Klacht over dubbele aansluitkosten ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Water    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 264552/380672

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vond dat hij onterecht twee keer moest betalen voor een wateraansluiting bij zijn nieuwbouwwoning. Eerst betaalde hij voor een tijdelijke bouwaansluiting, later voor de definitieve aansluiting in de meterkast. Volgens hem waren de tweede kosten te hoog, omdat er weinig werk nodig was. Tijdens de zitting bleek dat hij inderdaad eerst om een bouwaansluiting had gevraagd. De commissie oordeelde dat beide kosten terecht zijn berekend en dat het vaste tarief niet onredelijk is. Daarom is de klacht ongegrond en krijgt de ondernemer het eerder betaalde bedrag van € 1.220,80.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument stelt dat hem ten onrechte tweemaal aansluitkosten berekend zijn. Dat bleek ter zitting onjuist: eenmaal kosten van een bouwaansluiting en eenmaal kosten van een definitieve aansluiting. De in rekening gebrachte kosten oordeelde de commissie niet evident onredelijk, onder verwijzing naar eerdere uitspraken.

Beoordeling
De consument stelt dat aan hem ten onrechte tweemaal aansluitkosten berekend zijn. Hij heeft een eigen huis laten bouwen. Voor aanvang van de bouw heeft hij om een aansluiting verzocht. Die is geplaatst en daarvoor is hem € 931,95 berekend. Toen de bouw klaar was heeft hij verzocht de aansluiting te verplaatsen naar de meterkast in het gebouwde huis. Toen zijn hem opnieuw aansluitkosten berekend, € 1.220,80. Voor de verplaatsing zijn betrekkelijk weinig werkzaamheden verricht: anderhalf uur werk en weinig materiaal.
De ondernemer betoogt dat de consument in aanvang om een bouwaansluiting heeft verzocht en daarna om een definitieve aansluiting. De daarvoor geldende kosten zijn de consument in rekening gebracht.

Ter zitting bleek uit de door de consument getoonde stukken dat hij, zoals de ondernemer al stelde en de consument ontkende, in aanvang om een bouwaansluiting verzocht had. Hem zijn de daarvoor gepubliceerde kosten in rekening gebracht. Vervolgens zijn hem, toen de consument de definitieve aansluiting verzocht, de daarvoor gelden kosten berekend, die inmiddels (twee jaar later) gestegen waren.
De commissie overweegt dat zij niet bevoegd is te oordelen over de hoogte van een tarief, tenzij sprake is van evident onredelijke tarieven. Kortheidshalve verwijst zij naar een eerdere uitspraak onder nummer 114782 (te kennen op de website van de commissie onder eerdere uitspraken). Dat een forfaitair tarief berekend mag worden, ongeacht de hoeveelheid werkzaamheden (een zogenaamd postzegeltarief), is uitgemaakt in bijvoorbeeld de eerdere uitspraak onder nummer 254194/312523. Er is dan ook geen sprake van een evident onredelijk tarief. De klacht wordt daarom afgewezen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. Het in depot gestorte bedrag, in totaal € 1.220,80 (ziende op de definitieve aansluiting), dient dan ook aan de ondernemer uitgekeerd te worden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het in depot gestorte bedrag, groot € 1.220,80, wordt aan de ondernemer uitgekeerd.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 30 augustus 2024.

Opslaan als PDF