Klacht over kosten verzwaring elektrische aansluiting afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Installatie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1177518/1265496

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt over een onjuiste registratie van zijn elektrische installatie en wil dat de verzwaring van 1 x 25 A naar 3 x 25 A kosteloos wordt uitgevoerd. De commissie oordeelt dat een fout in de administratie geen recht geeft op gratis verzwaring. Er is geen bewijs dat de consument hogere kosten heeft betaald dan passend bij zijn aansluiting, noch dat de ondernemer verplicht was een 3-fase aansluiting te realiseren. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het geschil betreft de kosten van het verzwaren van de elektrische installatie van de consument van
1 x 25 Ah naar 3 x 25 Ah.

De consument heeft de klacht op 11 maart 2025 bij de ondernemer ingediend.

Beoordeling
In deze zaak klaagt de consument over een onjuiste administratie van de capaciteit van zijn elektrische installatie door de ondernemer en verlangt hij, onder meer op die grond, dat de ondernemer de door hem gewenste verzwaring van 1 x 24 A naar 3 x 25A kosteloos uitvoert.

De ondernemer voert verweer.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

Het is inderdaad spijtig dat sprake is van een onjuiste vermelding, maar dat brengt nog niet mee dat daardoor een recht op kosteloze verzwaring naar de gewenste capaciteit ontstaat. De registratie in de systemen van de ondernemer heeft tot doel voor een goede administratie te zorgen, maar heeft niet tot doel de belangen van de consument te beschermen. Te meer nu niet is gebleken dat de door de ondernemer voor de aansluiting in rekening gebrachte kosten hoger zijn geweest dan de kosten die voor de bestaande aansluiting in rekening zijn gebracht. Met andere woorden de kosten van een 1 fase aansluiting van 1 x 25 A zijn niet hoger dan de kosten van een 3 x 25 A aansluiting.

Evenmin is gebleken dat er indertijd voor de ondernemer een verplichting bestond om een 3 fase aansluiting te realiseren en evenmin dat sprake was van een opdracht van de bouwer, die de ondernemer niet in overeenstemming daarmee heeft uitgevoerd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 23 september 2025.

Opslaan als PDF