Commissie: Energie
Categorie: Prijs
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1318310/1321450
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de ondernemer de consument terecht kosten heeft berekend voor het hebben van een analoge elektriciteitsmeter zonder teruglevertelwerk. De consument vond dat deze kosten niet mochten worden opgelegd, omdat teruglevering met zo’n meter niet meetbaar is. De ondernemer erkende dat de oorspronkelijke factuur een verkeerde benaming gebruikte (“vaste terugleveringskosten”), maar legde uit dat het in werkelijkheid gaat om een vaste opslag uit de productvoorwaarden. Deze opslag is bedoeld om extra kosten te dekken die ontstaan doordat teruggeleverde stroom zonder telwerk niet individueel kan worden gemeten. De commissie vindt deze uitleg logisch en redelijk: klanten met een slimme meter betalen voor hun daadwerkelijke teruglevering, terwijl klanten met een analoge meter wel kosten veroorzaken maar niet individueel afgerekend kunnen worden. Zonder deze opslag zouden klanten zonder zonnepanelen meebetalen aan kosten die zij niet veroorzaken. De commissie ziet geen grond om de voorwaarden te vernietigen en wijst erop dat de consument de kosten eenvoudig kan vermijden door de meter te laten vervangen. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en wordt het depotbedrag aan de ondernemer uitgekeerd.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Klacht over terugleveringskosten bij analoge meter. Commissie verklaart klacht ongegrond.
Beoordeling
De consument klaagt erover dat hem bij de jaarafrekening van 21 oktober 2025 “vaste terugleveringskosten” in rekening zijn gebracht voor een bedrag van € 604,62 inclusief btw. De consument heeft zonnepanelen, maar nog een analoge meter zonder teruglevertelwerk. Omdat de terug levering daardoor niet meetbaar is, mogen volgens artikel 31c Elektriciteitswet geen terugleverkosten worden berekend, aldus de consument. Nadat de consument hierover bij de ondernemer heeft geklaagd heeft hij een correctienota ontvangen waar dezelfde kostencomponent nog steeds op stond, maar toen onder de naam “Kosten meter zonder (actieve) teruglevertelwerken”. De consument meent dat deze naamswijziging er niet toe doet en dat deze kosten hem niet in rekening mogen worden gebracht.
De ondernemer heeft erkend dat op de oorspronkelijke jaarafrekening de onjuiste benaming “vaste terugleveringskosten” is gehanteerd. Volgens de ondernemer was dit een template fout in de factuur. De ondernemer heeft gewezen op de Productvoorwaarden Particuliere Kleinverbruikaansluitingen. In paragraaf vier van deze voorwaarden is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“Meter zonder (actieve) teruglevertelwerken. Als uw elektriciteitsmeter geen (actieve) teruglevertelwerken heeft, en u levert elektriciteit terug aan het elektriciteitsnet, dan worden uw vaste leveringskosten verhoogd. De verhoging van de vaste leveringskosten zijn alleen van toepassing op kleinverbruikaansluitingen. De verhoging van uw vaste leveringskosten zijn:
Exclusief btw Inclusief btw
Per jaar € 500,- € 605,-
Per dag* € 1,36986 € 1,65753
*Gebaseerd op 365 dagen.”
Het gaat volgens de ondernemer dus niet om daadwerkelijke terugleverkosten, maar om kosten die in rekening worden gebracht, omdat de ondernemer, als gevolg van het feit dat de door de consument terug geleverde elektriciteit vanwege het hebben van nog een analoge meter zonder teruglevertelwerk niet gemeten kan worden. Daardoor moet de ondernemer zelf extra kosten (onbalans- en profileringskosten) maken. Om te voorkomen dat die extra kosten (mede) door klanten worden betaald die niet terug leveren, wordt er aan klanten die wel, maar dus onmeetbaar terug leveren een vast bedrag in rekening gebracht.
Tussen partijen is niet in geschil dat deze productvoorwaarden op de tussen hen gesloten overeenkomst van toepassing zijn. De consument heeft gesteld dat de hiervoor geciteerde bepaling vernietigbaar is op grond van artikel 6:237 onder k BW, maar daarvan is naar het oordeel van de commissie geen sprake. De bepaling heeft immers geheel niets te maken met de duur van de overeenkomst of de opzegging daarvan. Evenmin is de bepaling nietig of vernietigbaar op enige andere in de artikelen 6:236 en 6:237 BW genoemde gronden.
De commissie is van oordeel dat het, zoals de ondernemer aanvoert, niet gaat om het berekenen van kosten voor een bepaalde hoeveelheid terug geleverde energie. Dergelijke kosten moeten immers volgens een bepaalde staffel berekend worden en dat is bij een analoge meter zonder teruglevertelwerk niet mogelijk. Dat neemt niet weg dat ook bij een analoge meter zonder teruglevertelwerk terug geleverd wordt en dat de door de ondernemer genoemde extra kosten met zich meebrengt. Kosten die, indien ze niet aan de terug leverende klant in rekening gebracht worden, over alle klanten worden verdeeld en dus ook over klanten die niet terug leveren en die dus ook die kosten niet veroorzaken. Waar de klant die terug levert met een slimme meter aangeslagen kan worden voor de kosten van de daadwerkelijke terug levering, kan dat niet bij klanten met een analoge meter zonder teruglevertelwerk. Het is echter niet wenselijk de door deze klanten met een analoge meter zonder teruglevertelwerk veroorzaakte extra kosten (mede) door te belasten aan klanten zonder zonnepanelen of klanten met zonnepanelen, maar met een meter met teruglevertelwerk. Het berekenen van een forfaitair bedrag, zoals de ondernemer doet, is dan een passende oplossing. Daar komt bij dat, indien de consument deze forfaitaire kosten niet wil dragen, het zeer eenvoudig is hieraan te ontkomen. Namelijk door zijn analoge meter zonder teruglevertelwerk te laten vervangen door een meter met teruglevertelwerk, waardoor meetbaar wordt of en wat de consument daadwerkelijk terug levert.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Verklaart de klacht ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 490,98.
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0,-.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. E.M. van Gelder, leden, op 26 februari 2026.