Klacht over laadkleppen Porsche Taycan ongegrond: geen terugroepactie van toepassing

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 945099/1069905

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument betaalde €1.950 voor reparatie van een storing aan de elektrische laadkleppen van zijn Porsche Taycan en eiste vergoeding op basis van een vermeende terugroepactie. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat het chassisnummer van de auto niet onder de terugroepactie viel. Hoewel een medewerker van de ondernemer eerder foutieve informatie gaf, achtte de commissie de korting op de reparatiekosten voldoende compensatie. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 945099/1069905

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een storing in de elektrische laadkleppen van een personenauto Porsche Taycan Model Y1A uit het bouwjaar 2020.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De auto is altijd voor onderhoud geweest bij de ondernemer. Op 15 maart 2023 heeft de consument gemeld dat er een storing was aan de elektrische laadkleppen. Hij vond op internet een terugroepactie specifiek voor de betreffende Porsche uit bouwjaar 2020 en met Model Y1A. Hij vroeg aan de ondernemer specifiek of dit een terugroepactie was voor de auto. Er werd per mail bevestigd dat dit zo was. Toen hij de auto bracht was de storing weg dus konden ze niets doen. Op 4 mei 2023 was er weer een melding maar die was toen na een paar dagen ook weg. Sinds 16 januari 2025 was er opnieuw een storing en gaan de laadkleppen aan de rechterkant niet meer open waardoor niet meer snel geladen kan worden. Nu wordt er gezegd dat voor de auto geen terugroepactie openstaat. Men brengt € 1.950,– in rekening, welk bedrag de consument heeft betaald. Hij wenst vergoeding van dat bedrag op grond van de terugroepactie.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De toenmalige medewerker van de ondernemer heeft in 2023 ten onrechte meegedeeld aan de consument dat de betreffende storing aan zijn auto binnen de terugroepactie (WLK2) viel. Dit heeft hij gedaan zonder raadpleging van het online garantiebestand. Uit dat bestand blijkt namelijk niet dat het chassisnummer van de betreffende Porsche binnen de terugroepactie valt, zodat de reparatie voor rekening van de consument komt. Gelet op de verkeerde informatie van de betreffende medewerker zijn de reparatiekosten gereduceerd van € 3.152,– tot € 1.950,–, die terecht voor rekening van de consument zijn gebracht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de door de ondernemer ingebrachte gegevens met betrekking tot alle terugroepacties die gekoppeld zijn aan het chassisnummer van de Porsche van de consument blijkt niet dat storing aan de elektrische laadkleppen onder een terugroepactie valt. Dat een medewerker van de ondernemer in 2023 de consument anders (en foutief) heeft geïnformeerd, brengt niet mee dat de ondernemer alsnog gehouden is de reparatie kosteloos uit te voeren als ware deze wel vallend onder de terugroepactie. De tegemoetkoming in de in rekening gebrachte kosten acht de commissie voldoende compensatie voor de eerder foutief gedane mededeling van een medewerker.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 7 juli 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF