Klacht over nieuwe verbruikskosten voor koude afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Verbruik    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 983214/1149900

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt over het invoeren van verbruikskosten voor koude vanaf 2025, terwijl bij het afsluiten van zijn contract in 2019 alleen een vastrecht gold. Hij stelt dat het contract een nul-tarief garandeert voor koude. De ondernemer voert aan dat er toen nog geen verbruiksmeters waren en dat het nu eerlijk is om verbruikskosten te rekenen, zoals bij andere gebruikers. De commissie oordeelt dat de consument het contract verkeerd interpreteert: “voor onbepaalde tijd” slaat op de looptijd van de overeenkomst, niet op het tarief voor koude. Volgens de algemene voorwaarden mag de ondernemer tarieven aanpassen. Daarom is de klacht ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Geschil over levering van koude. Bij sluiten van het contract gold dat voor koude enkel een vastrecht verschuldigd was en geen bedrag per verbruikte eenheid. In 2024 is aangekondigd dat vanaf 2025 ook verbruikskosten voor koude in rekening zullen worden gebracht. Consument is het daar niet mee eens. Klacht ongegrond.

Beoordeling
Consument stelt dat ondernemer niet gerechtigd is om voor afgenomen koude verbruikskosten in rekening te brengen. Consument stelt dat hij in 2019 een contract voor onbepaalde tijd heeft afgesloten waarbij voor geleverde koude een nul-tarief gold aangaande het verbruik.

Ondernemer heeft aangevoerd dat zij gerechtigd is om ook het verbruik van koude in rekening te brengen, naast het vastrecht, waarover tussen partijen geen geschil is. Dat aanvankelijk geen verbruikskosten berekend werden heeft ermee te maken dat er (nog) geen verbruiksmeters geïnstalleerd waren. Inmiddels is dat wel gebeurd. Ondernemer dient daarnaast de gebruikskosten rechtvaardig over alle gebruikers te verdelen. Daar past niet bij dat een deel van de gebruikers voor dat gebruik niet hoeven te betalen en andere gebruikers wel.

De commissie oordeelt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft consument erkend dat hij inmiddels een hoger tarief voor geleverde warmte betaalt dan bij het aangaan van het contract in 2019. Consument onderkent dat ondernemer tot zo’n tariefwijziging gerechtigd is op grond van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Op de vraag waarom een tariefwijziging voor koude dan niet toegestaan zou zijn, antwoord consument dat dat blijkt uit zijn contract. Consument verwijst hierbij naar de kop van het contract die luidt: “Overeenkomst voor de levering van warmte, warm tapwater en koude voor onbepaalde tijd”.

De commissie constateert dat consument zijn standpunt baseert op een onjuiste lezing van die kop van het contract. Bij de mondelinge behandeling is gebleken dat consument meent dat tot in lengte van dagen geen verbruikskosten berekend mogen worden omdat in de kop staat, “en koude voor onbepaalde tijd”. Consument miskent dat de toevoeging “voor onbepaalde tijd ziet op de overeenkomst (de overeenkomst geldt immers voor onbepaalde tijd en niet voor een vooraf overeengekomen vaste termijn) en niet uitsluitend op “koude”.
Zelfs al zou de toevoeging “voor onbepaalde tijd” wel uitsluitend zien op koude, dan nog valt niet in te zien waarom een tussentijdse tariefverhoging niet toegestaan zou zijn. De algemene voorwaarden geven de ondernemer die bevoegdheid immers uitdrukkelijk wel. En in het contract zelf wordt naar een tarievenblad verwezen, waarbij nergens in het contract is opgenomen dat het tarief voor koude onveranderlijk zal zijn.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 23 september 2025.

Opslaan als PDF