Commissie: Voertuigen
Categorie: Betaling
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1118350/1317347
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verkocht zijn caravan via bemiddeling door de ondernemer en vindt dat hij nog € 700,- tegoed heeft uit een gereserveerd schadebedrag. Volgens hem is de schade via zijn verzekering afgehandeld en heeft de ondernemer geen recht op het resterende bedrag. De ondernemer stelt dat alle afspraken zijn nagekomen: de consument heeft het afgesproken verkoopbedrag van € 18.750,- ontvangen en de ondernemer heeft zelfs het eigen risico van € 300,- uit coulance voor zijn rekening genomen. De commissie ziet geen bewijs dat de consument nog recht heeft op extra betaling en oordeelt dat de ondernemer volledig heeft voldaan aan de gemaakte afspraken. De klacht is daarom ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de afhandeling van de bemiddelingskosten bij verkoop van een caravan.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het verschil van mening betreft de financiële afhandeling van een schade reparatie, door de ondernemer uitgevoerd bij een bemiddeling bij verkoop van mijn caravan.
Helaas staat er naast bijgevoegde twee rekeningen niets van de afspraken op papier. Een nieuwe eigenaar toonde richting de ondernemer interesse voor de caravan. De deukschade in de zijwand van de caravan moest wel worden gerepareerd. Hiervoor had de ondernemer ten laste van het tegoed aan mij een bedrag van € 1.200,- gereserveerd.
In een gesprek met de ondernemer voorafgaande aan de reparatie had plaatsgevonden gaf hij aan de schade op “zijn manier” te herstellen in plaats met de Profile Repair methode. Deze oplossing is goedkoper en bevredigend voor de nieuwe eigenaar. Een besparing van € 500,- die ik heb uitbetaald gekregen.
Aan het einde van dit gesprek stelde ik voor de deukschade bij mijn verzekering te melden. De ondernemer ging hiermee akkoord. De schademelding is door de verzekering ontvankelijk verklaard en de schade is onder een acte van cessie gerepareerd. Het door de ondernemer met de expert van de verzekering overeengekomen herstelbedrag van € 1.775,33 (incl. BTW) is onder inhouding van € 300,- eigen risico uitbetaald aan de ondernemer.
De ondernemer vertelde mij dat de kosten van het eigen risico, normaal € 150,- in dit geval voor de hersteller zijn. Omdat de ondernemer geen dienst/prestatie heeft verleend voor de reservering van € 700,- (gereserveerde € 1.200,- minus de al uitbetaalde € 500,-) verwacht ik overboeking van dit bedrag op mijn rekening. Op dit bedrag mag coulance halve het eigen risico van € 300,- in mindering worden gebracht. De factuur eigen risico [X] dd. 06-02-2025 dient dan wel te worden gecrediteerd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Overeengekomen is dat de ondernemer de caravan van de consument middels bemiddeling voor hem te koop zou zetten. Van het verkoopbedrag zou een klein deel de ondernemer toekomen voor de bemiddeling en het overgrote deel was uiteraard voor de consument.
Zodoende spraken partijen af dat de consument een bedrag van € 18.750, – zou ontvangen. Dit bedrag heeft hij ook ontvangen.
De reparatie van de schade heeft de ondernemer € 1.753,33 gekost. Hiervan heeft hij € 1.453,33 uitgekeerd gekregen van de verzekering van de consument. Hoewel het gebruikelijk is dat de consument die overige € 300,- zou betalen (het was immers zijn caravan, zijn schade en hij had anders ook die
€ 1.200, – moeten betalen) heeft de ondernemer aangeboden om die kosten van het eigen risico niet bij de consument in rekening te brengen. De ondernemer heeft uit coulance ook die € 300,- aan eigen risico gecrediteerd.
De ondernemer betwist dan ook dat er sprake is van enige verschuldigdheid van betaling, stelt zich op het standpunt dat al meer betaald is dan nodig en heeft dit uit coulance gedaan.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd en ingebracht stelt de commissie vast dat na bemiddeling bij de verkoop van de caravan door de ondernemer is afgerekend met de consument en deze een bedrag van
€ 18.750 heeft ontvangen conform hetgeen partijen ook overeen waren gekomen. De ondernemer heeft dus voldaan aan zijn verplichtingen uit de overeenkomst. Dat de consument recht zou hebben op betaling van het door hem in deze gevorderde heeft de consument, gelet op de betwisting van de ondernemer, onvoldoende onderbouwd en is ook anderszins niet gebleken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer R. Romijn, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 17 februari 2026.