de advocaat duidelijk had aangegeven dat hij niet op toevoegingsbasis werkte en dat de cliënte hiermee had ingestemd. Ook had hij haar regelmatig geïnformeerd over de kosten en haar geadviseerd om het contact te beperken. De commissie vond geen bewijs dat de advocaat zijn werk niet goed had gedaan en wees de klacht af. Wel krijgt de cliënte het depotbedrag van €650 terug, omdat er geen openstaande kosten meer zijn. Het klachtengeld blijft voor haar rekening.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de hoogte van de declaraties en de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat, alsmede de schade die de cliënte stelt te hebben geleden door toedoen van de advocaat.
De cliënte heeft een bedrag van € 650,– bij de commissie in depot gestort.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.
De cliënte heeft zich op advies van het Juridisch Loket tot de advocaat gewend in verband met de afwikkeling van haar echtscheiding, met name de voogdij over haar kinderen. De cliënte had een zeer laag inkomen. Desondanks adviseerde de advocaat haar om zich op betalende basis door hem te laten bijstaan. Volgens hem was het inschakelen van een advocaat op toevoegingsbasis een slechte keuze, omdat de kwaliteit van gefinancierde rechtsbijstand niet goed is. Omdat de cliënte zich zorgen maakte om haar kinderen, heeft zij hiermee ingestemd. Zij vertrouwde de advocaat. De cliënte heeft de advocaat vaak gevraagd hoelang het proces zou gaan duren en hoeveel het zou kosten. De advocaat heeft echter nooit een schatting van zijn kosten gegeven.
De advocaat heeft er niet alles aan gedaan om de situatie van de cliënte te verbeteren. Hij bleek de door de cliënte toegestuurde stukken niet goed te hebben gelezen, waardoor hij veel details van de zaak niet goed kende. Dit heeft de zaak vertraagd en geresulteerd in hogere kosten. Tijdens het proces is de cliënte dakloos geworden en is haar situatie juist erger geworden. De cliënte kon de kosten van de advocaat niet betalen. Haar ouders hebben al hun spaargeld gebruikt om zijn kosten te voldoen (ruim € 40,000,–).
De cliënte is van mening dat het beter was geweest voor haar en haar kinderen, als zij er niet mee had ingestemd om met de advocaat samen te werken en had gekozen voor gefinancierde rechtsbijstand. De betrokkenheid van de advocaat heeft de zaak van de cliënte meer kwaad dan goed gedaan. Door toedoen van de advocaat heeft de cliënte nu schulden en is zij in de maatschappelijke opvang terecht gekomen. De cliënte en haar familie hebben hierdoor veel stress ervaren.
De cliënte verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen voor de schade die zij door het handelen en/of nalaten van de advocaat heeft geleden, althans te bepalen dat de advocaat haar een substantieel deel van de kosten dient terug te betalen.
Standpunt van de advocaat
Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.
De cliënte heeft zich door de advocaat laten bijstaan in een echtscheidingsprocedure en de problematiek die ontstond omtrent het uitblijven van contact met haar kinderen. De voorwaarden van de dienstverlening waren van meet af aan duidelijk; de advocaat werkt niet op basis van een toevoeging. Dat is uitvoerig met de cliënte besproken en met haar ouders en zus. Het volgt ook duidelijk uit de opdrachtbrief. Het stond de cliënte vanzelfsprekend vrij niet met de advocaat of zijn kantoor in zee te gaan of om op enig moment een kantoor te zoeken dat haar wel op basis van een toevoeging zou kunnen bijstaan, maar zij heeft er toch voor gekozen om de zaak bij de advocaat onder te brengen en bij hem te blijven.
De cliënte is altijd bij iedere stap betrokken, heeft haar goedkeuring gegeven voor de te nemen stappen en was telkens tevreden over hetgeen werd voorgesteld. De advocaat heeft de cliënte meermaals gewezen op de gigantische hoeveelheid e-mails die zij stuurde en de kosten die daaraan verbonden waren. Hij heeft de cliënte geadviseerd om de contacten te beperken, of toch in ieder geval te stroomlijnen. Desondanks is zij omvangrijke e-mails met bijlagen blijven sturen. Het dossier was daardoor uiteindelijk bijzonder omvangrijk.
De cliënte heeft de meeste (voorschot)declaraties gedurende het proces voldaan, maar aan het einde van de zaak was er een grote achterstand in de betalingen. Uiteindelijk heeft de cliënte het gehele openstaande bedrag voldaan. De advocaat heeft dus niets meer van de cliënte te vorderen. Naar zijn mening is daarom geen sprake van een geschil
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.
De commissie constateert dat de meest verstrekkende klacht van de cliënte is dat de advocaat haar heeft geadviseerd om geen gebruik te maken van gefinancierde rechtsbijstand. De commissie stelt vast dat de advocaat in de opdrachtbrief van 17 augustus 2022 – voor zover van belang – heeft vermeld:
“U bent de opdracht aangegaan op betalende basis, dat wil zeggen dat we voor u geen aanvraag doen voor gefinancierde rechtsbijstand bij de Raad voor Rechtsbijstand. Als u in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand hebben wij u erop gewezen dat wij deze opdracht alleen op betalende basis doen, dat wil zeggen tegen betaling van het honorarium en bijkomende kosten en belastingen (..) en bent u erop gewezen dat u de zaak desgewenst door een ander kantoor kunt laten behandelen, die deze zaak wel middels gefinancierde rechtsbijstand willen doen.”
De cliënte heeft zich door ondertekening van de opdrachtbrief hiermee akkoord verklaard. De cliënte heeft ter zitting nog aangevoerd dat zij de opdrachtbrief op dit punt niet heeft begrepen. Het had dan echter op haar weg gelegen om de advocaat hierover nadere vragen te stellen. Dat zij dit heeft nagelaten, komt voor haar rekening en risico.
De cliënte stelt voorts dat de advocaat haar niet (vooraf) heeft geïnformeerd over de te verwachten kosten van de dienstverlening. Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14) dient de commissie het navolgende – ook ambtshalve – te toetsen. Kort gezegd is het Hof van oordeel dat weliswaar niet geëist kan worden dat de ondernemer (de advocaat) de consument (de cliënt) volledig informeert over de uiteindelijke financiële consequenties van de overeenkomst, maar dat dit niet wegneemt dat de informatie die verstrekt wordt, de consument in staat moet stellen om met de nodige voorzichtigheid een beslissing te nemen. De informatie die wordt verstrekt, moet aanwijzingen bevatten die de consument in staat stellen bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Het Hof van Justitie geeft als voorbeeld het geven van een raming van het voorzienbare of minimale aantal uren dat nodig is om een bepaalde dienst te verlenen of het regelmatig tussentijds factureren.
De advocaat heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij gelet op de aard van het geschil en de intensiteit van de zaak geen inschatting van de kosten heeft kunnen geven. Veel van de door hem verrichte werkzaamheden waren niet voorzienbaar. Hij heeft voorts toegelicht op welke wijze hij zijn werkzaamheden aan de cliënte heeft gedeclareerd. Hij heeft haar steeds voorschotdeclaraties gestuurd en haar bovendien tussentijds middels urenspecificaties op de hoogte gehouden van de tijdsbesteding. Voorts heeft hij onweersproken gesteld dat hij de cliënte meermaals heeft gewezen op de kosten van de contacten die zij zocht met de advocaat en dat hij haar heeft geadviseerd deze contacten te beperken. De commissie is in dit specifieke geval van oordeel dat de advocaat de cliënte op deze wijze voldoende inzicht heeft gegeven in de kosten en heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht.
Met betrekking tot de inhoud van de dienstverlening verwijt de cliënte de advocaat dat hij stukken niet goed heeft gelezen en dat door zijn toedoen haar situatie erger is geworden. De cliënte heeft deze verwijten echter niet nader onderbouwd. Zij heeft niet concreet gemaakt welke stukken de advocaat niet goed heeft gelezen of op welke punten de advocaat is tekortgeschoten waardoor haar situatie is verslechterd. De commissie kan zich voorstellen dat de uitkomst van de dienstverlening van de advocaat lange tijd teleurstellend is geweest voor de cliënte, maar dit betekent niet dat de advocaat is tekortgeschoten. Immers, bij de uitvoering van de opdracht is sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. De prestatie bestond niet in het behalen van een bepaald resultaat, maar bestond daaruit dat de advocaat zich daarvoor diende in te spannen. Het is de commissie niet gebleken dat de advocaat zijn inspanningsverplichting niet correct of onvoldoende is nagekomen. Daarbij neemt de commissie in aanmerking dat de cliënte de advocaat in diverse e-mails heeft laten weten tevreden te zijn over zijn dienstverlening.
Gelet op het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat de advocaat heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. De commissie acht de klacht van de cliënte dan ook ongegrond en zal het door haar verzochte afwijzen.
Nu de klacht van de cliënte ongegrond wordt verklaard, blijft het klachtengeld voor haar rekening.
De advocaat heeft aangegeven dat geen sprake is van een openstaand bedrag. De commissie zal daarom bepalen dat het in depot gestorte bedrag aan de cliënte moet worden gerestitueerd.
Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– Verklaart de klacht van de cliënte ongegrond;
– Wijst het door de cliënte verlangde af;
– Bepaalt dat het door de cliënte in depot gestorte bedrag van € 650,– aan haar moet worden gerestitueerd,
Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. T.B.M. Kersten en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 15 november 2024.