Commissie: Voertuigen
Categorie: Ontbinding / Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1050105/1132110
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vroeg om ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding vanwege twee grote defecten aan een auto die hij in juli 2023 kocht. Beide defecten zijn binnen de garantieperiode hersteld. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat er geen sprake is van non-conformiteit, omdat de auto inmiddels goed functioneert en er geen bewijs is van blijvende gebreken of waardeverlies. De klacht werd ongegrond verklaard. De ondernemer hoeft geen compensatie te betalen en heeft voldoende gecommuniceerd met de consument.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 1050105/1132110
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft klachten over een gekochte auto, ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding vanwege waardeverlies.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij de ondernemer in juli 2023 een auto gekocht met een kilometerstand van circa 67.000 km. Bij de aankoop is een Spoticar-garantie van 24 maanden verstrekt. In maart 2024 kreeg de auto te maken met het eerste ernstige defect. Er bleek een teen afgebroken van de schakelvork in de versnellingsbak. Deze reparatie is binnen de garantie uitgevoerd. In januari 2025 trad opnieuw een groot defect op. Het betrof een kapot dubbelmassa vliegwiel en een versleten koppeling. Deze reparatie is binnen de garantie uitgevoerd in Bergen op Zoom, omdat Peugeot Roosendaal inmiddels permanent gesloten was.
Tijdens deze tweede reparatie heeft de consument een vervangende auto moeten ophalen in [plaatsnaam], terwijl zijn defecte auto naar [externe partij] in [plaatsnaam] moest worden gebracht. Dit leverde extra ongemak en regelwerk op, waarvoor geen oplossing of compensatie is aangeboden.
Gedurende deze gehele periode heeft de consument meerdere malen per e-mail, telefonisch en via het contactformulier op de website van de ondernemer zijn zorgen geuit over zowel de technische staat van de auto als de gebrekkige communicatie vanuit de organisatie. Er werd hem toegezegd dat de vestigingsmanager te Breda contact met hem zou opnemen, maar dit is niet gebeurd.
Op het moment van de tweede reparatie had de auto nog maar ongeveer 40.000 km extra gereden sinds de aankoop. Dat er binnen zo’n korte periode twee grote mechanische defecten optreden, roept serieuze vragen op over de kwaliteit van het voertuig en de dienstverlening van de verkopende partij. Als klant voelt de consument zich niet serieus genomen, onvoldoende gehoord en slecht ondersteund.
De consument wenst ontbinding van de koopovereenkomst, volledige restitutie van zijn aanbetaling van
€ 5.000,– , terugbetaling van alle reeds betaalde termijnen en een passende compensatie voor de tijd, energie en overlast die deze situatie hem heeft gekost
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer ontkent en betwist dat er sprake is van non-conformiteit omdat er op dit moment geen problemen zijn met de auto. De problemen die zich in maart 2024 en januari 2025 hebben voorgedaan, zijn onder de garantie verholpen. Sindsdien functioneert de auto naar behoren en zijn er geen klachten, hetgeen de consument zelf ook aangeeft in zijn mail d.d. 22 januari 2025.
Tijdens de tweede reparatie is uit coulance en voor eigen kosten vervangend vervoer geregeld, ondanks dat dit geen onderdeel was van de garantievoorwaarden.
De kosten die de consument heeft moeten maken voor het ophalen van de vervangende auto, komen voor zijn rekening.
De conclusie moet zijn dat de consument geen recht heeft op ontbinding van de koopovereenkomst wegens non-conformiteit. Hij heeft ook geen recht op schadevergoeding.
Ondanks dat de ondernemer van mening is dat de klachten ongegrond zijn, is op 26 mei 2025, uit coulance en in het kader van klantvriendelijkheid, aangeboden om de garantie op de auto te verlengen met zes maanden. Helaas heeft de consument dit voorstel afgewezen.
Verzocht wordt dan ook de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Bij de beoordeling van de zaak gaat de commissie uit van hetgeen de consument in het vragenformulier en de eventuele toelichting heeft aangegeven. Nieuwe naar voren gebrachte klachten vallen dan ook buiten de beoordeling van het geschil.
De ondernemer heeft binnen de garantieperiode de door de consument genoemde gebreken hersteld. Dat er thans nog gebreken zijn is niet komen vast te staan. Eveneens is niet komen vast te staan dat de auto ten tijde van de koop niet voldeed aan hetgeen de consument in redelijkheid mocht verwachten. Van ontbinding van de koopovereenkomst kan dan ook geen sprake zijn. Dat de consument schade heeft geleden door waardeverlies als gevolg van de reparaties aan de auto is eveneens niet gebleken.
Ten tijde van de reparatie heeft de consument van de ondernemer uit coulance zonder kosten een leenauto ter beschikking gekregen. De kosten die de consument heeft gemaakt om deze auto op te halen komt dan ook in redelijkheid voor rekening van de consument.
Uit de in deze ingebrachte stukken komt naar voren dat de ondernemer op voldoende wijze met de consument heeft gecorrespondeerd.
Op grond van het voorgaande is de commissie dan ook van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 5 augustus 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.