Klacht over energie-jaarnota gedeeltelijk gegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 521908/647934

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een verbruiker betwistte de hoogte van een jaarnota van € 4.977,23, omdat het bedrijf de meterstanden zelf had berekend op basis van een geschatte beginstand. De consument stelde dat dit disproportioneel was, gezien de beperkte bewoning van de woning en het lage termijnbedrag. Het bedrijf erkende dat aanvankelijk verkeerde informatie was gegeven over wie de standen had berekend, maar bleef bij de gehanteerde berekening. De commissie oordeelde dat de consument onvoldoende bewijs had geleverd voor andere beginstanden en verklaarde de klacht in zoverre ongegrond. Wel achtte de commissie aanleiding om het te betalen bedrag te beperken tot de factuur van € 4.977,23, gelet op de vertraagde behandeling en foutieve informatie van het bedrijf. De klacht werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. Het depotbedrag werd verrekend: € 4.886,48 aan de ondernemer en € 1.467,86 aan de consument. Daarnaast moet het bedrijf € 95,29 klachtengeld vergoeden.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de hoogte van de jaarnota van € 4.977,23 van 20 juni 2023.

De verbruiker/aangeslotene heeft op 18 augustus 2023 de klacht bij het bedrijf ingediend.

De consument heeft een bedrag ter grootte van € 6.354,34 niet betaald en bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de verbruiker/aangeslotene

Voor het standpunt van de verbruiker/aangeslotene verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern en voor zover hier van belang komt het standpunt op het volgende neer.

De verbruiker/aangeslotene ontving een factuur van het bedrijf wegens geleverde energie aan een appartement van de ondernemer in [stad]. Het bedrijf heeft het verbruik berekend op basis van een geschatte beginstand. De verbruiker/aangeslotene heeft van meet af aan de hoogte betwist en om een onderbouwing gevraagd. Op advies van de netbeheerder is een klacht ingediend. Anders dan het bedrijf stelt is de klacht niet serieus genomen en geen beslissing op het bezwaar genomen. Evenmin zijn er mogelijkheden aangedragen. Ook heeft het bedrijf verkeerde informatie gegeven en de verbruiker/aangeslotene daardoor op het verkeerde been gezet. De factuur bleek niet te zijn gebaseerd op door de netbeheerder berekende standen, maar het bedrijf heeft de standen zelf berekend.

De door het bedrijf gehanteerde meterstanden zijn niet te verantwoorden, disproportioneel en onredelijk. De verbruiker/aangeslotene is van 13 mei 2022 tot 7 juli 2023 eigenaar van de woning geweest. De woning is 8 maanden bewoond door slechts één persoon en heeft daarna leeggestaan. Om die reden is het termijnbedrag verlaagd tot € 25,–.

Ook op basis van de historische gegevens zijn de door het bedrijf geschatte standen en de factuur niet correct. In de welkomstbrief van het bedrijf wordt uitgegaan van een gemiddeld jaar verbruik van 2171 kWh en 1428 m3 en is een termijnbedrag van € 305,- incl. BTW bepaald. Na 1 januari 2023 was er geen verbruik. In de bezwaarfase is gesproken over het opschorten van de invorderingsmaatregelen en het in mindering brengen van de incassokosten. Daaraan heeft het bedrijf zich niet gehouden. Het bedrijf heeft de vordering al aan een incassobureau overgedragen voordat een uitspraak is gedaan op de klacht van de consument.

Ter zitting heeft de verbruiker/aangeslotene verder in hoofdzaak voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

Als gevolg van ziekte en andere persoonlijke omstandigheden zijn bij de aankoop van de woning de meterstanden niet genoteerd. Nadien zijn de meterstanden telkens doorgegeven.

Er was geen opleverdocument. Eerst zei men dat de netbeheerder had geschat, maar dat bleek men zelf te hebben gedaan. Het is een woning uit 1926 van 59 m2. De vordering was al heel snel overgedragen aan een incassobureau. In het depotbedrag zijn de BGK inbegrepen. De vordering was al overgedragen voordat een behoorlijk antwoord op het bezwaar was gegeven. De verbruiker/aangeslotene blijft erbij dat de beginstand niet is onderbouwd.

Standpunt van het bedrijf

Voor het standpunt van het bedrijf verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern en voor zover hier van belang komt het standpunt op het volgende neer.

De verbruiker/aangeslotene betwist de beginstanden en is het daarom niet eens met de hoogte van de factuur. Ook is de verbruiker/aangeslotene van mening dat het bedrijf de bezwaren niet serieus hebben genomen niet heeft getracht om tot een minnelijke oplossing te komen.

Het bedrijf heeft meerdere pogingen gedaan om de startstanden op te vragen. Er is driemaal een uitvraag per e-mail gedaan. Op 4 juli 2022 is de berekende beginstand aan de verbruiker/aangeslotene gecommuniceerd. Het bedrijf heeft op 5 juli 2023 gereageerd op het bezwaar van de verbruiker/aangeslotene en een oplossing aangedragen, te weten dat de beginmeterstanden alsnog worden aangeleverd. In de periode van 18 augustus 2023 en 7 september 2023 staat het bedrijf de verbruiker/aangeslotene te woord. In dit gesprek wordt ten onrechte kenbaar gemaakt dat de netbeheerder verantwoordelijk is voor het berekenen van de meterstanden. Op 11 september 2023 kwam het bedrijf de verbruiker/aangeslotene tegemoet en wordt de invordering opgeschort en de BGK kwijtgescholden.

Nadat op 10 oktober 2023 nieuwe bezwaren werden ontvangen bleek dat bij het doospitten van het dossier het bedrijf zelf en niet de netbeheerder de standen had berekend. Daarbij is de geldende marktsystematiek gehanteerd. De aldus berekende standen zijn door de vorige leverancier als eindstanden gebruikt. Onder bepaalde voorwaarden kunnen de standen nadien nog worden aangepast. Daarvoor moet wel bewijs worden aangeleverd in de vorm van een opleverrapport en foto’s voorzien van een datum. Dit wordt gemeld op de beslissing op het bezwaar van 24 oktober 2023. Hierna heeft het bedrijf geen bewijs van de verbruiker/aangeslotene ontvangen. In maart 2024 is de factuur ter incasso overgedragen.

Het geschatte maandbedrag is geen maatstaf voor het verbruik. Ook de omstandigheid dat de woning door één persoon is bewoond en heeft leeggestaan is niet bepalend voor het verbruik.

Beoordeling

De commissie heeft het volgende overwogen.

De verbruiker/aangeslotene klaagt in deze zaak over de gehanteerde berekende beginstanden.

De ondernemer voert verweer.

De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt om te antwoorden op eventuele bij de commissie levende vragen en op hetgeen door de wel verschenen partij naar voren is gebracht.

Met het bedrijf is de commissie van mening dat nu de verbruiker/aangeslotene er niet in is geslaagd voldoende bewijs te leveren van de volgens haar te hanteren beginstanden. De gestelde wijze van bewoning is daarbij niet van belang. Het stond de ondernemer dan ook vrij de betreffende meterstanden te berekenen op de wijze zoals nogal tardief in het emailbericht van 24 oktober 2023 is gedaan. Daarin is ook de fout van het bedrijf rechtgezet dat de netbeheerder de standen zou hebben geschat, hetgeen niet juist was en voor verwarring heeft gezorgd. In zoverre is de klacht van de verbruiker/aangeslotene dan ook ongegrond

Gelet op het gestelde van de verbruiker/aangeslotene over de kwijtgescholden BGK en de erkende vertraagde behandeling van de klacht en de aanvankelijk onjuist gegeven informatie over de wijze waarop en door wie de standen waren berekend ziet de commissie een voldoende aanleiding om het door de verbruiker/aangeslotene te betalen bedrag te beperken tot het factuur bedrag van € 4.977,23.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de verbruiker/aangeslotene deels gegrond. De commissie acht termen aanwezig om te bepalen dat het bedrijf 50% van het door de verbruiker/aangeslotene bedrag dient te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is

Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een deel van het klachtengeld aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden, namelijk een bedrag van € 95,29.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 4.886,48.

Depotverrekening, bedrag aan consument € 1.467,86.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk op 19 februari 2025.

Opslaan als PDF