Klacht over delen persoonsgegevens met verhuurder ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Uitspraak   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1313703/1320904

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De zaak gaat over een man die interesse had in een huurwoning en daarvoor persoonlijke en privacygevoelige gegevens aan een makelaar heeft gegeven. De man dacht dat de makelaar zelf de verhuurder was en vond dat zijn gegevens zonder duidelijke toestemming met de echte verhuurder waren gedeeld. Volgens hem was hij vooraf niet goed geïnformeerd over wie zijn gegevens zou ontvangen, waarom deze gegevens werden verwerkt en op welke wettelijke basis dit gebeurde. Hij vroeg daarom om erkenning, excuses, aanpassing van de werkwijze en een schadevergoeding van € 2.000. De makelaar stelde dat de man vooraf voldoende was geïnformeerd via het inschrijfformulier en de privacyverklaring. Daarin stond onder andere welke gegevens werden verwerkt, waarvoor dit gebeurde en dat de gegevens met de verhuurder konden worden gedeeld. De commissie is het met de makelaar eens. Volgens de commissie was de privacyverklaring voldoende duidelijk en makkelijk toegankelijk. De man had het inschrijfformulier ondertekend en daarmee ingestemd met de algemene bepalingen. Daarin stond dat zijn gegevens konden worden ingezien door personen die betrokken waren bij de toewijzing van de woning. De verhuurder hoort daar volgens de commissie bij. Ook stond in de privacyverklaring duidelijk dat gegevens aan de verhuurder konden worden verstrekt. Dat de man zelf dacht dat de makelaar ook de verhuurder was, kan volgens de commissie niet aan de makelaar worden verweten. De commissie vindt daarom dat niet is gebleken dat de makelaar in strijd met de AVG of andere regels heeft gehandeld. De klacht is ongegrond. Over de gevraagde schadevergoeding van € 2.000 doet de commissie geen uitspraak, omdat zij niet bevoegd is om schadevergoedingen toe te kennen. Het klachtengeld blijft voor rekening van de man en zijn overige verzoeken worden afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van de klacht

De klacht betreft de (vermeende) schending van de privacy van klager door beklaagde.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klager heeft beklaagde benaderd omdat hij interesse had in een huurwoning. Op verzoek van beklaagde heeft klager privacygevoelige documenten verstrekt.
Klager ging er vanuit dat beklaagde de verhuurder was. Het was hem niet duidelijk dat beklaagde slechts bemiddelde. Klager verwijt beklaagde met name het volgende.
– Beklaagde heeft zonder zijn toestemming zeer gevoelige gegevens van hem gedeeld met de verhuurder. Dit is in strijd met de AVG.
– Beklaagde heeft klager bij het opvragen van zijn gegevens slechts verwezen naar standaardteksten, zonder hem vooraf duidelijk te informeren over ontvanger, doel of grondslag.
– Beklaagde heeft een en ander niet erkend en geen zelfreflectie getoond.

Klager stelt als oplossing van het geschil voor dat beklaagde:
– schriftelijk erkent dat er onzorgvuldig is omgegaan met de persoonsgegevens van klager en dat de informatieverstrekking voorafgaand aan de verwerking niet voldeed aan de eisen van de AVG;
– excuses aanbiedt voor de wijze waarop de persoonsgegevens van klager zijn verwerkt en gedeeld met een derde partij zonder zijn expliciete toestemming;
– een schadevergoeding van € 2.000, – betaalt wegens de onrechtmatige verwerking van gevoelige persoonsgegevens, het gebrek aan transparantie, het uitblijven van tijdige en inhoudelijke reacties op de bezwaren van klager en de immateriële schade die hij hierdoor heeft geleden;
– de interne werkwijze aanpast, zodat in toekomstige dossiers wél expliciet, vooraf en schriftelijk wordt uitgelegd wie verwerkingsverantwoordelijke is, wie toegang krijgt tot de gegevens, en op welke grondslag dit gebeurt.

Standpunt van beklaagde

Voor het standpunt van beklaagde verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vanaf het eerste moment is klager gewezen op de werkwijze van beklaagde en de omgang met zijn persoonsgegevens. Beklaagde is daarin heel transparant geweest. Klager heeft aangegeven dat hij interesse had in een huurwoning. Daarop is hem een e-mail gestuurd met het Inschrijfformulier Huurwoning (hierna: het inschrijfformulier). In deze e-mail is via een link verwezen naar de privacyverklaring. Ook in het inschrijfformulier is daarnaar verwezen.
Hierover heeft klager geen vragen gesteld, terwijl hij het inschrijfformulier met bijlagen wel ondertekend heeft geretourneerd. Door ondertekening heeft hij verklaard akkoord te gaan met de in het inschrijfformulier vermelde algemene bepalingen. Op de internetsite van beklaagde staat het onderwerp ‘privacy’ vermeld. Op een volgende pagina staat hoe beklaagde omgaat met de verwerking van persoonsgegevens. Er wordt verwezen naar de doelen voor de verwerking, uitgelegd met wie beklaagde de gegevens deelt en welke rechten belanghebbenden hebben. Tenslotte is de volledige privacyverklaring ook te downloaden. Beklaagde heeft haar omgang met persoonsgegevens dus op meerdere manieren kenbaar gemaakt. Daarmee heeft beklaagde volledige en actieve transparantie gegeven. De omgang is conform de richtlijnen van de NVM.

Er is geen sprake van schending van de privacy. Zo is het identiteitsbewijs dat klager aan beklaagde heeft toegestuurd, op een zodanige manier bewerkt dat dit niet kan worden misbruikt. Dat de stukken van klager zouden worden doorgestuurd naar de verhuurder, staat vermeld in de privacyverklaring waarmee klager akkoord is gegaan.
Beklaagde heeft klager een e-mail gestuurd, waarin hij heeft gevraagd of klager nog interesse had in het appartement. Omdat dit niet het geval was, heeft beklaagde de gegevens van klager verwijderd. Dit is telefonisch aan klager verduidelijkt.

Beklaagde is van mening dat er niet onjuist is gehandeld en dat klager precies had kunnen zien wat er met de aangereikte gegevens zou gebeuren. Er is dus geen reden voor erkenning of excuses. Beklaagde erkent wel dat ten onrechte niet is gereageerd op een e-mail van klager waarin hij heeft gevraagd of zijn dossier compleet was. Hiervoor biedt beklaagde excuses aan. Indien blijkt dat de werkwijze onjuist is, dan zal beklaagde deze werkwijze inderdaad moeten wijzigen. Beklaagde volgt echter te goeder trouw de voorschriften van de NVM.

Reactie van klager op het standpunt van beklaagde

In reactie op het standpunt van beklaagde heeft klager het volgende aangevoerd:
1. Kern van het geschil: schending AVG blijft overeind
Beklaagde gaat in zijn verweer grotendeels voorbij aan de kern van het bezwaar van klager: de doorgifte van zeer gevoelige persoonsgegevens aan een derde partij (de verhuurder) zonder zijn uitdrukkelijke toestemming en zonder transparante voorafgaande informatie.
2. Onvoldoende informatievoorziening
De AVG verplicht tot actieve, begrijpelijke en tijdige informatieverstrekking voorafgaand aan gegevensverwerking. Een verwijzing in een standaardformulier of onderaan een e-mail volstaat niet. Het inschrijfformulier bevat bovendien geen expliciete toestemming voor doorgifte aan derden, noch een gespecificeerde grondslag per gegevenscategorie.
3. Onduidelijke rolverdeling
Tot het moment dat klager per e-mail vernam dat zijn gegevens waren doorgestuurd naar de verhuurder, was hem niet duidelijk dat beklaagde uitsluitend als bemiddelaar optrad. Hij was in de veronderstelling dat beklaagde zelf de beoordeling van de kredietwaardigheid van klager zou doen, hetgeen bij makelaars ook gebruikelijk is. Op geen enkel moment voorafgaand aan de betreffende e-mail is hem actief en helder uitgelegd dat zijn persoonsgegevens aan een derde partij zouden worden verstrekt. Deze gebrekkige toelichting bevestigt dat het ontbrak aan transparantie en een duidelijke rolverdeling, zoals vereist onder de AVG.
4. Geen erkenning of reflectie
Wat klager eveneens stoort, is het uitblijven van zelfreflectie of excuses van de aanbieder.

Beoordeling van de klacht

Toetsingskader
De commissie heeft tot taak het behandelen van klachten over het handelen en/of nalaten van een makelaar of onderneming ten tijde van de periode van de aansluiting (op welke wijze dan ook) bij één van de aangesloten organisaties, dat mogelijk:
• in strijd is met het bepaalde in de statuten, reglementen of besluiten van zijn of haar organisatie of relevante wet- en regelgeving, en/of
• het vertrouwen in de stand van de sector, waarin de makelaar of onderneming actief is of was, kan ondermijnen, en/of
• in strijd is met de eer van die stand, respectievelijk de erecode dan wel gedragscode van zijn of haar organisatie en/of
• in strijd is met bepalingen in de faciliteitenovereenkomst, voor zover van toepassing.
De commissie doet dat door een uitspraak over de klacht te doen.
De commissie kan – indien zij komt tot een gegrondverklaring van de klacht – op grond van haar reglement een sanctie opleggen.

De commissie dient de vraag te beantwoorden of beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klager, met inachtneming van het hierboven vermelde toetsingskader.

Beklaagde is lid van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A. (NVM). Als zodanig is op beklaagde (onder meer) de NVM Erecode 2024 van toepassing.

Verzoek om een schadevergoeding
Op grond van haar reglement is de commissie niet bevoegd in deze procedure uitspraak te doen over een verzoek tot schadevergoeding. Het tuchtrecht heeft niet tot doel de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar vast te stellen en een klager in geval van gegrondbevinding van zijn klacht genoegdoening te verschaffen in de vorm van een schadevergoeding. Bovendien heeft de commissie niet tot taak en is daarom ook niet bevoegd te oordelen en te beslissen over die aansprakelijkheid en een eventueel daaruit voortvloeiende schadevergoeding. De commissie zal zich dan ook onbevoegd verklaren met betrekking tot het verzoek van klager om een schadevergoeding.

Inhoudelijk
Beklaagde is opgetreden als verhuurmakelaar van een woning, waarin klager was geïnteresseerd. Om in aanmerking te kunnen komen voor deze woning, heeft klager beklaagde desgevraagd diverse gegevens verstrekt. De commissie constateert dat de kern van de klacht van klager is dat beklaagde onvoldoende informatie heeft gegeven over de verwerking van zijn gegevens.

De commissie stelt vast dat een medewerkster van beklaagde bij e-mail van 10 juni 2025 aan klager het inschrijfformulier heeft gestuurd. Onderaan deze e-mail staat vermeld: “In onze privacyverklaring vertellen we hoe we omgaan met uw privacy”.
Klager heeft het inschrijfformulier ingevuld en ondertekend aan beklaagde geretourneerd. Door ondertekening heeft klager zich akkoord verklaard met de daarin opgenomen ‘Algemene bepalingen’, waarin onder meer is bepaald:
“De door u verstrekte gegevens zijn noodzakelijk om te beoordelen of u in aanmerking komt voor het huren van een van de bij ons in verhuur zijnde woningen. Het spreekt voor zich dat gegevens vertrouwelijk zullen worden behandeld en alleen onder ogen komen van diegenen die bij de toewijzing zijn betrokken. In onze privacyverklaring vertellen we u hoe we omgaan met uw gegevens”.

In de privacyverklaring is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:
“Verwerkingsverantwoordelijke
Voor al deze verwerkingen is (ondernemer) de verwerkingsverantwoordelijke.
(…)
7. U wilt een woning huren die via de NVM-makelaar wordt aangeboden.
Het doel van dit contract is om vast te stellen of u aan de eisen van de verhuurder voldoet en om namens de verhuurder de huurovereenkomst voor te bereiden”.
Onder artikel 7. is een tabel opgenomen waarin wordt vermeld welke gegevens kunnen worden verwerkt, aan wie verstrekking mogelijk is (te weten: de verhuurder) en welke bewaartermijn voor de afzonderlijke gegevens wordt gehanteerd.

De commissie is van oordeel dat beklaagde klager door middel van het inschrijfformulier en de privacyverklaring voldoende duidelijk en specifiek heeft geïnformeerd over de verwerking van zijn gegevens. Uit de privacyverklaring blijkt immers:
• wie de verwerkingsverantwoordelijke is,
• welke gegevens worden verwerkt,
• voor welk doel,
• op basis van welke grondslag,
• aan wie de gegevens worden verstrekt,
• hoelang de gegevens worden bewaard.

Beklaagde heeft onweersproken gesteld dat de privacyverklaring eenvoudig is te downloaden via de website. Naar het oordeel van de commissie was de privacyverklaring aldus voldoende toegankelijk.

Klager heeft nog aangevoerd dat zijn gegevens zonder zijn uitdrukkelijke toestemming zijn doorgegeven aan de verhuurder. De commissie wijst in dit verband op artikel 6 lid 1. onder a) van de AVG, dat luidt:
“De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;”
Naar het oordeel was hiervan in het onderhavige geval sprake. Klager heeft het inschrijfformulier ondertekend en samen met zijn gegevens naar beklaagde teruggestuurd. Daarmee heeft hij ingestemd met de ‘Algemene bepalingen’ waarin staat dat zijn gegevens onder ogen komen van degenen die bij de toewijzing van een huurwoning zijn betrokken. Degene die bij uitstek bij de toewijzing is betrokken, is de verhuurder. Dat betekent dat toestemming is gegeven voor inzage in de gegevens door de verhuurder. Ook in de privacyverklaring is in artikel 7. vermeld dat gegevens kunnen worden verstrekt aan de verhuurder.
Dat klager er kennelijk, op basis van zijn eigen onjuiste veronderstelling, vanuit is gegaan dat beklaagde zelf ook de verhuurder was, komt voor zijn rekening en risico. Daarvan valt beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

Conclusie
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de commissie dat – anders dan klager stelt – niet is gebleken beklaagde heeft gehandeld in strijd met de AVG. Ook van ander tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken. Dit betekent dat de klacht ongegrond zal worden verklaard.

Klachtengeld
Nu de klacht ongegrond is, blijft het klachtengeld voor rekening van klager.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart zich onbevoegd met betrekking tot het verzoek van klager om een schadevergoeding;

– verklaart de klacht ongegrond;

– wijst het door klager verzochte voor het overige af.
Aldus beslist door de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Jaarsveld, voorzitter, de heer J. Verdoold en de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 9 februari 2026.

Opslaan als PDF