Commissie: Water
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
932296/975857
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vroeg een vergoeding van € 450 voor het reinigen van apparatuur en het doorspoelen van leidingen na een onderbreking van de waterlevering op 22 januari 2025. Hij stelde dat er bruin, vettig water uit de kraan kwam. De ondernemer erkende de tijdelijke onderbreking en het bruin water, maar wees erop dat dit met doorspoelen oplosbaar was. De Geschillencommissie Water oordeelde dat de consument onvoldoende bewijs leverde voor vettigheid of schade en wees de klacht af. Ongepast taalgebruik van de consument werd door de commissie afgekeurd, maar had geen invloed op de beslissing.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Na onderbreking van de waterlevering kwam er volgens de consument een bruin, vettig water uit de kraan. De consument vraagt een vergoeding, onder andere voor het schoonmaken van diverse apparatuur.
Beoordeling
De consument betoogt dat de waterlevering aan hem op 22 januari 2025 enige tijd zonder waarschuwing onderbroken is, evenals eerder met enige regelmaat gebeurd is. Toen de levering later op die dag hervat werd kwam er een bruin, vettig water uit de kraan. Hij vordert een vergoeding voor het reinigen van diverse apparatuur en een vergoeding voor het veelvuldig doorspoelen van de leidingen, in totaal door hem geschat op € 450,–.
De ondernemer voert aan de waterlevering enige tijd onderbroken te hebben in verband met werkzaamheden. Hij voert verder aan dat er inderdaad in eerste instantie bruin water uit de kraan kwam, maar dat zulks met enig doorspoelen is op te lossen.
De commissie overweegt dat de consument niet heeft aangetoond dat het water dat uit de kraan kwam, vettig was. De overlegging van een foto met een onduidelijke waterachtige substantie toont dat niet aan. Het had op de weg van de consument gelegen bijvoorbeeld een watermonster (eventueel door de ondernemer) te laten onderzoeken. Dat het doorspoelen water heeft gekost, mag zo zijn. De ondernemer heeft dan ook ter beoordeling daarvan gevraagd een schadeformulier in te vullen, hetgeen de consument niet gedaan heeft. De consument heeft evenmin het door hem genoemde bedrag onderbouwd. Hij wekt de schijn een derde ingeschakeld te hebben (hij vermeldt voorrijkosten), doch een rekening van die derde is niet overgelegd. De klacht ligt dan ook voor afwijzing gereed.
Daarnaast merkt de commissie op dat de consument in zijn discussie met de ondernemer een taalgebruik bezigt, dat ongepast is. Weliswaar is dat geen afwijzingsgrond, zoals de ondernemer primair betoogde, maar volstrekt begrijpelijk is dat de ondernemer zich daarover in hoge mate geërgerd heeft.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 mei 2025.