Klacht over berekening kindsdeel niet‑ontvankelijk verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 247786/905928

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt klaagde dat de notaris fouten had gemaakt bij de berekening van zijn kindsdeel en dat dit proces onnodig lang duurde. Volgens de commissie heeft de notaris echter al erkend dat er fouten zijn gemaakt en dat de vertraging aan hem te wijten was. Ook heeft de kamer voor het notariaat eerder vastgesteld dat er een fout in de berekening zat, en de notaris heeft bovendien een schikkingsvoorstel gedaan om de reiskosten van de cliënt te vergoeden. Omdat het resterende belang van de cliënt slechts principieel is en financieel zeer gering, vindt de commissie dat er onvoldoende belang is om de klacht inhoudelijk te behandelen. Daarom wordt de cliënt niet‑ontvankelijk verklaard.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het onderwerp van geschil is de berekening van het kindsdeel door de notaris.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit standpunt erop neer dat de notaris het kindsdeel van de cliënt verkeerd heeft berekend en dat de berekening van het kindsdeel te lang heeft geduurd. De cliënt voert hiertoe, samengevat weergegeven, het volgende aan.

De executeurs van de nalatenschap van de stiefvader en de moeder van de cliënt hebben aan de notaris de opdracht gegeven om het kindsdeel te berekenen. De notaris heeft echter niet de kennis om deze berekening te maken. Hij heeft meerdere fouten gemaakt in zijn berekeningen van het kindsdeel, waaronder het niet controleren van de overlijdensakte en het onjuist berekenen van de ECB-rente. Als gevolg hiervan is het uiteindelijk uitgekeerde kindsdeel aan de cliënt € 4,38 lager uitgevallen. De cliënt is onder protest hiermee akkoord gegaan, omdat de situatie hem en zijn naasten veel stress veroorzaakten.

Daarnaast heeft het in totaal zeven maanden geduurd voordat de cliënt de definitieve berekening van het kindsdeel kreeg. De cliënt heeft (onterecht) van zijn familie de schuld gekregen dat deze berekeningen van de notaris zo lang duurde.

De cliënt heeft ter zitting aangegeven dat hij de commissie verzoekt om vast te stellen dat het kindsdeel door de notaris onjuist is berekend en dat de kamer voor het notariaat in haar uitspraak van 23 februari 2022 onterecht heeft geoordeeld dat de notaris slechts één fout heeft gemaakt in zijn berekening.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit erop neer dat de klager niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klacht, omdat de klacht reeds is behandeld door de kamer van het notariaat. Hij voert hiertoe, samengevat weergegeven, het volgende aan.

De voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort [plaats] heeft in haar uitspraak van 23 februari 2022 de klacht van de cliënt op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Op 1 november 2024 heeft de notaris nog een gesprek gehad met de cliënt. In dit gesprek is besproken dat er een eind moest komen aan de discussie over enkele euro’s verschil in de gemaakte berekeningen. Uit coulance heeft de notaris toen een schikking getroffen met de cliënt, in die zin dat de notaris bereid was de cliënt zijn gemaakte reiskosten naar [plaats] en [plaats] te vergoeden. Een week later gaf de cliënt echter aan dat hij niet meer wilde schikken.

De cliënt verwijst voor zijn inhoudelijke verweer op de klacht naar zijn verweerschrift dat hij destijds aan de kamer voor het notariaat heeft gestuurd en dat door de cliënt in onderhavige procedure is overgelegd.

Beoordeling van het geschil

Gebrek aan belang
De commissie is van oordeel dat de cliënt wegens een gebrek aan (voldoende) belang niet ontvankelijk is in zijn klacht. Het geschil betreft de vraag of de notaris fouten in de berekening van het kindsdeel heeft gemaakt, waardoor het kindsdeel van de cliënt € 4,38 lager is uitgevallen en de afwikkeling van de nalatenschap is vertraagd. De notaris heeft echter in zijn e-mail van 24 juli 2021 aan de cliënt en de executeurs van de nalatenschap reeds erkend dat hij in zijn berekeningen van het kindsdeel enkele fouten heeft gemaakt en dat de vertraging in de berekeningen en de traagheid in de afwikkeling van de nalatenschap door hem is ontstaan. Ook heeft de voorzitter van de kamer voor notariaat in haar uitspraak van 23 februari 2022 vastgesteld dat de notaris een fout heeft gemaakt in zijn berekeningen. Verder heeft de notaris als onbetwist gesteld dat hij een schikkingsbedrag heeft aangeboden aan de cliënt, bestaande uit de gemaakte reiskosten van de cliënt naar [plaats] en [plaats]. Het louter principiële belang, en in materiele zin bestaande uit voormeld bedrag, dat de cliënt nog heeft om de commissie de berekeningen van de notaris en de vertraging die is ontstaan te beoordelen is dan ook onvoldoende.

Slotsom
De conclusie uit het voorgaande is dat de commissie de cliënt niet ontvankelijk zal verklaren in zijn klacht. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan overige (ontvankelijks) verweren alsmede een inhoudelijke beoordeling.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de cliënt niet ontvankelijk in zijn klacht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 23 april 2025.

Opslaan als PDF