Commissie: Notariaat Zakelijk
Categorie: Kosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
736574/968829
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Ondergetekenden:
de heer mr. N. Schaar, mevrouw mr. B. van Dis en de heer W.F. de Ruijter, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals vervat in een namens de cliënte ondertekend vragenformulier en een verplichte deelname van de notaris via de Verordening Klachten- en geschillenregeling, waarbij de bij de KNB aangesloten notarissen zich voor de beslechting van alle geschillen ontstaan naar aanleiding van de totstandkoming en/of uitvoering van de dienstverlening, inclusief alle declaratiegeschillen, onderwerpen aan arbitrage door de commissie. De notaris is lid van de KNB. Aldus is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. Alle geschillen zullen worden beslecht overeenkomstig het Reglement Geschillencommissie Notariaat (hierna te noemen: het Reglement).
De bevoegdheid van ondergetekenden om het geschil tussen partijen als arbiters te beslechten is gezien het vorenstaande gegeven. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 31 van het Reglement te beslissen als goede personen naar billijkheid, waarbij zij met in achtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteren dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De notaris heeft een aantal vennootschappen opgericht voor de cliënte. Voor zijn werkzaamheden heeft hij – na correctie – een bedrag van € 4.643,98 exclusief BTW in rekening gebracht. Voor deze werkzaamheden is echter een bedrag van ongeveer € 2.650, – exclusief BTW gebruikelijk. De cliënte heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de factuur. In reactie daarop heeft de notaris laten weten dat de hoogte van de factuur is veroorzaakt doordat er een onroerende zaak is ingebracht. Bij een andere notaris heeft de cliënte een offerte voor deze werkzaamheden met en zonder onroerende zaak opgevraagd. De extra kosten voor de inbreng van een onroerende zaak bedragen volgens deze notaris € 310, – exclusief BTW. Later heeft de notaris aangegeven dat de factor spoedt de hoogte van de factuur zou hebben veroorzaakt. Als dat al een reden was geweest, dan had hij dat op voorhand kenbaar moeten maken. In dezelfde periode doorliep een andere cliënt van de gemachtigde van de cliënte bij een andere notaris hetzelfde traject, zonder onroerende zaak maar de stukken werden opgesteld in het Engels, voor een bedrag van € 2.322, – exclusief BTW.
In reactie op het verweer van de notaris heeft de cliënte het volgende aangevoerd.
De cliënte is van mening dat geen sprake is van een redelijke vergoeding, nu de notaris voor zijn werkzaamheden 2,5 à 3 keer zoveel heeft gedeclareerd dan andere notarissen. Bovendien lag het tarief van de notaris voor de cliënt voor wie de gemachtigde van de cliënte een offerte heeft opgevraagd, ineens 2,5 à 3 keer lager dan hetgeen bij de cliënte is gedeclareerd. Ook de fiscalist van de cliënte vindt het gehanteerde tarief volstrekt onredelijk.
De notaris heeft steeds wisselende verklaringen voor de hoge factuur gegeven. Het spoedeisende karakter brengt geen extra tijdsbesteding met zich mee. Het zal eerder leiden tot minder tijdsbesteding. Ook de Inbreng van de onroerende zaak is geen rechtvaardiging voor de buitensporige hoge factuur. In vergelijking met de andere notaris heeft de notaris hiervoor te veel in rekening gebracht. De notaris heeft nog aangegeven dat de fiscalist de stukken slecht zou hebben aangeleverd. Dit is niet juist, de fiscalist heeft alleen een verkeerde verklaring aangeleverd. In een telefoongesprek met de gemachtigde van de cliënte heeft de notaris gesuggereerd dat de fiscalist niet de waarheid zou vertellen over de kwaliteit van de door hem aangeleverde stukken. Dat acht de cliënte zeer kwalijk
De cliënte stelt als oplossing van het geschil voor dat zij de notaris een bedrag € 3.500, – inclusief BTW betaalt. Zij verzoekt de commissie dienovereenkomstig te beslissen.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Er wordt een redelijke vergoeding gevraagd voor de verleende diensten, conform de algemene voorwaarden die het kantoor van de notaris hanteert. Het contact gedurende de behandeling van de zaak is enkel tussen het kantoor en de fiscalist van de cliënte geweest. De gemachtigde van de cliënte heeft de notaris pas voor het eerst gezien toen de akten werden gepasseerd. De fiscalist is een professionele partij die weet dat uren op uur basis x tarief worden gedeclareerd. Een offerte of prijsopgave vooraf is niet gevraagd. Er was sprake van een last minute verzoek, aldus de fiscalist zelf.
Er was sprake van inbreng van onroerend goed waarbij heel snel moest worden gehandeld om een en ander op tijd voor elkaar te krijgen.
Verder heeft de notaris zich intensiever met het dossier bemoeid gezien het spoedeisende karakter dan anders wellicht het geval zou zijn geweest. Dat zijn kostbare uren en dat is terug te vinden in de prijs per akte. Het geeft geen pas om te vergelijken met de tarieven van andere kantoren. Iedere zaak is anders en je kunt geen appels met peren vergelijken.
De notaris heeft naderhand een toelichting gegeven aan de gemachtigde van de cliënte. Hij heeft de eerste declaratie al aangepast om de kwestie in onderling overleg af te kunnen doen. Dat was voor de gemachtigde van de cliënte blijkbaar niet voldoende. Het tarief dat voor hem wel acceptabel zou zijn, is te laag om mee in te kunnen stemmen.
De notaris verzoekt de commissie te bepalen dat de cliënte de volledige nota moet betalen.
Behandeling van het geschil
Op 6 mei 2025 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling ten overstaan van de arbiters plaatsgevonden, bijgestaan door mevrouw mr. drs. I.M. van Trier fungerend als secretaris.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen om ter zitting te verschijnen.
Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
Uit de overgelegde stukken leidt de commissie af dat de fiscalist van de cliënte namens de cliënte opdracht heeft gegeven aan de notaris voor de oprichting van een aantal vennootschappen. Kennelijk heeft de fiscalist geen offerte aan de notaris gevraagd. De commissie stelt voorts vast dat partijen voor het oprichten van de vennootschappen ook geen prijsafspraak hebben gemaakt. De notaris heeft vervolgens diverse werkzaamheden voor de cliënte verricht en er zijn diverse akten gepasseerd. Hij heeft de cliënte op 27 juni 2024 een factuur gestuurd ten bedrage van € 7.330,27 (inclusief BTW), die hij heeft gecrediteerd. Op 29 juni 2024 heeft hij een aangepaste factuur gestuurd ten bedrage van € 5.515,27. De cliënte maakt bezwaar tegen de hoogte van deze factuur.
Er is sprake van een overeenkomst van opdracht tussen partijen. Op grond van artikel 7:405 lid 2 Burgerlijk Wetboek is de opdrachtgever bij gebreke van een afspraak een redelijk loon verschuldigd. Naar het oordeel van de commissie voldoet het in rekening gebrachte tarief van de notaris aan deze wetsbepaling. De uit de factuur van 29 juni 2024 blijkende tarieven van € 695, – en € 625, – voor een akte van oprichting van een vennootschap respectievelijk voor een akte van inbreng van een onroerende zaak acht de commissie niet bovenmatig, zeker gelet op het kennelijke spoedeisend karakter van de zaak. De verklaring van de notaris dat hijzelf zich daarom intensiever met het dossier heeft bemoeid, komt de commissie redelijk voor. Dat andere notarissen – zoals de cliënte stelt – lagere tarieven hanteren en dat de notaris voor een andere cliënt van de gemachtigde een offerte met een lager tarief heeft uitgebracht, maakt dit niet anders. De cliënte heeft deze stellingen niet met stukken onderbouwd, zodat de commissie niet kan vaststellen dat in die gevallen sprake is van soortgelijke zaken.
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de notaris niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
De klacht dient dan ook ongegrond te worden verklaard. De commissie zal bepalen dat de cliënte het openstaande bedrag van € 5.515,27 aan de notaris moet voldoen. De cliënte heeft – door een administratieve fout van de commissie bij het aanmaken van de factuur voor het depotbedrag – een bedrag van € 5.512,27 in depot gestort. De commissie zal bepalen dat dit depot aan het kantoor wordt overgemaakt. Gelet op het geringe verschil met het openstaande bedrag (€ 3, -) zal de commissie hiermee volstaan.
De commissie zal voorts de cliënte als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van deze arbitrage, die worden vastgesteld op € 393,25 van het door de Stichting De Geschillencommissie vastgestelde bedrag aan honorarium en verschotten van de arbiters. De commissie bepaalt voorts dat het bedrag dat de cliënte ter zake de arbitragekosten heeft voldaan in zijn geheel komt te vervallen aan de commissie.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënte ongegrond;
– bepaalt dat de cliënte de openstaande declaratie van de notaris dient te voldoen. Met inachtneming hiervan wordt het door de cliënte in depot gestorte bedrag van € 5.512,27 aan de notaris overgemaakt;
– veroordeelt de cliënte in de kosten van deze arbitrage, vastgesteld op een bedrag van € 393,25 aan honorarium en verschotten van de arbiters;
– wijst het meer of anders verlangde af.