Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1259886/1311296
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat zijn maandbedragen en jaarafrekening in 2024 veel hoger waren geworden nadat hij op 15 mei 2024 een nieuw energiecontract had afgesloten. Ook vond hij dat de energieleverancier onvoldoende uitleg had gegeven. De commissie stelt vast dat de consument drie jaar lang een contract had met lage vaste tarieven en dat de energieprijzen sinds 2022 sterk zijn gestegen. Toen het oude contract afliep, sloot de consument zelf een nieuw contract af met hogere tarieven, waardoor ook het maandbedrag steeg. Dat bedrag bleek achteraf te laag, waardoor een naheffing volgde. De commissie ziet dat het energieverbruik vergelijkbaar is met eerdere jaren en dat de slimme meter correct werkt. Het verhogen van het maandbedrag om nieuwe naheffingen te voorkomen vindt de commissie normaal en niet onredelijk. Ook staat vast dat de ondernemer meerdere keren uitleg heeft gegeven, zowel telefonisch als schriftelijk. Daarom oordeelt de commissie dat de klacht ongegrond is en wijst zij alle verzoeken van de consument af.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument klaagt over hoge maandbedragen en hoge jaarafrekening 2024 nadat hij op 15 mei 2024 een nieuw energiecontract had afgesloten bij aanbieder/ondernemer en klaagt over het uitblijven van uitleg.
Aanbieder geeft aan zowel telefonisch uitleg te hebben verstrekt voor indiening van de klacht, alsook schriftelijk erna en bovendien telefonisch voor de zitting, in welk gesprek consument heeft aangegeven vrijstaand te wonen en te beschikken over een slimme meter.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vast staat dat consument op 15 mei 2021 een vast drie-jarig contract had afgesloten met aanbieder/ondernemer.
Vast staat dat sprake is van een marktstijging van de energieprijzen sinds 2022, maar dat consument op grond van zijn vaste contract tot 15 mei 2024 heeft kunnen profiteren van de vaste lage tarieven uit zijn toen geldend contract.
Vast staat dat door consument na ommekomst van die drie jaar een nieuw vast drie-jarig contract werd afgesloten tegen hogere tarieven, waarbij ook een hoger termijn bedrag werd vastgesteld.
Vast staat dat het nieuwe termijnbedrag niet voldoende bleek, met een forse naheffing tot gevolg.
Vast staat ook dat het in rekening gebrachte verbruik niet substantieel afwijkt van het verbruik in de jaren voor 15 mei 2024 en dat sprake is van een slimme meter.
Dat door aanbieder/ondernemer het termijnbedrag in mei 2025 is verhoogd ter voorkoming van een volgende naheffing en met deze motivering, acht de commissie niet onredelijk of ongebruikelijk, en de klacht ter zake ongegrond.
Nu aanbieder bovendien heeft aangegeven telefonisch uitleg te hebben gegeven voordat consument de klacht indiende en bovendien schriftelijk erna en bovendien heeft aangegeven dat telefonisch overleg heeft plaats gehad in oktober voor de zitting, en consument dit ook niet heeft betwist, acht de commissie de klacht ter zake het ontbreken van uitleg, eveneens ongegrond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst al het verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie Zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer mr. C.M.H. Vlaanderen, leden, op 3 december 2025.