Klacht over geschatte gasverbruik na defecte meter ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 373639/416968

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over een hoge gasrekening nadat zijn slimme meter defect raakte en niet meer afleesbaar was. Hij vond dat hij niet moest betalen voor verbruik dat niet kon worden gemeten, zeker omdat hij een warmtepomp en zonnepanelen heeft. De ondernemer schatte het verbruik en paste dit later aan naar 410 m³. De commissie oordeelt dat de ondernemer het verbruik redelijk heeft berekend en dat er geen bewijs is dat er geen gas is verbruikt. Ook is er geen toezegging gedaan dat de consument niets zou hoeven betalen. De klacht is daarom ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de berekening van het gasverbruik door de ondernemer als gevolg van een defecte gasmeter.

De consument heeft op 4 april 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vanaf 23 augustus 2023 tot aan de vervanging op 8 februari 2024 was het display van de slimme gasmeter niet meer afleesbaar. Dat was te wijten aan een software update. De consument meldde dit telefonisch bij de ondernemer. Die gaf aan dat er twee mogelijkheden waren. Bij een reparatie zouden de meterstanden weer naar voren komen en zou er op basis van die standen worden afgerekend of de meterstanden zijn niet meer te achterhalen. In dat geval zou worden afgerekend op basis van de laatste bekende meterstand zou plaatsvinden. De ondernemer zou geen kosten in rekening brengen voor de niet te achterhalen meterstanden.

Op 8 februari 2024 bleek dat de meterstanden niet meer te achterhalen waren en is de gasmeter vervangen.

De consument is niet akkoord met de door de ondernemer geschatte meterstand waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de in augustus 2023 geïnstalleerde warmte [pomp en de 30 zonnepanelen van de consument. Het door de ondernemer geschatte verbruik van 656 m3 moet “0” zijn. Op 23 augustus 2023 was de meterstand 5752 m3. De consument gaat ook niet akkoord met de korting van 210 m3 die de ondernemer later heeft toegepast.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Het is niet zozeer een juridisch probleem, maar een communicatie kwestie. De consument werd van het kastje naar de muur gestuurd. De ondernemer nam geen verantwoordelijkheid voor de ontstane situatie. Er zijn wat kubieke meters afgehaald van de in eerste instantie berekende 630 m3, maar dat is onvoldoende. Van de resterende 410 m3 dient nog een substantieel aantal kWh’s te worden afgetrokken. De consument heeft de cijfers van het gasverbruik van 8 februari – 7 april niet paraat, maar dat kan niet hoog zijn vanwege de nieuwe hete lucht verwarming en de warmtepomp.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De gasmeter van de consument is op enig moment stuk gegaan. Het display kon niet meer worden afgelezen. Van de leverancier ontving de ondernemer een meterstand van 5752 op 22 augustus 2023. In eerste instantie maakte de ondernemer op basis van die meterstand een berekening van het gasverbruik. Hierna werd gevraagd om een herberekening. Die is ook uitgevoerd en wel op basis van de nieuwe meter. De correctieperiode betreft 23 augustus ’23 – 8 februari ’24. In eerste instantie was het berekende verbruik 798 m3. De herberekening leidde tot een verbruik van 410 m3, waarvan moet worden uitgegaan. Dit verbruik is berekend aan de hand van het Standaard Jaar Verbruik van 751 m3.

Het door de consument verlangde verbruik van “0” is simpelweg niet juist omdat er verbruik is geweest. Ondanks de aanwezigheid van de warmtepomp is er wel degelijk verbruik geweest. In de periode van 8 februari tot 1 juni bedroeg het verbruik 184 m3.

De ondernemer heeft een juiste herberekening gemaakt.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
De ondernemer biedt excuses aan voor de slechte communicatie, maar wijst erop dat niet hij maar de leverancier de factuur stuurt, zie artikel 12.2 van de Algemene Voorwaarden. De herberekening is zo goed mogelijk gedaan. De consument heeft op jaarbasis een verbruik van 750 m3 op de nieuwe meter. De ondernemer begrijpt dat het verbruik wordt gedrukt door de warmtepomp. Voor wat betreft de meterstanden is de consument bij de ondernemer aan het juiste adres. Voor de kosten dient hij zich tot de leverancier te wenden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de consument betreft de herberekening van het gasverbruik door de ondernemer nadat de gasmeter vanaf 23 augustus 2023 tot 8 februari 2024 niet afleesbaar was.

De consument is van mening dat hij slechts wil worden afgerekend op basis van de laatst bekende stand en stelt voorts dat aan hem de toezegging is gedaan dat hij niet de dupe zou worden en niet zou worden aangeslagen voor een niet bekende meterstand.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De commissie constateert wel dat de klacht van de consument niet aanstonds op een juiste wijze is opgepakt, maar dat dit in het verdere verloop van de klachtbehandeling wel goed is verlopen. Deze gang van zaken zal tot onbehagen bij de consument hebben geleid, maar dat is op zichzelf beschouwd onvoldoende om te komen tot een gegronde klacht.

De commissie volgt de stelling van de consument niet dat aan hem voor de betreffende periode geen verbruik in rekening kan worden gebracht. Dat zou slechts het geval zijn in het geval het aannemelijk is dat in de betreffende periode er geen gasverbruik was, maar dat is niet het geval. Ook is niet gebleken van een toezegging van de ondernemer dat geen verbruik in rekening zal worden gebracht.

In een geval als de onderhavige is de ondernemer gerechtigd het verbruik te schatten. De ondernemer heeft de in eerste instantie gemaakte berekening gecorrigeerd en daarbij het verbruik beperkt tot 410 m3.

De consument is het weliswaar met deze berekening niet eens en volstaat met een verwijzing naar de aanwezigheid van een warmtepomp en heteluchtverwarming, maar heeft niet bestreden dat er niettemin ook op de nieuwe meter sprake is van verbruik van gas.

Op grond van het bovenstaande is de commissie van oordeel dat de berekening van de ondernemer voldoet aan de daaraan te stellen eisen en ook als redelijk moet worden aangemerkt.

Daarmee is de klacht van de consument ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit
mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.F. van Oorspronk en mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 12 september 2024.

Opslaan als PDF